id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100121.5 Rolnummer: C.08.0246.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Internationaal privaatrecht - Overige Invoerdatum: 2010-02-09 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 21:16 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100121.5 Fiches 1 - 3 Uit artikel 31, lid 1, van het C.M.R.-Verdrag volgt dat wanneer de partijen in hun overeenkomst een bepaald gerecht hebben aangewezen, dit niet kan uitsluiten dat het geschil door een eiser kan worden gebracht voor een van de andere in dit artikel bedoelde gerechten
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: C.M.R.-Verdrag - Plaatselijke bevoegdheid - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Artt. 31, eerste lid en 41.1 - 30 Link Justel databank 19560519-30 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Bevoegdheid - Plaatselijke bevoegdheid - Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Artt. 31, eerste lid en 41.1 - 30 Link Justel databank 19560519-30 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Plaatselijke bevoegdheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Artt. 31, eerste lid en 41.1 - 30 Link Justel databank 19560519-30 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: C.M.R.-Verdrag - Plaatselijke bevoegdheid - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Bevoegdheid - Plaatselijke bevoegdheid - Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Plaatselijke bevoegdheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Verbintenissen - Internationale bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Goederenvervoer - Landvervoer. Wegvervoer - C.M.R.-Verdrag - Exclusief bevoegdheidsbeding - Geldigheid Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.08.0246.N Conclusie van de heer advocaat-generaal G. Dubrulle
- In het bestreden arrest verklaren de appelrechters de rechtbanken te Brugge zonder rechtsmacht om kennis te nemen van de vordering van de eiseres tot betaling van facturen voor transporten, wegens strijdigheid van de bevoegdheidsclausule in haar algemene voorwaarden met het C.M.R.-Verdrag, meer bepaald op grond van de volgende bepalingen van het Verdrag: Art.
- Alle rechtsgedingen, waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, kunnen door de eiser, behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan: a) de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten,of b) de plaats van inontvangstneming der goederen of de plaats bestemd voor de aflevering der goederen, is gelegen, zij kunnen voor geen andere gerechten worden gebracht. Art.
- Behoudens de bepalingen van artikel 40 is nietig ieder beding, dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van de bepalingen van dit Verdrag. De nietigheid van dergelijke bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst tot gevolg. Het arrest oordeelt dat de aanwijzing tussen partijen van een bevoegde rechter dient te worden beschouwd als een aanvullende mogelijkheid, naast de in de litterae a) en b) van art. 31 bedoelde mogelijkheden en dat het beding in deze ("alle geschillen betreffende de interpretatie en de uitvoering van deze overeenkomst vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de rechtbanken in Brugge"), dat de door deze verdragsbepaling bedoelde mogelijkheden uitsluit, daarmede dus in strijd is en krachtens dat art. 41 nietig is.
- Het cassatiemiddel, dat een schending aanvoert van deze beide verdragsbepalingen, lijkt me niet te kunnen aangenomen worden. Het gaat, m.i., ten onrechte ervan uit dat het exclusiviteitbeding een gerecht toevoegt aan deze door het verdrag opgelegd, zonder afbreuk te doen aan deze regeling. Meer bepaald stelt het middel ten onrechte dat het arrest beslist dat het beding steeds nietig is, zonder dat de appelrechters concreet zouden nagegaan hebben of de eiseres zich op dat beding beriep en of dat beding afbreuk deed aan die regeling. De eiseres zou zich dus beroepen op het bevoegdheidsbeding doch niet op het exclusief karakter ervan. Dit standpunt lijkt me niet overeen te brengen met de termen van het beding: wanneer een partij zich hierop beroept, verwijst ze uiteraard naar zijn inhoud, namelijk de exclusiviteit, dit is dus de uitsluiting van de door het verdrag gewaarborgde mogelijkheden. Het door de eiseres tot staving van haar stelling ingeroepen arrest van het Hof van 8 december 2006
(1)vernietigt een arrest omdat het de (niet exclusieve!) forumkeuze van de partijen laat primeren op de door het verdrag gewaarborgde mogelijkheden, terwijl, volgens het Hof, deze mogelijkheden niet mogen uitgesloten worden. De door de eiseres geciteerde rechtsleer alsook de in haar pleitnota aangehaalde rechtspraak bevestigen alleen de juistheid van deze lezing van het verdrag. Thans worden deze mogelijkheden precies uitgesloten. Het bestreden arrest zegt dus terecht dat de exclusieve forumkeuze nietig is. 3. Conclusie: verwerping. ________
(1)Cass. 8 dec. 2006, A.R. C.06.0005.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061208.2, A.C., 2006, nr. 632, met verwijzing, in de voetnoot
(1), naar J. PUTZEYS, l.c., zoals ook door de eiseres aangehaald. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100121.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061208.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div