← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101214.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101214.5 Rolnummer: P.10.0548.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-12-20 Raadplegingen: 463 - laatst gezien 2026-07-02 08:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche De gerechtsdeurwaarder die in strafzaken ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats hebben, het afschrift van de te betekenen akte bij een ter post aangetekende brief, gebeurlijk met de luchtpost, stuurt aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland, betekent aldus niet aan de persoon

(1).
(1)Cass., 18 okt. 1994, AR P.92.6402.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941018.9 en P.92.6784.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941018.9, A.C., 1994, nr. 436; Cass., 16 mei 2001, AR P.01.0269.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.8, A.C., 2001, nr. 287; Cass., 8 mei 2002, AR P.02.0364.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020528.20, A.C., 2002, nr. 322; Cass., 21 okt. 2009, AR P.09.0576.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091021.3, A.C., 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - IN HET BUITENLAND UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - In buitenland Vrije woorden: Strafzaken - Beslissing bij verstek - Betekening bij ter post aangetekende brief - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0548.N E. P. J. A. V. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 187 Wetboek van Strafvordering, artikel 55 Gerechtelijk Wetboek en artikel 3 koninklijk besluit nr. 301 van 30 maart 1936 tot wijziging van de termijnen van rechtspleging, en van de wet van 28 juni 1889 betreffende de exploten in strafzaken en in fiscale zaken te betekenen aan personen die niet hun woonplaats in België hebben: de appelrechters oordelen dat het genoegzaam bewezen is dat de eiser die geen woon- of verblijfplaats in België heeft, kennis heeft genomen van de akte van betekening van het door hem bestreden verstekarrest op 10 oktober 2008, datum waarop de gerechtsdeurwaarder het bestreden verstekarrest betekend heeft door middel van een aangetekende zending per luchtpost; nochtans wordt de betekening die met toepassing van artikel 40, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is gebeurd ten aanzien van hen die in België geen gekende woon- of verblijfplaats of gekozen woonplaats hebben, niet geacht aan de persoon te zijn geschied en blijkt uit geen enkel stuk van het dossier wanneer de eiser kennis heeft gekregen van de betekening; de appelrechters oordelen dan ook onterecht dat, zelfs rekening houdend met de verlenging van de verzettermijn met tachtig dagen, het op 30 maart 2009 aangetekende verzet niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid.
  4. In zoverre het middel een schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, preciseert het niet waarin het motiveringsgebrek bestaat. In zoverre is het middel wegens onnauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  5. Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, maar wel een woonplaats of verblijfplaats in het buitenland, stuurt de gerechtsdeurwaarder, met toepassing van artikel 40 Gerechtelijk Wetboek, het afschrift van de te betekenen akte bij een ter post aangetekende brief, gebeurlijk met de luchtpost, aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland. Volgens het eerste lid, in fine, van dit artikel wordt de betekening geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangstbewijs. De gerechtsdeurwaarder betekent aldus niet aan persoon, wat blijkt uit de in dit artikel gebruikte aanwijzing "aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats" en uit het derde lid van dit artikel volgens welk de betekening altijd aan de persoon mag gedaan worden indien deze in België wordt aangetroffen. Overeenkomstig artikel 187, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, kan de beklaagde, indien de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon is gedaan, wat de veroordeling tot straf betreft in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft genomen. Wanneer de beklaagde in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt die termijn van artikel 187, tweede lid, Wetboek van Strafvordering verlengd zoals bepaald in artikel 55 Gerechtelijk Wetboek en artikel 3 koninklijk besluit nr. 301 van 10 maart
  6. Wanneer de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de feitenrechter in strafzaken onaantastbaar de bewijswaarde van de gegevens waarop hij zijn overtuiging grondt en waarover de partijen vrij tegenspraak hebben kunnen voeren. Hij oordeelt onaantastbaar of de beklaagde die verzet doet tegen de beslissing waarbij hij bij verstek is veroordeeld, kennis heeft gekregen van de betekening van de bij verstek gewezen beslissing en op welke datum. In zoverre het middel opkomt tegen dit oordeel in feite van de rechter of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
  7. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat: - de eiser in België geen woon- of verblijfplaats heeft, maar volgens onder meer een uittreksel uit het rijksregister woont op het adres in het buitenland waar het verstekarrest betekend werd; - de eiser bovendien vertegenwoordiger, zaakvoerder of bestuurder is van drie vennootschappen en uit hun jaarrekeningen eveneens blijkt dat de eiser woonachtig is op het adres van betekening; - een eerder verstekvonnis van 3 december 2007 op 2 januari 2008 aan hetzelfde adres betekend werd, maar de poststukken terugbezorgd werden, niet omdat zij onbesteld waren maar omdat de ge¬adresseerde, te weten de eiser, ze weigerde in ontvangst te nemen; - het verstekarrest van 4 september 2008 op 10 oktober 2008 op dezelfde wijze werd betekend; - dit poststuk dat zonder twijfel verzonden werd, niet werd terugbezorgd. De appelrechters mochten op die gronden oordelen dat de eiser kennis heeft gekregen van de op 10 oktober 2008 uitgevoerde betekening van het verstekarrest en verantwoorden aldus hun beslissing naar recht dat het door hem slechts op 30 maart 2009 aangetekende verzet wegens laattijdigheid niet ontvankelijk is. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 69,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 14 december 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101214.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941018.9 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020528.20 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091021.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.