id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100114.6 Rolnummer: C.08.0503.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 449 - laatst gezien 2026-07-02 21:14 Versie(s): Vertaling FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100114.6 Fiche 1 De rechter van een verdragsluitende Staat bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt over een onderwerp ten aanzien waarvan partijen een overeenkomst hebben aangegaan als bedoeld in artikel 2.3 van het Verdrag van New York van 10 juni 1958, en aan wie door een van de partijen de vraag wordt onderworpen het geschil naar arbitrage te verwijzen, kan die vraag toetsen aan zijn rechtstelsel en zodoende de grenzen bepalen waarin private rechtspraak over bepaalde materies bestaanbaar is met zijn interne rechtsorde; hij kan de mogelijkheid van het beroep op arbitrage mede laten afhangen van voorwaarden die los staan van de toestand van partijen of van het voorwerp van het geschil alsmede de dwingende regels van zijn interne rechtsorde in zijn beoordeling betrekken
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: ARBITRAGE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - ARBITRAGE - Verdrag New York 10 juni 1958 - Buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: Overeenkomst - Arbitragebeding - Overheidsrechter - Verzoek tot verwijzing - Beoordeling - Criteria Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 10-06-1958 - Artt. 2.1 en 2.3 Fiche 2 Wanneer een arbitrageovereenkomst volgens de wil van de partijen aan een vreemde wet is onderworpen, moet de overheidsrechter die kennis neemt van een exceptie van rechtsmacht, de arbitrage uitsluiten wanneer het geschil krachtens alle relevante rechtsregels van de lex fori niet aan de rechtsmacht van de nationale rechter mag worden onttrokken
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: ARBITRAGE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - ARBITRAGE - Verdrag New York 10 juni 1958 - Buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: Overeenkomst - Arbitragebeding onderworpen aan een vreemde wet - Overheidsrechter - Exceptie van rechtsmacht - Beoordeling - Criteria Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 10-06-1958 - Artt. 2.1 en 2.3 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: ARBITRAGE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - ARBITRAGE - Verdrag New York 10 juni 1958 - Buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: Overeenkomst - Arbitragebeding - Overheidsrechter - Verzoek tot verwijzing - Beoordeling - Criteria Overeenkomst - Arbitragebeding onderworpen aan een vreemde wet - Overheidsrechter - Exceptie van rechtsmacht - Beoordeling - Criteria Annotaties Publicaties: Revue critique de jurisprudence belge [R.C.J.B.] - TRAEST, Michael; Note "Encore... un arrêt de la Cour de cassation sur l'arbitrabilité des litiges relatifs à une résiliation, sous l'empire de la loi du 27 juillet 1961, des concessions de vente exclusive" - 2013, n° 2, p. 249-
- Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.08.0503.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS:
- Het eerste middel bekritiseert de bevestiging door het hof van beroep van de beslissing van de eerste rechter volgens dewelke het door eiseres ingeroepen arbitragebeding niet kan worden toegepast en niet toelaat het geschil aan de rechtsmacht van de Belgische rechter te onttrekken.
- Het eerste onderdeel verwijt het bestreden arrest terzake een onjuiste toepassing te hebben gemaakt van artikel 2.1 en 2.3., van het Verdrag betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechtelijke uitspraken, gesloten te New York op 10 juni 1958, en goedgekeurd bij wet van 5 juni
- Artikel 2.1 van dit verdrag bepaalt dat iedere Verdragssluitende Staat de schriftelijke overeenkomst erkent waarbij partijen zich verbinden aan een uitspraak van scheidsmannen te onderwerpen alle of bepaalde geschillen welke tussen hen zijn gerezen of welke tussen hen zouden kunnen rijzen naar aanleiding van een bepaalde al dan niet contractuele rechtsbetrekking en betreffende een geschil dat vatbaar is voor arbitrage. Artikel 2.3 van dat verdrag stipuleert dat de rechter van een Verdragssluitende Staat bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt ten aanzien waarvan partijen een overeenkomst als bedoeld in dit artikel hebben aangegaan, partijen op verzoek van een hunner naar arbitrage verwijst, tenzij hij constateert dat genoemde overeenkomst vervallen is, niet van kracht is of niet kan worden toegepast. Het bestreden arrest weigert in casu het door eiseres ingeroepen arbitragebeding toe te passen op grond van de artikelen 4 en 6 van de wet van 27 juli 1961 betreffende eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleeverkoop, welke bepalingen zich verzetten tegen het in aanmerking nemen van een arbitrageovereenkomst die niet in de toepassing van het Belgische recht voorziet.
- De problematiek inzake de arbitreerbaarheid van geschillen betreffende de Alleenverkoopconcessiewet te laten beoordelen door de lex fori, dan wel de lex contractus of de lex arbitrationis, is reeds herhaalde malen aan de orde geweest in de rechtspraak en rechtsleer en werd daar op uiteenlopende wijze beantwoord (voor een overzicht, zie M. TRAEST, "De beoordeling van de arbitreerbaarheid van een geschil bij een exceptie van rechtsmacht: het Hof van Cassatie kiest voor de lex fori", en P. HOLLANDER, " L'arbitrabilité des litiges en matière de résiliation de concessions de vente soumises à la loi du 27 juillet 1961: fin de la controverse?", noten bij Cass., 15 oktober 2004, A.R. nr. C.02.0216.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041015.2, TBH 2005, 488 en 498). In het principieel arrest van 15 oktober 2004, A.R. nr. C.02.0216.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041015.2, A.C. 2004, nr. 485 nam uw Hof duidelijk standpunt in in volgende bewoordingen: "Dat de verplichting te verwijzen alleen geldt voor geschillen die vatbaar zijn voor arbitrage; Overwegende dat artikel 2, lid 3, niet uitdrukkelijk de wet aanwijst op grond waarvan moet worden bepaald of het geschil vatbaar is voor arbitrage; Dat die verdragsbepaling evenwel toelaat dat de rechter aan wie die vraag wordt onderworpen, de vraag aan zijn rechtsstelsel toetst en zodoende de grenzen bepaalt waarin private rechtspraak over bepaalde materies bestaanbaar is met de wettelijke orde; Dat wanneer het arbitragebeding volgens de wil van de partijen onderworpen is aan een vreemde wet, de overheidsrechter aan wie een exceptie van rechtsmacht wordt opgeworpen, de arbitreerbaarheid mag uitsluiten wanneer hierdoor de openbare orde van zijn rechtsstelsel wordt aangetast;" Uw Hof opteerde in dat arrest duidelijk voor de lex fori-benadering: door a priori uit te sluiten dat de rechter de lex fori in zijn beoordeling zou betrekken, hadden de appelrechters volgens Uw Hof de aangeduide verdragsbepalingen geschonden. Dat standpunt werd nog explicieter verwoord in het arrest van Uw hof van 16 november 2006 (A.R. nr. C.02.0445.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.7, www.cass.be, met conclusie adv.-gen. Henkes; TBH 2007,
(890)898, met noot L. MERTENS: cfr. infra). Ik citeer: "(Voornoemd) artikel 2 vermeldt niet op grond van welke wet de rechter de arbitreerbaarheid van het geschil moet nagaan. Die verdragsbepaling stelt de rechter in staat de vraag te beoordelen volgens de lex fori en te bepalen in hoeverre, in bepaalde aangelegenheden, arbitrage kan worden toegestaan. Wanneer de arbitrageovereenkomst, zoals in deze zaak, aan een vreemde wet is onderworpen, moet de rechter die kennis neemt van een exceptie van rechtsmacht, de arbitrage uitsluiten wanneer het geschil krachtens de lex fori niet aan de rechtsmacht van de nationale rechter mag worden onttrokken. Het bestreden arrest dat oordeelt dat ‘de artikelen 2, § 3, en 5, §§ 1 en 2, van het verdrag van New York geen enkele ruimte bieden voor de toepassing van de eigen wet om te beoordelen of het geschil arbitreerbaar is, en dat die kwestie geregeld moet worden bij de wet die op de overeen komst van toepassing is', verantwoordt de beslissing om zich (...) zonder rechtsmacht te verklaren om van het geschil kennis te nemen, niet naar recht." 4. Eiseres beoogt kennelijk een nuancering van de door uw Hof vooropgestelde regel door te stellen dat de lex fori slechts kan leiden tot het buiten toepassing laten van de arbitrageovereenkomst indien het geschil ‘op zichzelf' niet arbitreerbaar is. Volgens eiseres moet daaronder worden verstaan dat het arbitreerbaar karakter van het geschil niet kan afhangen van voorwaarden die los staan van de toestand van de partijen of van het voorwerp van hun geschil. Er is volgens eiseres dan ook geen sprake van een geschil dat ‘op zichzelf' niet arbitreerbaar is wanneer de lex fori de arbitreerbaarheid ervan doet afhangen van de vraag of de arbiters al dan niet toepassing zullen maken van het nationale recht. Volgens eiseres moet er sprake zijn van een geschil dat "abstract beschouwd" (bedoeld is dan los van de concrete inhoud van de lex fori) niet vatbaar is voor arbitrage omdat andere voorwaarden dan deze die verband houden met de toestand van de partijen en het voorwerp van het geschil, volgens haar niet in rekening mogen worden gebracht. Men mag volgens eiseres met andere woorden geen rekening houden met de "concrete" inhoud van de lex fori om uit te maken of het geschil ‘in concreto' het voorwerp van arbitrage kan uitmaken. Het resultaat van dergelijke redenering zou natuurlijk met zich meebrengen dat in beginsel elk geschil betreffende de beëindiging van een concessie van alleenverkoop vatbaar zou zijn voor arbitrage, zulks in weerwil van hetgeen de wet van 27 juli 1961 daarover bepaalt. "Abstract beschouwd" kunnen dergelijke geschillen immers het voorwerp van een arbitrageovereenkomst uitmaken vermits de wet van 27 juli 1961 enkel de arbitreerbaarheid uitsluit indien de arbiters de Belgische wet niet toepassen. Nochtans is er geen reden waarom een beoordeling aan de hand van de lex fori om de arbitreerbaarheid van een geschil te bepalen in de zin van artikel 2 van het Verdrag van New York ook niet mede zou kunnen worden bepaald aan de hand van een rechtsregel uit die lex fori die met zich meebrengt dat een geschil niet het voorwerp van arbitrage kan uitmaken indien niet vaststaat dat de arbiters op het geschil Belgisch recht zullen toepassen. Anders gezegd, het is weinig zinvol om te beslissen dat de arbitreerbaarheid van het geschil wordt bepaald door de lex fori om dan uit te sluiten dat - zoals eiseres beoogt in het eerste onderdeel - dat met de inhoud van de lex fori wordt rekening gehouden om de arbitreerbaarheid van een geschil te bepalen. Dit laatste geldt nog des te meer nu men onder arbitrabiliteit zowel de subjectieve arbitrabiliteit (dit zijn de voorwaarden waaraan een persoon dient te voldoen om een geldige overeenkomst tot arbitrage af te sluiten) als de objectieve arbitreerbaarheid begrijpt en waarbij men met dit laatste de aard van de geschillen bedoelt die aan arbitrage kunnen worden onderworpen; waar die objectieve arbitreerbaarheid afhangt van de lex fori, kan het dan ook maar de concrete inhoud van de lex fori zijn welke die objectieve arbitreerbaarheid invult en die tot gevolg heeft dat sommige geschillen betreffende exclusieve distributieovereenkomsten het voorwerp van arbitrage kunnen uitmaken (dus objectief arbitreerbaar zijn) en andere niet (cfr. B. DEMEULENAERE, "Arbitrabiliteit in het Belgisch arbitragerecht anno 1998", TPR 1998,
(645)646 en 653 e.v. ). Er werd in dit verband ook het volgende opgemerkt: "C'est une chose de proclamer que l'arbitrabilité d'un litige doit être examinée à la lueur de la lex fori, mais ce n'est pas pour autant condamner tout litige à l'inarbitrabilité: la solution dépendra évidemment de la nature du litige et du contenu de la lex fori. (...)" (L. MERTENS, "Arbitrabilité des litiges concernant la résiliation des concessions de vente exclusive soumises à la loi belge du 27 juillet 1961: la bouteille à encre est-elle enfin épuisée?" , noot onder Cass. 16 nov. 2006, TBH 2007,
(890)898). Deze auteur verwijst vervolgens naar artikel 1676.1, derde lid Ger. W. dat bepaalt dat de regel omtrent de vatbaarheid voor arbitrage, de uitzonderingen die elders in de wet voorkomen, onverlet laat en besluit: "En l'occurence, concernant la résiliation des concessions de vente exclusive à durée indéterminée, la loi particulière à laquelle se réfère le Code judiciaire sont les articles 4 et 6 de la Loi" (bedoeld is de wet van 27 juli 1961). "Si une première lecture des articles 4 et 6 laissait à penser que la Loi excluait purement et simplement le recours à l'arbitrage en matière de résiliation de concession de vente exclusive à durée indéterminée produisant ses effets dans tout ou partie du territoire belge (dès lors que la convention d'arbitrage avait été conclue avant la fin du contrat de concession), l'interprétation sans équivoque qui en fut faite par l'arrêt AUDI-NSU limita la protection de l'article 4 de la Loi à la possibilité pour le concessionnaire de pouvoir toujours se voir appliquer les dispositions de la Loi, quitte à ce que ce soit par un arbitre. La soumission à l'arbitrage des litiges tombant dans le champ d'application de la Loi est donc admise par les juges belges, dès lors qu'ils constatent que les arbitres ont l'obligation d'appliquer les dispositions de la Loi." 5. In voormeld arrest inzake AUDI-NSU (Cass. 28 juni 1979, AC 1978-79, 1303) oordeelde het Hof inderdaad dat een geschil over de beëindiging door de concessiegever van een contract inzake een concessie van alleenverkoop met uitwerking voor het gehele Belgische grondgebied of een deel ervan derhalve niet vatbaar is voor beslechting door een arbitrage die vóór het einde van het contract is overeengekomen en tot doel en gevolg heeft dat een buitenlandse wet wordt toegepast. Het Hof aanvaardt derhalve de rechtsmacht van arbiters op voorwaarde dat het beschermingsregime van de Alleenverkoopconcessiewet door hen wordt gegarandeerd (M. NEUT, "De beoordeling door de Belgische rechter, ten tijde van het opwerpen van de exceptie van onbevoegdheid, van de arbitreerbaarheid van een geschil inzake de eenzijdige beëindiging van een alleenverkoopconcessie" (noot onder Kh. Leuven 14 september 1999), RW 1999-2000,
(1304)1340). Een dergelijke inhoudelijke regel hangt derhalve niet af van de toestand van de partijen of het voorwerp van het geschil, doch het kan niet worden betwijfeld dat die regel uit de lex fori in rekening kan en moet worden gebracht om de arbitreerbaarheid van het geschil te beoordelen. Het Verdrag van New York verzet zich daar ook niet tegen. Ook auteurs die de arbitrage ‘genegen' zijn, kunnen zich overigens in dergelijke conclusie vinden, bv.: M. PIERS die - naar aanleiding van voormeld arrest van 15 oktober 2004 - stelt dat dit arrest een solide opvatting vertegenwoordigt over de interrelatie van de wilsautonomie van de partijen, het toepasselijke recht en de dwingende rechtsregelen "(...) Ook vanuit proceseconomisch standpunt is de juridische orde zeker gediend met een oordeel dat rekening houdt met de dwingende bepalingen van de lex fori" (M. PIERS, "Arbitreerbaarheid en toepasselijk recht: is de controverse nu ten einde?", RW 2004-05,
(1049)1053; M. PIERS en H. VERBIST, "Concessiegeschillen en arbitrage. Welk recht bepaalt vatbaarheid voor arbitrage?", NjW 2005,
(619)624; M. TRAEST, "De beoordeling van de arbitreerbaarheid van een geschil bij een exceptie van rechtsmacht: het Hof van Cassatie kiest voor de lex fori", noot bij Cass., 15 okt. 2004, A.R. nr. C.02.0216.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041015.2, TBH 2005, 488). Het eerste onderdeel kan derhalve niet worden aangenomen. (...) Besluit: VERWERPING. ARREST Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100114.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041015.2 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div