← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101217.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 7Gemeentewet - 24-06-1988 - Art.

135, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 02-07-1981 - Artt. 14, § 2, en 15, § 1 Thesaurus CAS: GEMEENTE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELS- EN ECONOMISCH RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Vrijheid van handel en nijverheid PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Afval Vrije woorden: Opdracht - Afvalstoffen - Huishoudelijke afvalstoffen - Inzameling en ophaling - Afwezigheid van reglementering - Gevolg - Ophaling door andere personen Wettelijke bepalingen:

Art. 7Gemeentewet - 24-06-1988 - Art.

135, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 02-07-1981 - Artt. 14, § 2, en 15, § 1 Thesaurus CAS: ECONOMIE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELS- EN ECONOMISCH RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Vrijheid van handel en nijverheid PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Afval Vrije woorden: Vrijheid van koophandel en nijverheid - Afvalstoffen - Huishoudelijke afvalstoffen - Inzameling en ophaling - Gemeente - Opdracht - Afwezigheid van reglementering - Gevolg - Ophaling door andere personen Wettelijke bepalingen:

Art. 7Gemeentewet - 24-06-1988 - Art.

135, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 02-07-1981 - Artt. 14, § 2, en 15, § 1 Tekst van de beslissing Nr. C.10.0148.N VHS EUROP, naamloze vennootschap, met zetel te 9140 Temse, Frankrijkstraat 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM), intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 2800 Mechelen, Stationsstraat 110, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 oktober 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling

  1. Artikel 7 van het decreet van 2/17 maart 1791 tot afschaffing van het gildenwezen (decreet d'Allarde) waarborgt de vrijheid van handel. Deze vrijheid van handel en nijverheid is evenwel niet onbeperkt en kan door de overheid worden gereglementeerd. Deze beperkingen mogen echter niet verder reiken dan voor het bereiken van het gestelde doel noodzakelijk is.
  2. Artikel 135, §2, Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de gemeenten ook tot taak hebben, het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden onder meer de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: (1°) alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel, (5°) het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizootieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden en (7°) het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast.
  3. Krachtens artikel 14, §2, Afvalstoffendecreet zijn de natuurlijke personen of rechtspersonen die afvalstoffen inzamelen of ophalen, huishoudelijke afvalstoffen die door de gemeente huis aan huis worden opgehaald uitgezonderd, en handelaars of makelaars die ten behoeve van anderen regelingen treffen voor de verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen, onderworpen aan een door de Vlaamse regering te verlenen erkenning. Artikel 15, §1, van hetzelfde decreet bepaalt dat elke gemeente, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, ervoor zorgt dat de huishoudelijke afvalstoffen maximaal worden voorkomen of hergebruikt, op regelmatige tijdstippen worden opgehaald of op een andere wijze worden ingezameld, en worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 14 en 16, §1 en §
  4. Uit voormelde bepalingen volgt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het inzamelen en het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en dat zij deze ophaling kan reguleren. Deze bepalingen sluiten echter niet uit dat, in zoverre de gemeente het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen niet heeft gereglementeerd, andere personen huishoudelijke afvalstoffen mogen ophalen met inachtneming van de bepalingen van het Afvalstoffendecreet. Het is derhalve in die omstandigheden niet verboden aan andere erkende natuurlijke personen of rechtspersonen dan die waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten of aan wie zij toelating heeft verleend, om huishoudelijke afvalstoffen op te halen door middel van inzamelpunten op private eigendom.
  5. De appelrechters oordelen dat het ophalen en inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen een uitsluitende bevoegdheid van de gemeente is zodat ondernemingen die zich met deze activiteiten bezighouden verplicht zijn aan te tonen dat zij handelen in samenspraak of minstens met toestemming van de gemeente, en dit ongeacht of deze inzameling gebeurt met containers op gemeentelijk grondgebied, dan wel op private terreinen.
  6. Door aldus te oordelen schenden de appelrechters de vrijheid van handel en nijverheid zoals gewaarborgd door artikel 7 van het decreet van 2/17 maart
  7. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 17 december 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101217.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.232.653 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.