id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.6 Rolnummer: P.10.1643.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-11-30 Raadplegingen: 654 - laatst gezien 2026-07-02 09:21 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101123.6 Fiches 1 - 3 Artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering geeft aan de partijen die vóór hun verschijning voor het onderzoeksgerecht een verzoek overeenkomstig artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen hebben ingediend of die, alhoewel zij hiertoe de mogelijkheid hadden, dit in tegenstelling tot andere partijen hebben nagelaten, niet het recht de regeling van de rechtspleging een tweede maal te laten schorsen door de onderzoeksrechter opnieuw om bijkomende onderzoeksverrichtingen te verzoeken, ook al zijn het andere; afgezien van het geval waarin het openbaar ministerie op grond van de uitslag van de eerder gevraagde bijkomende onderzoeksverrichtingen zijn vordering tot regeling van de rechtspleging wijzigt, is het recht om bijkomende onderzoeksverrichtingen te verzoeken gedurende de termijn die aan de rechtszitting voor de regeling van de rechtspleging voorafgaat, een recht dat maar eenmaal kan worden uitgeoefend
(1).
(1)Zie conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Voltooing van het onderzoek - Vordering tot regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Voltooing van het onderzoek - Vordering tot regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Fiche 4 De controle door de kamer van inbeschuldigingstelling over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie van artikel 235ter, § 1, Wetboek van Strafvordering betreft enkel een controle ten einde na te gaan of naar de gegevens van het vertrouwelijk dossier de voorschriften betreffende deze bijzondere opsporingsmethoden, bepaald in de artikelen 47sexies, 47septies, 47octies en 47novies Wetboek van Strafvordering werden nageleefd en of de bij het strafdossier gevoegde processen-verbaal betreffende de toepassing van die bijzondere opsporingsmethoden de vermeldingen bevatten die ze moeten bevatten en of deze overeenkomen met de gegevens van het vertrouwelijk dossier, maar heeft verder niets uitstaande met het onderzoek van de regelmatigheid of volledigheid van het eigenlijke strafonderzoek
(1).
(1)Zie conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie Fiches 5 - 6 De controle van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, uitgevoerd met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, houdt in dat de regeling van de rechtspleging niet kan plaatsvinden zolang die controle, daarin begrepen het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij die controle wordt uitgevoerd, niet afgehandeld is; daarentegen volgt evenwel noch uit deze wetsbepaling noch uit artikel 127 van hetzelfde wetboek dat de procedure van regeling van de rechtspleging niet kan opgestart worden door de partijen reeds op te roepen voor de rechtszitting voor de raadkamer, met als gevolg dat de partijen op dat ogenblik toepassing kunnen maken van de in artikel 127, § 3, bepaalde mogelijkheid een verzoek in te dienen bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten en het feit dat cassatieberoep werd aangetekend tegen het arrest waarbij de controle overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering werd uitgevoerd en hierover nog geen definitieve uitspraak is gedaan, doet hieraan geen afbreuk
(1).
(1)Zie conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Invloed op de regeling van de rechtspleging Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Arrest waarbij de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden wordt vastgesteld - Cassatieberoep - Oproeping voor de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging - Oproeping vóór de uitspraak over het cassatieberoep - Invloed op de mogelijkheid om bijkomende onderzoekshandelingen te vragen Fiches 7 - 12 Conclusie van advocaat-generaal DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Voltooiing van het onderzoek - Vordering tot regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Voltooiing van het onderzoek - Vordering tot regeling van de rechtspleging - Inverdenkinggestelde en burgerlijke partij - Verzoek aan de onderzoeksrechter om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten - Vervollediging van het onderzoek - Nieuw verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek - Bijkomende onderzoeksdaden STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Toezicht door Kamer inbeschuldigingstelling Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Invloed op de regeling van de rechtspleging Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Arrest waarbij de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden wordt vastgesteld - Cassatieberoep - Oproeping voor de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging - Oproeping vóór de uitspraak over het cassatieberoep - Invloed op de mogelijkheid om bijkomende onderzoekshandelingen te vragen Tekst van de beslissing Nr. P.10.1643.N M. H., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Joachim Meese, advocaten bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Een inverdenkinggestelde kan slechts onmiddellijk cassatieberoep instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat gewezen is op zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer die hem naar de correctionele rechtbank verwijst, op voorwaarde dat hij tegen deze beschikking hoger beroep kon instellen.
- Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiser tegen de beschikking die hem naar de correctionele rechtbank verwijst, ontvankelijk in zoverre de eiser aanvoert dat de procedure voor de raadkamer in het kader van de regeling van de rechtspleging onregelmatig is verlopen bij gebrek aan schorsing bij toepassing van artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering, wat hij bij schriftelijke conclusie had gevraagd voor de raadkamer. In zoverre is het cassatieberoep ontvankelijk.
- Voor het overige verklaart het arrest het hoger beroep niet ontvankelijk, omdat niet is voldaan aan de door artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering bepaalde ontvankelijkheidsvoorwaarden. In zoverre is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 127 en 235ter Wetboek van Strafvordering: de beslissing die oordeelt dat een verzoek tot bijkomend onderzoek niet kan leiden tot schorsing van de regeling van de rechtspleging op grond van de vaststelling dat het verzoek niet was neergelegd voorafgaand aan een eerdere rechtszitting van de raadkamer die had plaatsgevonden vooraleer definitief was beslist over de controle van de bijzondere opsporingsmethoden, is niet naar recht verantwoord.
- Artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij binnen de in § 2 van hetzelfde artikel bepaalde termijn de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering kunnen verzoeken om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten. In dat geval wordt de regeling van de rechtspleging geschorst. Als het verzoek definitief is behandeld, wordt de zaak opnieuw vastgesteld voor de raadkamer overeenkomstig de in § 2 bepaalde vormen en termijnen. Artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering geeft aan de partijen die vóór hun verschijning voor het onderzoeksgerecht een verzoek overeenkomstig artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen hebben ingediend of die, alhoewel zij hiertoe de mogelijkheid hadden, maar dit in tegenstelling tot andere partijen hebben nagelaten, niet het recht de regeling van de rechtspleging een tweede maal te laten schorsen door de onderzoeksrechter opnieuw om bijkomende onderzoeksverrichtingen te verzoeken, ook al zijn het andere. Afgezien van het geval waarin het openbaar ministerie op grond van de uitslag van de eerder gevraagde bijkomende onderzoeksverrichtingen zijn vordering tot regeling van de rechtspleging wijzigt, is het recht om bijkomende onderzoeksverrichtingen te verzoeken gedurende de termijn die aan de rechtszitting voor de regeling van de rechtspleging voorafgaat, een recht dat maar eenmaal kan worden uitgeoefend. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Krachtens artikel 235ter, § 1, derde lid, Wetboek van Strafvordering onderzoekt de kamer van inbeschuldigingstelling op het ogenblik dat de onderzoeksrechter zijn dossier aan de procureur des Konings overzendt krachtens artikel 127, § 1, eerste lid, op vordering van het openbaar ministerie, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie die werden toegepast in het kader van het gerechtelijk onderzoek of in het daaraan voorafgaande opsporingsonderzoek. De controle door de kamer van inbeschuldigingstelling over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie van artikel 235ter, § 1, Wetboek van Strafvordering betreft enkel een controle ten einde na te gaan of naar de gegevens van het vertrouwelijk dossier de voorschriften betreffende deze bijzondere opsporingsmethoden, bepaald in de artikelen 47sexies, 47septies, 47octies en 47novies Wetboek van Strafvordering werden nageleefd en of de bij het strafdossier gevoegde processen-verbaal betreffende de toepassing van die bijzondere opsporingsmethoden de vermeldingen bevatten die ze moeten bevatten, en of deze overeenkomen met de gegevens van het vertrouwelijk dossier. Deze controle heeft verder niets uitstaande met het onderzoek van de regelmatigheid of de volledigheid van het eigenlijke strafonderzoek.
- De controle van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie, uitgevoerd met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, houdt in dat de regeling van de rechtspleging niet kan plaatsvinden zolang die controle, daarin begrepen het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij die controle wordt uitgevoerd, niet afgehandeld is. Daarentegen volgt evenwel noch uit deze wetsbepaling noch uit artikel 127 van hetzelfde wetboek dat de procedure van regeling van de rechtspleging niet kan opgestart worden door de partijen reeds op te roepen voor de rechtszitting voor de raadkamer, met als gevolg dat de partijen op dat ogenblik toepassing kunnen maken van de in artikel 127, § 3, bepaalde mogelijkheid een verzoek in te dienen bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten. Het feit dat cassatieberoep werd aangetekend tegen het arrest waarbij de controle overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering werd uitgevoerd en hierover nog geen definitieve uitspraak is gedaan, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre faalt het middel eveneens naar recht.
- De appelrechters stellen vast dat: - bij arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 24 juni 2010 werd vastgesteld dat de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie regelmatig zijn; - de cassatieberoepen tegen dit arrest werden verworpen bij de arresten van het Hof van 27 juli 2010 en 21 september 2010; - de partijen opgeroepen werden met het oog op de regeling van de rechtspleging voor de rechtszitting van de raadkamer van 9 juli 2010; - de rechtspleging alsdan geschorst werd ingevolge het verzoek van andere partijen tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen; - na de uitvoering van die bijkomende onderzoekshandelingen de partijen voor de rechtszitting van de raadkamer van 24 september 2010 een tweede maal werden opgeroepen met het oog op de regeling van de rechtspleging; - de eiser op 23 september 2010 een verzoek tot het verrichten van bijkomende onderzoekshandelingen heeft gericht tot de onderzoeksrechter. Zij oordelen vervolgens dat: - uit de tekst van de wet niet volgt dat de procedure tot regeling van de rechtspleging niet kan opgestart worden vooraleer uitspraak is gedaan over het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling inzake de controle bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie; - partijen slechts éénmalig de onderzoeksrechter kunnen verzoeken bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten en de eiser die hiertoe de mogelijkheid had, dit heeft nagelaten in tegenstelling tot andere partijen; - de raadkamer bij beschikking van 29 september 2010 de rechtspleging uiteindelijk heeft geregeld nadat aan de voorafgaande vereiste van de controle van de bijzondere opsporingsmethoden door de kamer van inbeschuldigingstelling definitief werd voldaan. Aldus verantwoorden zij hun beslissing dat de regeling van de rechtspleging niet andermaal moet worden geschorst, naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 23 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101123.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140528.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.7 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160217.2 ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20101012.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div