← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.3 Rolnummer: P.10.0583.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2010-11-30 Raadplegingen: 509 - laatst gezien 2026-07-01 17:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Opdat het Hof zou kunnen oordelen of een rechter de bewijskracht van een bepaald stuk miskent, is vereist dat dit document zich bevindt in de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan

(1).
(1)Zie Cass., 4 maart 1969, A.C., 1969, nr. 622; Cass., 13 jan. 1970, A.C., 1969-70, nr. 430; Cass., 17 feb. 1972, A.C., 1972, nr. 563; Cass., 8 feb. 1974, A.C., 1974, nr. 624; Cass., 9 april 1976, A.C., 1976, nr. 924; Cass., 13 okt. 1981, AR 6489, A.C., 1981-82, nr. 222; Cass., 6 nov. 2008, AR F.07.0026.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081106.13, A.C., 2008, nr. 617; Cass., 28 mei 2009, AR F.08.0092.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090528.11, A.C., 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Bewijskracht (miskenning van -) Vrije woorden: Miskenning van de bewijskracht van een stuk - Ontvankelijkheid - Vereiste Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1319, 1320 en 1322 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Feitelijke grondslag UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Bewijskracht (miskenning van -) Vrije woorden: Miskenning van de bewijskracht van een document - Document dat zich niet bevindt in de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1319, 1320 en 1322 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Bewijskracht (miskenning van -) Vrije woorden: Miskenning - Cassatiemiddel - Ontvankelijkheid - Vereiste Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1319, 1320 en 1322 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0583.N I
  2. F. C. G. ME., beklaagde en burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,
  3. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Waaistraat 6, vrijwillig tussengekomen partij, eisers. tegen
  4. C. B., burgerlijke partij,
  5. D. V. W., burgerlijke partij,
  6. N. M., burgerlijke partij,
  7. N. V. O., burgerlijke partij,
  8. A. S., burgerlijke partij,
  9. I. S., burgerlijke partij,
  10. R. D., beklaagde en burgerlijke partij,
  11. GENERALI BELGIUM nv, met zetel te 1050 Brussel, Louizalaan 149, vrijwillig tussengekomen partij, verweerders. II R. D., reeds vermeld, beklaagde en burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  12. F. M., reeds vermeld, beklaagde en burgerlijke partij,
  13. C. B., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  14. KBC VERZEKERINGEN nv, reeds vermeld, vrijwillig tussengekomen partij,
  15. D. V. W., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  16. N. M., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  17. N. V. O., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  18. A. S., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  19. I. S., reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis van de correctionele rechtbank te Oudenaarde van 5 maart
  20. De eiser I.1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eiser I.2 voert geen middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiser I.1
  21. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters beantwoorden niet het verweer van de eisers met betrekking tot de vergoeding voor gebruiksderving van de motorfiets; de verweerster I.1 heeft geen nadeel geleden door het buiten omloop zijn van de motorfiets.
  22. Met de redenen die het bestreden vonnis (p. 16 en 17) vermeldt, beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  23. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de verweerster I.1 zelf geen schade leed door de onmogelijkheid om de motorfiets te gebruiken, komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters of het verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiser I.1
  24. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Bur¬gerlijk Wetboek: de appelrechters die geen verdiscontering toepassen, kennen voor de schade wegens "verlies waarde huisman" vanaf 2020 en 2025 een vergoeding toe die hoger is dan de werkelijke schade.
  25. Anders dan waarvan het middel uitgaat, oordelen de appelrechters die de basisberekening van het beroepen vonnis overnemen, dat het beroepen vonnis de voormelde schadevergoeding wel degelijk heeft verdisconteerd. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters de schadevergoeding niet verdisconteren, mist het feitelijke grondslag.
  26. Of na die verdiscontering de schadevergoeding overeenstemt met de werkelijk geleden schade, vraagt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Derde middel van de eiser I.1 Eerste en tweede onderdeel
  27. De onderdelen voeren schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters beantwoorden niet eisers verweer dat voor de berekening van de schadevergoeding wegens "economische schade door overlijden" geen rekening kan worden gehouden met het gemiddelde inkomen over verscheidene jaren, daar dit inkomen een dalende trend vertoont waaruit blijkt dat het slachtoffer jaar na jaar minder werkte en dat het slachtoffer niet tot 65 jaar beroepsactief zou geweest zijn.
  28. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden, houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangevoerd, maar zelf geen afzonderlijk middel vormt.
  29. Met de redenen die het bestreden vonnis vermeldt (p. 21-24), beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer. De onderdelen missen feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  30. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters die geen verdiscontering toepassen, kennen voor de schade wegens toekomstige "economische schade door overlijden" vanaf 2020 en 2025 een vergoeding toe die hoger is dan de werkelijke schade.
  31. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet en het onderdeel voert ook niet aan dat de eiser voor de appelrechters heeft gesteld dat de voormelde schadevergoeding moest worden verdisconteerd met een verdisconteringcoëfficiënt. Het onderdeel is nieuw en mitsdien niet ontvankelijk. Vierde middel van de eiser I.1
  32. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en artikel 23, § 2, WIB92: de appelrechters kennen door het verlenen van voorbehoud voor eventuele belastingen een hogere vergoeding toe dan de werkelijk geleden schade.
  33. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet en het middel voert ook niet aan dat de eiser voor de appelrechters heeft aangevoerd dat het beroepen vonnis onterecht voorbehoud heeft verleend. Het middel is nieuw en mitsdien niet ontvankelijk. Vijfde middel van de eiser I.1
  34. Het middel voert schending aan van artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 203 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters doen geen uitspraak over de vordering van de eiser I.1 tegen de verweerder I.7; zij oordelen ook onterecht dat "elke uitbreiding lastens [de verweerster I.8] van de vorderingen [de eiser II.1]" niet toelaatbaar is omdat de verweerster I.8 niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de politierechtbank te Oudenaarde van 27 augustus
  35. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het beroepen vonnis de burgerlijke rechtsvordering van de eiser I.1 tegen de verweerder I.7 ongegrond verklaart en de verweerster I.8 buiten zake stelt; - de eiser I.1 hoger beroep heeft aangetekend tegen alle beschikkingen.
  36. Het bestreden vonnis doet geen uitspraak over de burgerlijke rechtsvordering van de eiser I.1 tegen de verweerder I.
  37. Door te oordelen dat de eiser I.1 in hoger beroep zijn burgerlijke rechtsvordering niet kon uitbreiden tegen de verweerster I.8, niettegenstaande hij in hoger beroep was gekomen onder meer van de beslissing die zijn burgerlijke rechtsvordering tegen die verweerster afwees, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Zesde middel van de eiser I.1
  38. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320, 1322 en 1382 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters kennen voor de morele schade van de kinderen A. S. en A. S. een hogere vergoeding toe dan de werkelijk geleden schade; zij miskennen de bewijskracht van de indicatieve tabel 2008, zoals gepubliceerd in het Nieuw Juridisch Weekblad, 2008, bladzijde 717, nummer
  39. Opdat het Hof zou kunnen oordelen of een rechter de bewijskracht van een bepaald stuk miskent, is vereist dat dit document zich bevindt in de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan.
  40. In de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, bevindt zich geen indicatieve tabel en blijkt niet dat de partijen die tabel aan de appelrechters hebben overgelegd. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  41. Voor het overige is het middel geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Middelen van de eiser II
  42. De vier middelen die dezelfde draagwijdte hebben als het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel van de eiser I.1, kunnen om de redenen uiteengezet in die middelen, niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  43. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het: - geen uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiser I.1 tegen de verweerder I.7; - de burgerlijke rechtsvordering van de eiser I.1 tegen de verweerster I.8 ongegrond verklaart; - uitspraak doet over de kosten in verband met die burgerlijke rechtsvorderingen van de eiser I.1 Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers I in vijf zesden van hun cassatieberoep en de verweerders I.7 en I.8 in het overige zesde. Veroordeelt de eiser II in de kosten van zijn cassatieberoep. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Gent, rechtszitting houdende in hoger beroep. Bepaalt de kosten in het geheel op 522,42 euro, waarvan de eisers I 229,71 euro verschuldigd zijn en de eiser II 262,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 23 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081106.13 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090528.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250521.2F.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.