id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101210.4 Rolnummer: F.09.0129.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2011-01-18 Raadplegingen: 579 - laatst gezien 2026-07-02 04:51 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101210.4 Fiche 1 Uit de omstandigheid dat een handelsvennootschap een rechtspersoon is die opgericht is met het oog op een winstgevende activiteit, kan niet worden afgeleid dat al zijn uitgaven mogen worden afgetrokken; uitgaven van een rechtspersoon kunnen slechts beschouwd worden als aftrekbare beroepskosten wanneer ze noodzakelijkerwijs betrekking hebben op zijn maatschappelijke activiteit
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - VENNOOTSCHAPPEN - Grondslag - Vaststelling netto-inkomen Vrije woorden: Vennootschapsbelasting - Beroepskosten - Aftrekbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 49, eerste lid, en 183 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal Thijs. Thesaurus CAS: BELASTING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - VENNOOTSCHAPPEN - Grondslag - Vaststelling netto-inkomen Vrije woorden: Vennootschapsbelasting - Beroepskosten - Aftrekbaarheid Tekst van de beslissing Nr. F.09.0129.N JOPO BELGIE cva, met zetel te 3680 Maaseik, Javanastraat 102, eiseres, met als raadsman mr. Henri Vandebergh, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur van het controlecentrum Tongeren-Genk, met kantoor te 3700 Tongeren, Verbindingstraat 26, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 april
- Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Anders dan het onderdeel aanvoert, beslist het hof van beroep niet dat de eiseres geen economische activiteit heeft, maar oordeelt het dat de eiseres niet aantoont "in welke mate" economische activiteiten werden ontplooid. De appelrechters sluiten aldus niet uit dat de eiseres enige economische activiteit ontwikkelt, maar oordelen dat er geen verband is aangetoond tussen de kosten die de eiseres als beroepskosten aftrekt en die economische activiteit. De vermeende tegenstrijdigheid die hierin zou bestaan dat het hof van beroep tegelijkertijd aanneemt dat er geen economische activiteit bestaat en toch aanneemt dat de eiseres onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, bestaat niet. De grief dat het hof van beroep ten onrechte oordeelt dat er geen economische activiteit voorhanden is en hierdoor de bewijskracht van bepaalde akten miskent evenals de bepalingen van het WIB92 die betrekking hebben op de aftrekbare kosten, mist eveneens feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Uit de omstandigheid dat een handelsvennootschap een rechtspersoon is die opgericht is met het oog op een winstgevende activiteit, kan niet worden afgeleid dat al zijn uitgaven mogen worden afgetrokken. Uitgaven van een rechtspersoon kunnen slechts beschouwd worden als aftrekbare beroepskosten wanneer ze noodzakelijkerwijs betrekking hebben op zijn maatschappelijke activiteit.
- Het onderdeel gaat ervan uit dat alle kosten die voortvloeien uit het bestaan zelf van een vennootschap noodzakelijk aftrekbaar zijn en dat niet moet worden aangetoond dat die kosten gedaan of gedragen werden om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Het onderdeel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 291,16 euro jegens de eisende partij en op de som van 421,46 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 10 december 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101210.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101210.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150612.3 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161014.6 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180921.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div