id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100121.1 Rolnummer: C.08.0062.N-C.08.0369.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-02-03 Raadplegingen: 167 - laatst gezien 2026-07-02 21:16 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100121.1 Fiches 1 - 2 Uit het systeem van het CMR-Verdrag vloeit voort dat zowel de afzender als de geadresseerde gerechtigd zijn om op grond van artikel 17 een aansprakelijkheidsvordering in te stellen tegen de vervoerder; zij dienen hiertoe niet het bestaan van de schade in het eigen vermogen te bewijzen, behoudens ingeval de vervoerder door zowel de afzender als de geadresseerde wordt aangesproken; dit sluit niet uit dat wanneer de geadresseerde door de verzekeraar wordt vergoed, hij in die mate niet langer vorderingsgerechtigd is, maar uitsluitend de in zijn rechten gesubrogeerde verzekeraar
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Betaling - Betaling met indeplaatsstelling HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag Vrije woorden: C.M.R.-Verdrag - Vervoerder - Aansprakelijkheid - Afzender - Geadresseerde - Aansprakelijkheidsvordering - Voorwaarde - Verzekeraar - Vergoeding - Subrogatie Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Art. 17, eerste lid - 30 Link Justel databank 19560519-30 Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Betaling - Betaling met indeplaatsstelling HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag Vrije woorden: Vervoer - Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Vervoerder - Aansprakelijkheid - Afzender - Geadresseerde - Aansprakelijkheidsvordering - Voorwaarde - Verzekeraar - Vergoeding Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Art. 17, eerste lid - 30 Link Justel databank 19560519-30 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Betaling - Betaling met indeplaatsstelling HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag Vrije woorden: C.M.R.-Verdrag - Vervoerder - Aansprakelijkheid - Afzender - Geadresseerde - Aansprakelijkheidsvordering - Voorwaarde - Verzekeraar - Vergoeding - Subrogatie Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Betaling - Betaling met indeplaatsstelling HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag Vrije woorden: Vervoer - Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Vervoerder - Aansprakelijkheid - Afzender - Geadresseerde - Aansprakelijkheidsvordering - Voorwaarde - Verzekeraar - Vergoeding Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.08.0062.N-C.08.0369.N Conclusie van de heer advocaat-generaal G. Dubrulle
- Het geschil heeft betrekking op een betwisting tussen vorderingsgerechtigden en vervoerders n.a.v. de diefstal van een oplegger geladen met goederen die het voorwerp waren van een transport onder toepassing van het C.M.R.-Verdrag. Beide cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest en dienen dus te worden gevoegd. Het eerste cassatieberoep (A.R. C.08.0062.N) wordt ingesteld door de verzekeraars van de eigenlijke vervoerder, de N.V. Katoen Natie Trucking, die het vervoer uitvoerde in opdracht N.V. Katoen Natie, welke beide vervoerders het tweede cassatieberoep (A.R. C.08.0369.N) instelden.
- Het eerste cassatieberoep (A.R. C.08.0062.N) S.A. Sega France, de eerste verweerster, is de geadresseerde van het transport en heeft wegens verlies van de vervoerde goederen ingevolge diefstal tijdens het transport een hoofdvordering ingesteld tegen de vervoerders. De eiseressen betwisten de toelaatbaarheid van die vordering om de reden dat S.A. Sega France, voor het instellen van de vordering, door haar verzekeraars volledig werd vergoed en derhalve alleen deze laatsten als gesubrogeerden de vordering konden instellen. Het bestreden tussenarrest acht de betwisting tussen de eiseressen en S.A. Sega France met betrekking tot de toelaatbaarheid van haar vordering overbodig. Meer bepaald wordt de vraag overbodig geacht of deze geadresseerde, spijts ze vergoed werd, toch nog in eigen naam deze vordering kon instellen, dan wel of deze vordering diende te worden ingesteld door haar verzekeraars, na betaling van de vergoeding, mits subrogatie of in haar naam. Deze beslissing steunt op het oordeel dat de geadresseerde, in het systeem van het C.M.R.-Verdrag, inzonderheid van het artikel 17, eerste lid, in het geval dat, zoals te dezen, de vervoerder zowel door de afzender als door de geadresseerde wordt aangesproken, deze laatste, daadwerkelijke schadelijder, zijn persoonlijke schade niet dient te bewijzen. De vordering van de afzender werd niet toelaatbaar verklaard.
- Het eerste onderdeel van het cassatiemiddel bestrijdt deze beslissing. De eiseressen, de verzekeraars, vragen enkel de vernietiging van het arrest in zoverre het de hoofdvordering van de geadresseerde (S.A. Sega France) tegen de (hoofd- en onder)vervoerders (N.V. Katoen Natie en N.V. Katoen Natie Trucking) toelaatbaar verklaart, maar niet in zoverre het de vordering in tussenkomst en vrijwaring van die vervoerders tegen henzelf (nochtans de enige vordering die hen rechtstreeks aanbelangt) toelaatbaar verklaart. Ik meen dat de eiseressen toch een belang hebben bij dit onderdeel, omdat de beslissing over die vordering in tussenkomst en vrijwaring afhangt van beslissing over de toelaatbaarheid. Het onderdeel komt me ook gegrond voor. Het voert inderdaad terecht aan dat het vorderingsrecht van de geadresseerde de subrogatie van zijn verzekeraar niet uitsluit. Het artikel 17, lid 1, van het C.M.R.- Verdrag bepaalt dat de vervoerder aansprakelijk is voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering (alsmede voor de vertraging in de aflevering). Zowel de geadresseerde als de afzender zijn dus tegen de vervoerder vorderingsgerechtigd zonder dat ze hun eigen vermogenschade dienen te bewijzen, behalve wanneer ze beide de vervoerder aanspreken, die dan moet weten aan wie hij moet betalen. Dit systeem sluit echter de subrogatie niet uit: wanneer de geadresseerde door zijn verzekeraar vergoed werd, is hij niet meer vorderingsgerechtigd, dan wel uitsluitend de verzekeraar die in zijn plaats is gesteld. Het arrest kon aldus niet zonder schending van de aangevoerde wetsbepalingen oordelen dat de desbetreffende vraag overbodig was en op die grond beslissen dat de vordering van de geadresseerde tegen de eiseressen toelaatbaar is.
- Het tweede onderdeel, dat een tegenstrijdigheid aanvoert - namelijk waar geoordeeld wordt dat de geadresseerde zijn schade moet bewijzen en toch niet moet bewijzen - en waarop ook het tweede cassatieberoep, dat van de vervoerders, gesteund is, lijkt me weliswaar ook gegrond, doch niet tot ruimere cassatie te kunnen leiden. De cassatie dient echter wel uitgebreid te worden tot de beslissing over de vordering in tussenkomst en vrijwaring van de vervoerders (N.V. Katoen Natie en N.V. Katoen Natie Trucking) tegen de eiseressen.
- Het tweede cassatieberoep (A.R. C.08.0369.N), dat van deze vervoerders, is dan zonder belang.
- Conclusie: vernietiging. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100121.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div