id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101105.1 Rolnummer: C.10.0028.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2010-11-19 Raadplegingen: 215 - laatst gezien 2026-07-02 04:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De gemeenten kunnen geen parkeerplaatsen ter beschikking stellen waar het op grond van de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer verboden is te parkeren; zij kunnen dan ook geen aanspraak maken op een parkeerretributie voor voertuigen die op die plaatsen geparkeerd staan
(1).
(1)Art. 1 W. 22 feb. 1965 zoals gewijzigd bij art. 37 W. 7 feb.
- Thesaurus CAS: GEMEENTE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Parkeerverbod Wettelijke bepalingen: Wet - 22-02-1965 - Enig art. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Gemeente - Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Parkeerverbod Wettelijke bepalingen: Wet - 22-02-1965 - Enig art. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: Gemeente - Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Parkeerverbod Wettelijke bepalingen: Wet - 22-02-1965 - Enig art. Tekst van de beslissing Nr. C.10.0028.N A.G.B. GEMEENTELIJK AUTONOOM PARKEERBEDRIJF ANTWERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Jordaenskaai 25, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen DAMICO, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met kantoor te 2000 Antwerpen, Begijnenvest 20, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 14 mei 2009 in laatste aanleg gewezen door de vrederechter van het tweede kanton Antwerpen. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 1 van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren, zoals gewijzigd door artikel 37 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, bepaalt dat wanneer de gemeenteraden, overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer, reglementen inzake het parkeren vaststellen, die betrekking hebben op parkeren voor een beperkte tijd, het betalend parkeren en het parkeren dat voorbehouden is aan de bewoners, zij parkeerheffingen kunnen instellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen.
- Uit deze bepaling volgt dat de gemeenten alleen parkeerplaatsen kunnen ter beschikking stellen overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer. De gemeenten kunnen geen plaatsen ter beschikking stellen waar het op grond van die wetgeving en reglementen verboden is te parkeren. De gemeenten kunnen dan ook geen aanspraak maken op een parkeerretributie voor voertuigen die geparkeerd staan op plaatsen waar volgens het wegverkeerreglement het parkeren verboden is. Het onderdeel, dat uitgaat van de tegenovergestelde rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel gaat ervan uit dat de vrederechter een bestraffend karakter toekent aan de parkeerretributie, dat geen samenloop toelaat met de strafrechtelijke geldboete en daardoor de aard van de parkeerheffing als retributie miskent.
- Uit de door het onderdeel aangehaalde passage uit het bestreden vonnis: "men moeilijk kan stellen dat zelfs voor wagens die in overtreding staan, de betaling van een parkeerticket dient opgelegd te worden, aangezien de automobilist in dit geval, al heeft hij zijn parkeren betaald, het risico loopt om een tweede maal, doch deze keer door de politie, met een aanzienlijke boete opgesolferd te worden", blijkt dat de vrederechter het parkeerticket als een betaling voor het parkeren en dus als een retributie opvat. Het onderdeel gaat uit van een verkeerde lezing van het bestreden vonnis en mist mitsdien feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 473,24 euro jegens de eisende partij en op de som van 107,42 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 5 november 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101105.1 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120216.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div