← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.4 Rolnummer: P.10.1735.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-12-02 Raadplegingen: 554 - laatst gezien 2026-07-02 06:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten over de handhaving van de maatregel van vrijheidsbeneming, genomen in toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet

(1).
(1)Cass., 4 aug. 2009, AR P.09.1130.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090804.1, AC, 2009, nr. 460. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Maatregel van vrijheidsberoving - Beslissingen van de onderzoeksgerechten - Artikel 149, Grondwet - Toepassing Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Maatregel van vrijheidsberoving - Beslissingen van de onderzoeksgerechten - Toepassing Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Maatregel van vrijheidsberoving - Beslissingen - Artikel 149, Grondwet - Toepassing Fiches 4 - 6 De rechtspleging op het beroep dat een vreemdeling met toepassing van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet instelt tegen een administratieve maatregel van vrijheidsberoving, is een procedure die spoedeisend is en een voorlopig karakter heeft in de zin van artikel 26, § 3, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof
(1).
(1)Cass., 30 april 2008, AR P.08.0596.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080430.3, AC, 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep bij de rechterlijke macht - Aard van de procedure - Gevolg - Prejudiciële vraag Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep bij de rechterlijke macht - Aard van de procedure - Gevolg - Prejudiciële vraag Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - VREEMDELINGEN - Vreemdelingenwetgeving - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Vreemdelingen - Administratieve maatregel van vrijheidsberoving - Beroep bij de rechterlijke macht - Aard van de procedure - Gevolg - Prejudiciële vraag Tekst van de beslissing Nr. P.10.1735.N M. A. vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, met kantoor te 1040 Brussel, Wetstraat 51, voor wie optreedt de fod Binnenlandse Zaken, dienst vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59 b, ambtshalve tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert miskenning aan van het vermoeden van onschuld: niettegenstaande de eiser de beweerde vervalsing van het visum in het eerder voorgelegde paspoort ontkent en niet blijkt welk gevolg werd gegeven aan het proces-verbaal dat werd opgesteld wegens gebruik van ongeldige identiteitsdocumenten, stelt het arrest vast dat de eiser zich onbetwist schuldig heeft gemaakt aan schriftvervalsing.
  4. Wanneer de vreemdeling met toepassing van artikel 71 Vreemdelingenwet beroep instelt tegen een administratieve maatregel van vrijheidsberoving, dienen de onderzoeksgerechten te onderzoeken of de maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet. Zij moeten daarbij de werkelijke toedracht en de juistheid van de feiten die de administratieve overheid aanvoert, nagaan. De omstandigheid dat een door de administratieve overheid aangevoerd feit als een misdrijf kan worden gekwalificeerd, doet daaraan niet af. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de kamer van inbeschuldigingstelling niet vermag na te gaan of de vreemdeling de aangevoerde strafbare handeling heeft gesteld zolang een strafonderzoek loopt, faalt het naar recht.
  5. Het enkele feit dat de rechter anders oordeelt dan een partij in conclusie aanvoert, levert geen miskenning van het vermoeden van onschuld op. In zoverre faalt het onderdeel eveneens naar recht.
  6. Voor het overige komt het onderdeel geheel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of vraagt het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet: het arrest dat zonder vermelding van de juridische grondslag weigert het Grondwettelijk Hof de voorgestelde prejudiciële vraag te stellen, is aldus onvoldoende gemotiveerd; de vermelde hoogdringendheid van de te nemen beslissing kan die weigering niet verantwoorden. De eiser verzoekt het Hof nog het Grondwettelijk Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen: "Schendt artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenlezing met het artikel 6 van het EVRM en artikel 14 IVBPR voor zover dat een persoon die van zijn vrijheid is beroofd in het kader van de vreemdelingenwet zich voor een onderzoeksgerecht dient te verantwoorden welke enkel oordeelt over de wettigheid van de genomen beslissing terwijl een persoon die van zijn vrijheid is beroofd in het kader van de voorlopige hechteniswet zich voor een onderzoeksgerecht dient te verantwoorden die zowel de wettigheid als de opportuniteit beoordeelt?"
  8. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten over de handhaving van de maatregel van vrijheidsbeneming, genomen in toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet. In zoverre het schending van die bepaling aanvoert, faalt het onderdeel naar recht.
  9. Volgens artikel 26, § 3, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof is een rechtscollege niet ertoe gehouden een prejudiciële vraag te stellen zowel in het geval de vordering spoedeisend is en de uitspraak over de vordering slechts een voorlopig karakter heeft, als in het geval het een procedure ter beoordeling van de handhaving van de voorlopige hechtenis betreft, behalve wanneer er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van een wet, een decreet of een in artikel 134 Grondwet bedoelde regel met een van de in artikel 26, § 1, bedoelde regels of artikelen van de Grondwet en geen vraag of beroep met hetzelfde onderwerp bij het Grondwettelijk Hof aanhangig is.
  10. De rechtspleging op het beroep dat een vreemdeling met toepassing van artikel 71, eerste lid, Vreemdelingenwet instelt tegen een administratieve maatregel van vrijheidsberoving, is een procedure die spoedeisend is en een voorlopig karakter heeft in de zin van artikel 26, § 3, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof.
  11. Het arrest oordeelt dat gelet op de hoogdringendheid van de te nemen beslissing inzake vrijheidsbeneming, niet kan worden ingegaan op het verzoek het Grondwettelijk Hof de voorgestelde prejudiciële vraag te stellen. Aldus omkleedt het arrest zijn beslissing met redenen en verantwoordt het die naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  12. Om de hiervoor vermelde redenen dient ook het Hof de voorgestelde prejudiciële vraag niet te stellen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 30 november 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080430.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090804.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131002.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150826.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160907.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.