← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101105.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101105.4 Rolnummer: C.09.0567.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht - Bestuursrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-11-22 Raadplegingen: 499 - laatst gezien 2026-07-02 10:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Een gemeente mag aan de hand van de informatie die door bewakingsagenten is ingezameld de schuldenaars van parkeerretributies identificeren en vervolgens de identiteit van de door haar geïdentificeerde schuldenaars meedelen aan een bewakingsonderneming die, in het raam van een concessieovereenkomst met de gemeente, instaat voor de invordering van niet-betaalde parkeerretributies; die handelwijze houdt niet in dat de aangestelden van de bewakingsonderneming een verboden onderzoeksdaad stellen

(1).
(1)Zie Cass., 29 mei 2009, AR C.08.0130.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.6, A.C., 2009, nr. 363, met concl. van advocaat-generaal Thijs. Thesaurus CAS: GEMEENTE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessieovereenkomst - Bewakingsonderneming - Bewakingsagenten - Vaststellingen - Aard - Identificatie van de schuldenaars - Mededeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1990 - Artt. 1, §1,eerste lid, 6°, en 8, §3bis,eerste en tweede lid Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessieovereenkomst - Bewakingsonderneming - Bewakingsagenten - Vaststellingen - Aard - Gemeente - Identificatie van de schuldenaars - Mededeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1990 - Artt. 1, §1,eerste lid, 6°, en 8, §3bis,eerste en tweede lid Thesaurus CAS: PRIVELEVEN (BESCHERMING VAN) UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Gemeente - Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessieovereenkomst - Bewakingsonderneming - Bewakingsagenten - Vaststellingen - Aard - Identificatie van de schuldenaars - Mededeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1990 - Artt. 1, §1,eerste lid, 6°, en 8, §3bis,eerste en tweede lid Tekst van de beslissing Nr. C.09.0567.N VINCI PARK BELGIUM, naamloze vennootschap, met kantoor te 8400 Oostende, H. Serruyslaan 38, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen CASTEUR OPTICS & MEDICAL INSTRUMENTS, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met kantoor te 8450 Bredene, Kapelstraat 15, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 22 mei 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. Krachtens artikel 1, §1, eerste lid, 6°, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid wordt als bewakingsonderneming beschouwd elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een activiteit uitoefent bestaande in de blijvende of tijdelijke levering aan derden van diensten van het verrichten van vaststellingen, die uitsluitend betrekking hebben op de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen die zich bevinden op het openbaar domein, in opdracht van de bevoegde overheid of van de houder van een overheidsconcessie. Krachtens artikel 8, §3bis, eerste lid, van deze wet kunnen de ondernemingen en diensten de activiteiten als bedoeld in artikel 1, §1, eerste lid, 6°, slechts uitoefenen nadat zij hiertoe uitdrukkelijk aangesteld zijn in een openbaar gemaakte beschikking, uitgevaardigd door de opdrachtgevende overheid of de overheid waarmee de opdrachtgevende onderneming een concessieovereenkomst heeft afgesloten. Krachtens het tweede lid van deze wetsbepaling is het de bewakingsagent bij het uitvoeren van de activiteit bedoeld in artikel 1, §1, eerste lid, 6°, verboden betrokken personen, getuigen of verantwoordelijken op te sporen, de identiteit te controleren, bijkomende inlichtingen in te winnen of personen te verhoren.
  2. Hieruit volgt dat de taak van bewakingsagenten die voertuigen controleren die op het openbaar domein geparkeerd staan, beperkt is tot het doen van materiële vaststellingen die betrekking hebben op de onmiddellijk waarneembare toestand van die voertuigen. Het is de bewakingsagenten niet toegelaten bijkomende onderzoeksdaden te stellen door de betrokken personen, getuigen of verantwoordelijken op te sporen, hun identiteit te controleren, bijkomende inlichtingen in te winnen of personen te verhoren.
  3. Die wetsbepalingen beletten niet dat een gemeente aan de hand van de informatie die door bewakingsagenten is ingezameld de schuldenaars van parkeerretributies identificeert en vervolgens de identiteit van de door haar geïdentificeerde schuldenaars aan een bewakingsonderneming meedeelt die, in het raam van een concessieovereenkomst met de gemeente, instaat voor de invordering van niet-betaalde parkeerretributies. Die handelwijze houdt niet in dat de aangestelden van de bewakingsonderneming een onderzoeksdaad stellen in de zin van het voormelde artikel 8, §3bis, tweede lid.
  4. De appelrechters oordelen dat: - de opdracht tot invordering reeds "ingebakken zit" in de concessie-overeenkomst; - de aangestelde van de stad Oostende bij de identificatie van de natuurlijke, dan wel de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de betrokken voertuigen handelt in opdracht en op uitdrukkelijk verzoek van de eiseres, die aan de betrokkene immers een lijst bezorgt van de te identificeren nummerplaten; - het "voor geen enkele redelijke betwisting vatbaar is dat wanneer (de eiseres), via tussenkomst van de aangestelde van de concessiegever/stad Oostende de persoon/verantwoordelijke, houder van het betrokken voertuig tracht te achterhalen/identificeren, er sprake is van het ‘opsporen van de betrokken personen' of minstens van het ‘inwinnen van bijkomende inlichtingen' in de zin van artikel 8, §3bis, tweede lid."
  5. Op grond van deze redenen konden de appelrechters niet wettig beslissen dat die handelwijze van de eiseres een schending inhoudt van artikel 8, §3bis, tweede lid, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard. Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 5 november 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101105.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110304.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.