← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101109.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101109.4 Rolnummer: P.10.0635.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-11-24 Raadplegingen: 558 - laatst gezien 2026-07-02 09:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer een beklaagde vervolgd wordt wegens twee verschillende feiten en, hetzij tot afzonderlijke straffen is veroordeeld, hetzij voor een feit werd vrijgesproken en voor een ander tot straf werd veroordeeld, draagt het tot de beslissing over één van die telastleggingen beperkt hoger beroep van het openbaar ministerie alleen de kennisneming van die beslissing aan de appelrechters op

(1).
(1)Cass., 2 dec. 1987, AR 6058, A.C., 1987-1988, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Bevoegdheidsincidenten (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Beperkt hoger beroep van het openbaar ministerie - Bevoegdheid van de appelrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202, 203 en 203bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0635.N M A J-M B, beklaagde, eiser, tegen BMW FINANCIAL SERVICES BELGIUM, met zetel te 2880 Bornem, Lodderstraat 16, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 3 maart
  2. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 202, 203 en 203bis Wetboek van Strafvordering.
  3. Wanneer een beklaagde vervolgd wordt wegens twee verschillende feiten en, hetzij tot afzonderlijke straffen is veroordeeld, hetzij voor een feit werd vrijgesproken en voor een ander tot straf werd veroordeeld, draagt het tot de beslissing over één van die telastleggingen beperkt hoger beroep van het openbaar ministerie alleen de kennisneming van die beslissing aan de appelrechters op.
  4. De eiser werd gedagvaard voor de correctionele rechtbank te Leuven wegens poging tot afpersing (zaak I). Vervolgens werd hij voor dezelfde rechtbank gedagvaard wegens misbruik van vertrouwen (zaak II).
  5. Bij vonnis van 9 juli 2008 werden beide zaken samengevoegd en werd een maatschappelijke enquête bevolen.
  6. Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Leuven van 7 januari 2009 werd de eiser vrijgesproken in de zaak II en werd hij tot straf veroordeeld in de zaak I. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd uitspraak te doen over de vordering van BMW Financial Services Belgium gelet op de vrijspraak van de eiser in de zaak II. Hij werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en een rechtsplegingsvergoeding aan de bvba Electro Formule Poorten, burgerlijke partij in de zaak I.
  7. BMW Financial Services Belgium, burgerlijke partij in de zaak II en thans verweerster, tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis op 9 januari
  8. Het openbaar ministerie volgde dit hoger beroep op 22 januari 2009 met vermelding dat het hoger beroep beperkt was tot de vrijspraak in zaak II.
  9. Het thans bestreden arrest oordeelt dat het hoger beroep van het openbaar ministerie onterecht beperkt werd tot de zaak II, "nu deze zaak reeds bij tussenvonnis van 9 juli 2008 gevoegd werd bij zaak I (...), zonder dat tegen dit tussenvonnis enig rechtsmiddel werd aangewend". Vervolgens doet het het beroepen vonnis teniet, verklaart het de eiser schuldig in beide zaken en veroordeelt het hem met eenparige stemmen tot een zwaardere straf.
  10. De appelrechters waren evenwel niet bevoegd in hoger beroep ook kennis te nemen van de beslissing over de zaak I, waartegen geen hoger beroep was ingesteld en konden aldus de eiser niet veroordelen tot één straf wegens de vermengde feiten van de zaken I en II. De onwettigheid van de straf tast de wettigheid van de schuldigverklaring voor de zaak II niet aan.
  11. Wat de schuldigverklaring voor de zaak II betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het opnieuw uitspraak doet over de zaak I en in zoverre het de eiser wegens de vermengde feiten van de zaken I en II tot één straf veroordeelt en hem veroordeelt tot betaling van een bijdrage aan het bijzonder fonds voor de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in drie vierden van de kosten van zijn cassatieberoep en laat een vierde van de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak II naar het hof van beroep te Antwerpen. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing van de zaak I. Bepaalt de kosten op 87,78 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101109.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130430.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.