id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101126.3 Rolnummer: C.08.0335.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-12-02 Raadplegingen: 190 - laatst gezien 2026-07-01 14:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche De klachten en verzoeken van de aannemer om de herziening van de overeenkomst of schadeloosstelling te verkrijgen, moeten, op straffe van verval, schriftelijk ingediend worden ten laatste zestig kalenderdagen na de voorlopige keuring van de gezamenlijke werken; dit schriftelijk indienen kan gebeuren door en op de datum van afgifte van een aangetekende brief bij de postdiensten
(1)Zie Cass., 10 okt. 1985, AR nr. 7277, A.C., 1985-1986, nr. 82; zie ook M-A FLAMME, Praktische Commentaar bij de reglementering van de Overheidsopdrachten, Deel 2, 1996-1997, Nat. Confederatie van het Bouwbedrijf, Brussel, p. 446-447. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Algemeen (overheidsopdrachten) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSOPDRACHTEN - Algemene uitvoeringsbepalingen overheidsopdrachten - Aanneming van werken (overheidsopdracht) - Algemeen Vrije woorden: Verzoek om herziening van de overeenkomst - Vorm Wettelijke bepalingen: Ministerieel Besluit - 14-10-1964 - Art. 16, D, eerste lid, 2° Tekst van de beslissing Nr. C.08.0335.N ALGEMENE ONDERNEMINGEN AERTS, naamloze vennootschap, met zetel te 2500 Lier, Paaiestraat 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de minister van Financiën, Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19, die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarder Walter Van Orshaegen, met kantoor te 2500 Lier, Anton Bergmannlaan 15. verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 maart 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Vijfde onderdeel 1. Krachtens artikel 16, A, van het ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, AAV, kan de aannemer zich beroepen op feiten die hij aan het bestuur of zijn personeel ten laste legt en die voor hem een oorzaak zouden zijn van een vertraging en (
- of)een nadeel met het oog op het verkrijgen desgevallend van de verlenging van de uitvoeringstermijn, herziening of verbreking van de overeenkomst en (
- of)schadeloosstelling. 2. Krachtens artikel 16, D, eerste lid, 2°, AAV, moeten de klachten en verzoeken van de aannemer om de herziening van de overeenkomst of schadeloosstelling te verkrijgen, op straffe van verval, schriftelijk ingediend worden ten laatste zestig kalenderdagen na de voorlopige keuring van de gezamenlijke werken. Dit schriftelijk indienen kan gebeuren door en op de datum van afgifte van een aangetekende brief bij de postdiensten. 3. Het bestreden arrest stelt vast dat tot de voorlopige oplevering werd overgegaan op 17 december 1985, dat de eiseres bij aangetekend schrijven van 13 februari 1986 de herziening van de overeenkomst vorderde en dat dit aangetekend schrijven door de verweerster werd ontvangen op 18 februari 1985 (bedoeld wordt: 1986). 4. Het bestreden arrest, dat vervolgens oordeelt dat het verzoek tot herziening, dat later werd ontvangen dan zestig kalenderdagen na de voorlopige goedkeuring van de werken, laattijdig en dus onontvankelijk is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel 5. De verweerster erkende uitdrukkelijk in haar appelconclusies dat op de studiekosten zelf interest verschuldigd was vanaf 1 juni 1978. De partijen voerden daaromtrent geen betwisting. Door met bevestiging van het beroepen vonnis te oordelen dat de interest op de studiekosten ten vroegste in 1984 beginnen te lopen, werpen de appelrechters een betwisting op die tussen de partijen niet bestond en miskennen zij het algemeen rechtsbeginsel van de autonomie van de partijen in het burgerlijk geding en schenden zij artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. Omvang van Cassatie 6. De cassatie van de beslissingen, aangevochten in het eerste en het tweede middel, heeft de cassatie tot gevolg van de beslissing over de kosten. Overige grieven 7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering tot prijsherziening conform artikel 16A en 15F van het ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, niet ontvankelijk verklaart wegens laattijdigheid van indiening van het verzoek van de eiseres tot prijsherziening, in zoverre het met bevestiging van het beroepen vonnis uitspraak doet over de aanvangsdatum van de loop van de interest op de studiekosten, en in zoverre het uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 26 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101126.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div