← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1 Rolnummer: P.10.1460.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2010-12-22 Raadplegingen: 659 - laatst gezien 2026-07-02 08:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het recht op bijstand van een advocaat gewaarborgd bij artikel 6.3 E.V.R.M., zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, houdt in dat er gedurende het volledige vooronderzoek toegang moet zijn tot een advocaat, tenzij is aangetoond dat er wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak dwingende redenen zijn om dit recht te beperken; zelfs in dat geval mag een dergelijke beperking, wat ook de rechtvaardiging ervan is, niet onrechtmatig de rechten van de beklaagde zoals beschermd bij artikel 6.1 en 6.3 E.V.R.M. beperken

(1).
(1)Zie: Cass., 23 nov. 2010, AR P.10.1428.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Interpretatie Europees Hof voor de Rechten van de Mens - Draagwijdte - Beperking Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Recht op bijstand van een advocaat - Interpretatie Europees Hof voor de Rechten van de Mens - Draagwijdte - Beperking Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Interpretatie Europees Hof voor de Rechten van de Mens - Draagwijdte - Beperking Fiches 4 - 7 De omstandigheid dat verklaringen werden afgelegd tijdens een politieverhoor zonder mogelijkheid van bijstand van een advocaat, heeft niet automatisch voor gevolg dat het definitief onmogelijk is om de zaak van een verdachte en vervolgens beklaagde of beschuldigde op eerlijke wijze te behandelen; wanneer de rechter de verklaringen niet als doorslaggevend bewijs gebruikt, er kennelijk geen misbruik of dwang is gebruikt en de beklaagde zich op het ogenblik van het verhoor en tijdens het onderzoek niet in een kwetsbare positie bevond, of aan de kwetsbare positie van de beklaagde op een daadwerkelijke en passende wijze is geremedieerd, blijft het eerlijke karakter van het proces gevrijwaard
(1).
(1)Zie: Cass., 23 nov. 2010, AR P.10.1428.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Gevolg - Invloed op de eerlijke behandeling van de zaak Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Gevolg - Invloed op de eerlijke behandeling van de zaak Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Gevolg - Invloed op de eerlijke behandeling van de zaak Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Gevolg - Invloed op de eerlijke behandeling van de zaak Fiches 8 - 10 De vormvereisten die bij artikel 47bis Wetboek van Strafvordering voor het verhoor van de beklaagde zijn opgelegd, de korte duur van de grondwettelijke termijn van de vrijheidsberoving, de onmiddellijke overhandiging aan de verdachte, op het ogenblik van de betekening van het bevel tot aanhouding, van alle in de artikelen 16, §7, en 18, §2, Voorlopige Hechteniswet bedoelde stukken, het recht van de verdachte onmiddellijk vrij verkeer te hebben met zijn advocaat overeenkomstig artikel 20, §1 en 5, van de voormelde wet, de inzage van het dossier alvorens voor het onderzoeksgerecht te verschijnen, zoals dat in artikel 21, §3, van die wet is geregeld, alsook de rechten die met name in de artikelen 61ter, 61quater, 61quinquies, 127, 135, 136 en 235bis Wetboek van Strafvordering zijn bedoeld, de inzage van het dossier en het vrij verkeer van de beklaagde of de beschuldigde met zijn advocaat tijdens de procedure voor de feitenrechter, kunnen in hun geheel daadwerkelijke en passende remedies zijn op de afwezigheid van bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor; zij laten de beklaagde of de beschuldigde immers toe zijn recht van verdediging ten volle uit te oefenen en waarborgen zijn recht op een eerlijk proces
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 23 nov. 2010, AR P.10.1428.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. DUINSLAEGER.
(2)Zie: Cass., 5 mei 2010, AR P.10.0257.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3 en AR P.10.0744.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.1, A.C., 2010, nr. 314 en nr. 316 beide met conclusie adv.-gen. VANDERMEERSCH en Cass., 22 juni 2010, AR P.10.0872.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.2, A.C., 2010, nr. 445. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Andere wettelijke waarborgen voor de verdachte, beklaagde of beschuldigde - Daadwerkelijk en passende remedies voor het gebrek aan bijstand Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Andere wettelijke waarborgen voor de verdachte, beklaagde of beschuldigde - Daadwerkelijk en passende remedies voor het gebrek aan bijstand Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Politieverhoor - Geen mogelijkheid van bijstand van een advocaat - Andere wettelijke waarborgen voor de verdachte, beklaagde of beschuldigde - Daadwerkelijk en passende remedies voor het gebrek aan bijstand Fiches 11 - 13 Het staat de rechter aan de hand van de concrete gegevens van de zaak na te gaan of de afwezigheid van bijstand van een advocaat bij een verhoor door de politie of de onderzoeksrechter het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de verdachte en latere beklaagde of beschuldigde onherstelbaar heeft aangetast en of de verklaringen die door hem werden afgelegd zonder de bijstand van een advocaat een zodanige impact hebben gehad op het verloop van het strafproces dat dit geen eerlijk karakter meer zou vertonen
(1).
(1)Zie: Cass., 23 nov. 2010, AR P.10.1428.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5, A.C., 2010, nr. ... met conclusie adv.-gen. DUINSLAEGER. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Mogelijke aantasting - Verhoor zonder bijstand van een advocaat - Taak van de rechter Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.3.c - Mogelijke aantasting - Verhoor zonder bijstand van een advocaat - Taak van de rechter Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Algemeen GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Rechten bij strafvervolging STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Recht van verdediging Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Verhoor door de politie of de onderzoeksrechter - Afwezigheid van bijstand van een advocaat - Recht op een eerlijk proces - Recht van verdediging - Mogelijke aantasting - Taak van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.10.1460.N I-II-III C F A R, beschuldigde, met als raadslieden mr. Nathalie Aernoudts en mr. Caroline Verschuere, advocaten bij de balie te Gent, tegen
  1. H S, burgerlijke partij,
  2. M N, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep 2010/67 is gericht tegen het arrest 2010/24 van het hof van assisen van de provincie Oost-Vlaanderen van 14 mei
  3. Het cassatieberoep 2010/68 is gericht tegen het arrest 2010/25 van het hof van assisen van de provincie Oost-Vlaanderen van 20 mei
  4. Het cassatieberoep 2010/69 is gericht tegen het arrest 2010/26 van het hof van assisen van de provincie Oost-Vlaanderen van 21 mei
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, acht middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 en 6.2 EVRM alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen houdende het recht van verdediging en het vermoeden van onschuld: het arrest van 14 mei 2010 wijst ten onrechte eisers stelling af dat zijn recht op een eerlijk proces is miskend op grond dat die exceptie voor het hof van assisen niet meer kon worden opgeworpen; de eiser was niet opgeroepen voor de rechtszitting waar de regeling van de rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling ten aanzien van een mede-inverdenkinggestelde werd geregeld; daardoor zijn zijn recht van verdediging, zijn recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld onherstelbaar aangetast; die rechten zijn niet hersteld door de evocatie van het onderzoek door de kamer van inbeschuldigingstelling; daarenboven heeft de raadsheer onderzoeksrechter bij de regeling van de rechtspleging geen verslag uitgebracht over de zaak.
  7. In zoverre het middel gericht is tegen het gerechtelijk onderzoek, tegen de procedure voor de kamer van inbeschuldigingstelling, tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat de eiser naar het hof van assisen verwijst en tegen de beslissing van de buitenvervolgingstelling van een mede-inver¬denkinggestelde, is het niet gericht tegen de bestreden arresten en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  8. In zoverre het middel het Hof vraagt vast te stellen dat de eiser geen eerlijk proces heeft gekregen is het evenmin gericht tegen het bestreden arrest en verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk.
  9. Het arrest van 14 mei 2010 onderzoekt of eisers recht van verdediging en recht op een eerlijk proces, alsmede het vermoeden van onschuld miskend werden. Het oordeelt met opgave van redenen dat dit niet het geval is. Aldus komt het eisers verweer ten gronde tegemoet. Hieruit volgt dat het oordeel dat eisers excepties met betrekking tot de miskenning van zijn recht van verdediging, zijn recht op een eerlijk proces en het vermoeden van onschuld niet meer ontvankelijk zijn daar de kamer van inbeschuldigingstelling daarover reeds uitspraak gedaan heeft, de eiser niet grieven. Het middel is in zoverre bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM: het arrest van 14 mei 2010 oordeelt ten onrechte dat door de tussenkomst van de kamer van inbeschuldigingstelling te Gent bij arrest van 20 september 2007, herstel van de vereiste loyaliteit is bereikt; door de aparte vaststelling van de regeling van de rechtspleging voor een mede-inverdenkinggestelde hebben zowel onderzoeksrechter als openbaar ministerie blijk gegeven van een gebrek aan loyaliteit en onpartijdigheid waardoor eisers recht op een eerlijk proces onherstelbaar aangetast werd; het hof van assisen heeft bij de behandeling van de zaak op de rechtszitting eveneens blijk gegeven van partijdigheid.
  11. In zoverre het middel opkomt tegen het gerechtelijk onderzoek en de afzonderlijke vaststelling van de zaak voor regeling van de rechtspleging ten aanzien van een mede-inverdenkinggestelde en de eiser, is het niet gericht tegen de bestreden arresten en is het niet ontvankelijk.
  12. In zoverre het middel het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het evenmin ontvankelijk.
  13. Het arrest van 14 mei 2010 stelt vast dat de kamer van inbeschuldigingstelling bij arrest van 20 september 2007, nadat duidelijk was geworden dat het splitsen van de rechtspleging werd doorgevoerd op initiatief van de leidende onderzoeksrechter, oordeelt dat: - uit de ongebruikelijke techniek van de regeling van de rechtspleging op gesplitste wijze met miskenning van de rechten van de verdediging van de beschuldigde, niet automatisch de nietigheid van de rechtspleging of van het vooronderzoek kan worden afgeleid en dat de strafvordering in de huidige stand van zaken niet onontvankelijk diende te worden verklaard; - het recht van verdediging van de eiser niet onherstelbaar was miskend indien het gerechtelijk onderzoek zonder vooringenomenheid werd hernomen à charge en à décharge; - de onderzoeksmagistraat van het hof van beroep het onderzoek zonder vooringenomenheid à charge en à décharge heeft hernomen en uitgevoerd heeft conform de instructies van de kamer van inbeschuldigingstelling; - over het onderzoek onder leiding van de onderzoeksmagistraat zelf geen opmerkingen geformuleerd worden; - de aangeklaagde werkwijze van de onderzoeksrechter is geschied nadat het onderzoek was beëindigd en het dossier medegedeeld, zodat dit als dusdanig geen reden kan zijn om het gehele onderzoek nietig te verklaren of om tot de nietigheid van de procedure te besluiten. Verder oordeelt het arrest van 14 mei 2010 dat, in de mate dat door de aangeklaagde werkwijze van de onderzoeksrechter een schijn van partijdigheid of een indruk kan zijn gewekt dat het onderzoek onder leiding, gezag en toezicht van de onderzoeksrechter onvoldoende à charge en à décharge zou zijn gevoerd of dat de bewijsmiddelen tegen de beschuldigde niet volledig loyaal werden verzameld, dit passend en consequent hersteld is geworden door de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling om de zaak aan zich te trekken en het onderzoek zonder vooringenomenheid à charge en à décharge te hernemen. Op grond van die redenen is het oordeel van het arrest dat eisers recht op een eerlijk proces en recht van verdediging niet miskend zijn, naar recht verantwoord. Het middel kan in zoverre niet aangenomen worden.
  14. Het proces-verbaal van de rechtszitting van het hof van assisen (p. 24) vermeldt: "Meester A. verzoekt aan de voorzitter dat zou geacteerd worden op het zittingsblad dat [de] getuige (A. D.) verklaart dat hij veertien dagen geleden bedreigd is geworden dat hij zich aan de omerta moet houden. Hij wenst niet te verklaren wie hem heeft bedreigd. Waarvan akte. De getuige verklaart nadien dat hij zich bedreigd voelt en niet dat hij werkelijk bedreigd is. Waarvan akte." Het proces-verbaal voegt hieraan toe: "Er is geen bezwaar hieromtrent vanwege de overige partijen". De omstandigheid dat de voorzitter in het proces-verbaal van rechtszitting de woorden "voelt", "werkelijk" en "is" heeft laten onderlijnen, wijst op zijn zorg de nuance die de getuige aan zijn verklaring heeft willen brengen, duidelijk te maken en geeft geen blijk van partijdigheid. In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.
  15. Het proces-verbaal van de rechtszitting (p. 37) vermeldt dat de eiser noch zijn raadslieden ter rechtszitting van het hof van assisen bezwaar hadden tegen de aanwezigheid van de gerechtspsychiater tijdens de getuigenis van de op verzoek van de verdediging gehoorde psychiater en psycholoog. Ditzelfde proces-verbaal (p. 46) vermeldt eveneens dat de eiser en zijn raadslieden geen bezwaar hadden tegen het feit dat de onderzoeksmagistraat door de voorzitter van het hof van assisen gevraagd werd de verklaringen van een andere getuige bij te wonen teneinde in diens aanwezigheid bijkomend te worden gehoord. In zoverre is het middel nieuw, mitsdien niet ontvankelijk. Derde middel
  16. Het middel voert schending aan van artikel 21 Voorlopige Hechteniswet: bij de regeling van de rechtspleging heeft de raadkamer uitspraak gedaan zonder het verslag van de onderzoeksrechter te horen.
  17. Het middel is niet gericht tegen de bestreden arresten en is bijgevolg niet ontvankelijk. Vierde middel
  18. Het middel voert schending aan van artikel 6.3 EVRM: het openbaar ministerie heeft geweigerd de door de eiser gevraagde getuigen te laten dagvaarden; door deze deloyale houding van het openbaar ministerie, die tevens de wapengelijkheid tussen de partijen miskent, heeft de eiser geen getuigen à décharge kunnen ondervragen.
  19. Het middel dat opkomt tegen de houding van het openbaar ministerie, is niet gericht tegen de bestreden arresten en is bijgevolg niet ontvankelijk. Vijfde middel
  20. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het openbaar ministerie heeft bij de regeling van de rechtspleging de vordering ten aanzien van de eiser en een mede-inverdenkinggestelde ten onrechte gesplitst; het heeft ook ten onrechte geweigerd de door de eiser gevraagde getuigen te dagvaarden: aldus is de wapengelijkheid tussen de eiser en een mede-inverdenkinggestelde alsmede tussen de eiser en het openbaar ministerie miskend; het bestreden arrest van 14 mei 2010 wijst dit ten onrechte van de hand.
  21. Voor het hof van assisen kunnen zowel het openbaar ministerie als de verdediging getuigen dagvaarden. Het feit dat het openbaar ministerie weigert de door de verdediging gevraagde getuigen te dagvaarden belet niet dat de verdediging die getuigen zelf laat dagvaarden. De weigering door het openbaar ministerie om de door eiser gevraagde getuigen te dagvaarden miskent bijgevolg de wapengelijkheid tussen de partijen niet. In zoverre faalt het middel naar recht.
  22. Voor het overige komt het middel op tegen de handelswijze van het openbaar ministerie maar is het niet gericht tegen de bestreden arresten. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Zesde middel
  23. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en miskenning van eisers recht van verdediging, recht op een eerlijk proces en recht op tegenspraak, alsmede miskenning van het mondelinge karakter van het debat voor het hof van assisen: het openbaar ministerie had kennis van de verklaring van de getuige D., afgelegd aan commissaris S., zonder die mede te delen aan de andere partijen; hierdoor zijn de wapengelijkheid, het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces miskend; het hof heeft eveneens de verklaring van die getuige afgelegd aan de politie laten voorlezen, waardoor het mondelinge karakter van het assisenproces is miskend.
  24. In zoverre het middel opkomt tegen de handelswijze van het openbaar ministerie, is het niet gericht tegen de bestreden arresten en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  25. Het proces-verbaal van de rechtszitting (p. 53-55) vermeldt: "De voorzitter, namens zijn discretionaire macht, deelt mee dat om 10 u 30 een telefonische oproep is binnengekomen bij de centrale van het gerechtsgebouw met de melding dat de heer A. D., die eergisteren is komen getuigen, spijt heeft van zijn verklaring en de waarheid wil komen vertellen. De voorzitter beveelt krachtens zijn discretionnaire macht dat dit schriftelijk bericht van de telefoniste bij het dossier wordt gevoegd. De voorzitter verwijst naar de eerder afgelegde getuigenis van de heer A D waarbij de jury zelf de gebrekkig mentale toestand van deze getuige heeft kunnen vaststellen als gevolg van zware geweldplegingen op zijn persoon waaraan hij blijvende fysieke en psychische letsels heeft overgehouden, waarop de voorzitter vervolgt dat hij, na gezamenlijk overleg en met akkoord van alle partijen, opdracht heeft gegeven om de heer D te laten overbrengen door de lokale politie en hem te laten verhoren door commissaris S, die nog in de zaal aanwezig was, over de aanleiding en de omstandigheden van deze telefonische mededeling. De voorzitter vervolgt dat commissaris S kort verslag heeft uitgebracht in aanwezigheid van het openbaar ministerie en alle raadslieden en dat hij na overleg besloten heeft om de heer D opnieuw als getuige te horen, doch voorafgegaan door het getuigenis van commissaris S aangaande het verhoor van de heer D. Er is geen bezwaar hieromtrent van het openbaar ministerie noch van de burgerlijke partijen, de raadslieden van de burgerlijke partijen, de raadslieden van de beschuldigde noch van de beschuldigde zelf. (...) "De eerste getuige commissaris L S voorheen reeds geïdentificeerd neemt plaats op de getuigenbank en staat nog steeds onder dezelfde eed. Hij legt zijn getuigenis af en leest vervolgens op vraag van de voorzitter de verklaring voor die de heer A D deze morgen bij hem heeft afgelegd." (...) De getuige A D, voorheen reeds geïdentificeerd, wordt ter terechtzitting geroepen en geeft er zijn getuigenis. (...) Na zijn bijkomende getuigenis vraagt de voorzitter aan het openbaar ministerie, aan de raadslieden van de burgerlijke partij en aan de raadslieden van de verdediging of zij nog bijkomende vragen willen stellen aan de twee voorgaande getuigen en of er opmerkingen zijn over deze beide getuigenverklaringen. Er zijn geen vragen of opmerkingen vanwege het openbaar ministerie, noch vanwege de raadslieden van de burgerlijke partijen, noch vanwege de raadslieden van de beschuldigde of van de beschuldigde zelf".
  26. Uit dit proces-verbaal blijkt dat: - de voorzitter van het hof van assisen krachtens zijn discretionnaire bevoegdheid en met het akkoord van alle aanwezige partijen, waaronder de eiser, aan een officier van gerechtelijke politie opdracht gegeven heeft de getuige D met betrekking tot zijn eerder ter rechtszitting afgelegde verklaring opnieuw te horen; - de officier van gerechtelijke politie de voor hem afgelegde verklaring van de getuige D op verzoek van de voorzitter van het hof van assisen ter rechtszitting heeft voorgelezen; - de eiser noch zijn raadsman zich voorafgaandelijk tegen die voorlezing hebben verzet; - de getuige daarop voor het hof van assisen opnieuw werd gehoord, zonder dat de eiser of zijn raadslieden over dit verhoor enige opmerking hebben geuit.
  27. Hieruit volgt dat de verklaring van de getuige D niet werd onttrokken aan de tegenspraak van de partijen, maar integendeel ter openbare rechtszitting aan alle partijen, aan de jury en aan het hof van assisen werd medegedeeld en dat de eiser en zijn raadsman niet alleen die verklaring hebben kunnen tegenspreken, maar ook de getuige daarover hebben kunnen ondervragen tijdens zijn verhoor ter rechtszitting. Hierdoor zijn het recht van verdediging, het recht op een eerlijk proces en het recht op tegenspraak geenszins miskend. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  28. Het mondelinge karakter van het proces voor het hof van assisen verzet zich niet tegen de voorlezing van een verklaring die door een getuige aan een officier van gerechtelijke politie is afgelegd. In zoverre faalt het middel naar recht. Zevende middel
  29. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: de redelijke termijn binnen dewelke de eiser recht heeft op de behandeling van zijn zaak is overschreden; het Hof dient het verval van de strafvordering uit te spreken.
  30. Het staat niet het Hof, maar het hof van assisen te oordelen of de redelijke termijn binnen dewelke eenieder recht heeft op de berechting van zijn zaak is overschreden en daaruit de passende gevolgen te trekken. Dit oordeel verplicht immers tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Achtste middel
  31. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.c EVRM: de eiser werd bij zijn eerste verhoor door de politie niet bijgestaan door een advocaat en tijdens de regeling van de rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling verklaarde eisers advocaat zich zonder instructie; hierdoor is eisers recht van verdediging onherroepelijk geschaad; dit verweer wijst het bestreden arrest van 14 mei 2010 ten onrechte af.
  32. In zoverre het middel opkomt tegen de procedure voor de kamer van inbeschuldigingstelling, is het niet gericht tegen het arrest en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  33. Het recht op bijstand van een advocaat gewaarborgd bij artikel 6.3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens, houdt in dat er gedurende het volledige vooronderzoek toegang moet zijn tot een advocaat, tenzij is aangetoond dat er wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak dwingende redenen zijn om dit recht te beperken. Zelfs in dat geval mag een dergelijke beperking, wat ook de rechtvaardiging ervan is, niet onrechtmatig de rechten van de beklaagde zoals beschermd bij artikel 6.
  34. en 6.3 EVRM beperken.
  35. Het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces zijn in de regel geschaad wanneer een verdachte verklaringen aflegt tijdens een politieverhoor zonder mogelijkheid van bijstand van een advocaat.
  36. Deze omstandigheid heeft nochtans niet automatisch voor gevolg dat het definitief onmogelijk is om de zaak van een verdachte en vervolgens beklaagde of beschuldigde op eerlijke wijze te behandelen. Wanneer de verklaringen niet als doorslaggevend bewijs door de rechter gebruikt worden, er kennelijk geen misbruik of dwang is gebruikt en de beklaagde zich op het ogenblik van het verhoor en tijdens het onderzoek niet in een kwetsbare positie bevond, of aan de kwetsbare positie van de beklaagde op een daadwerkelijke en passende wijze is geremedieerd, blijft het eerlijke karakter van het proces gevrijwaard.
  37. Het feit dat de Belgische wetgeving niet voorziet in de bijstand van een advocaat tijdens het verhoor door de politiediensten, dient te worden beoordeeld in het licht van het geheel der wettelijke waarborgen die diezelfde wetgeving de beklaagde of de beschuldigde biedt ter vrijwaring van zijn recht van verdediging en van zijn recht op een eerlijk proces.
  38. De vormvereisten die bij artikel 47bis Wetboek van Strafvordering voor het verhoor van de verdachte zijn opgelegd, de korte duur van de grondwettelijke termijn van de vrijheidsberoving, de onmiddellijke overhandiging aan de verdachte, op het ogenblik van de betekening van het bevel tot aanhouding, van alle in de artikelen 16, § 7, en 18, § 2, Voorlopige Hechteniswet bedoelde stukken, het recht van de verdachte om daarop onmiddellijk vrij verkeer te hebben met zijn advocaat overeenkomstig artikel 20, § 1 en 5, van de voormelde wet, de inzage van het dossier alvorens voor het onderzoeksgerecht te verschijnen, zoals dat in artikel 21, § 3, is geregeld, alsook de rechten die met name in de artikelen 61ter, 61quater, 61quinquies, 127, 135, 136 en 235bis Wetboek van Strafvordering zijn bedoeld, de inzage van het dossier en het vrij verkeer van de beklaagde of de beschuldigde met zijn advocaat tijdens de procedure voor de feitenrechter, kunnen in hun geheel daadwerkelijke en passende remedies zijn op de afwezigheid van bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor. Zij laten de beklaagde of de beschuldigde immers toe zijn recht van verdediging over het hele verloop van het strafproces ten volle uit te oefenen en waarborgen zijn recht op een eerlijk proces.
  39. In zoverre het middel ervan uitgaat dat het gebrek aan bijstand van een advocaat tijdens een politieverhoor het recht van verdediging en recht op een eerlijk proces steeds onherstelbaar aantast, faalt het naar recht.
  40. Verder staat het de rechter aan de hand van de concrete gegevens van de zaak na te gaan of de afwezigheid van bijstand van advocaat bij een verhoor door de politie of de onderzoeksrechter het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de verdachte en latere beklaagde of beschuldigde onherstelbaar heeft aangetast.
  41. Het arrest van 14 mei 2010 overweegt: - een "opzettelijk onrechtmatig handelen" vanwege de verbalisanten gelet op de actuele stand van de wetgeving, is uitgesloten; - bij het verhoor door de onderzoeksrechter alle waarborgen werden ingebouwd opdat de eiser al zijn middelen en bezwaren en vraag tot uitvoering van eventueel bijkomende onderzoeksmaatregelen zou kunnen kenbaar maken; de afgelegde verklaringen kunnen eventueel ook als bewijs à décharge in aanmerking worden genomen; - de eiser na zijn aanhouding ruimschoots de gelegenheid gehad heeft om met zijn raadsman te overleggen, wat hij ook effectief heeft gedaan; - de eiser heeft tijdens zijn verhoren herhaalde malen te kennen gegeven van zijn zwijgrecht gebruik te maken of nog eerst zijn raadsman te willen raadplegen vooraleer te beslissen al dan niet een verklaring af te leggen; hij heeft aldus tijdens het vooronderzoek alle kansen gekregen om zijn verweer en zijn rechts- en procespositie met zijn raadsman te bespreken; - de eiser in het debat ten gronde alle bezwaren en opmerkingen zal kunnen formuleren met betrekking tot de bewijsvoering; - de procedure voor het hof van assisen gekenmerkt is door haar mondelinge karakter; de beschuldigde kan steeds verduidelijkingen, verbeteringen of toevoegingen aanbrengen in zijn verklaringen en zijn uiteindelijk standpunt vóór de sluiting van het debat en met bijstand van zijn raadsman mededelen en bepalen; hij kan ook getuigen ondervragen en hun meningen en opvattingen weerleggen en bestrijden; - de beschuldigde steeds de gelegenheid heeft om in het debat ten gronde zijn motieven over de verklaringen die hij heeft afgelegd, te verklaren of te verduidelijken.
  42. Op grond van die redenen is de beslissing van het arrest van 14 mei 2010 dat eisers recht van verdediging en recht op een eerlijk proces niet zijn miskend, naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.
  43. Ten slotte dient ook te worden nagegaan of de verklaringen die de eiser heeft afgelegd zonder bijstand van een advocaat op het verloop van het proces een zodanige impact hebben gehad dat dit geen eerlijk karakter meer zou vertonen. Uit de hierboven aangehaalde redenen vermeld in het arrest van 14 mei 2010 en uit het arrest van schuldigverklaring van 20 mei 2010, blijkt dat geen enkel gegeven waarop het hof van assisen de veroordeling van de eiser laat steunen, aan de tegenspraak van de partijen werd onttrokken. Aldus heeft de eiser tijdens het proces voor het hof van assisen ook de door hem zonder de bijstand van zijn advocaat afgelegde verklaringen kunnen uitleggen, preciseren en verbeteren en op daadwerkelijke wijze zijn recht van verdediging ten volle kunnen uitoefenen. Aldus schenden de bestreden arresten artikel 6 EVRM geenszins. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  44. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 361,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 7 december 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111129.2 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121113.1 ECLI:BE:EAANT:2011:JUG.20111124.10 ECLI:BE:EAANT:2013:JUG.20130904.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.1 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100505.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100622.2 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130326.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130326.4 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.