id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 01 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100201.5 Rolnummer: S.09.0064.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 317 - laatst gezien 2026-07-02 21:19 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.5 Fiche 1 De rechter vermag de door de partijen tot staving van hun vordering voorgedragen redenen ambtshalve aan te vullen, op voorwaarde echter dat hij geen geschil opwerpt waarvan partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn overgelegd en dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en hierbij het recht van verdediging niet miskent. De rechter hoeft de heropening van de debatten niet te bevelen wanneer hij de gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering laat steunen op feitelijke gegevens die aan zijn oordeel waren onderworpen
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Recht van verdediging Vrije woorden: Gerechtelijk recht - Rechtspleging - Taak van de rechter - Afwijzing van de vordering - Heropening van het debat Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Fiche 2 Wanneer uit de stukken waarop mag acht geslaan worden blijkt dat het geding onder andere betrekking had op een vordering zoals bedoeld in artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, belet het loutere feit dat de eiseres in hoger beroep afstand heeft gedaan van dit deel van de rechtsvordering niet de toepassing van artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Sociaal procesrecht (bijzondere regels) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Recht van verdediging Vrije woorden: Sociaal verzekerde - Afstand van vordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017, tweede lid Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Recht van verdediging Vrije woorden: Gerechtelijk recht - Rechtspleging - Taak van de rechter - Afwijzing van de vordering - Heropening van het debat Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Sociaal procesrecht (bijzondere regels) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Recht van verdediging Vrije woorden: Sociaal verzekerde - Afstand van vordering Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ S.09.0064.N Conclusie van advocaat-generaal Mortier: 1. Eerste middel 1.1. Partijen in een burgerlijk geding zijn titularis van de in het geding zijnde subjectieve rechten en de daaraan verbonden rechtsvorderingen. Zij bepalen zelf of ze een geschil aanhangig maken en in welke mate zij dit doen
(1). Dat zij zelf de grenzen van het geschil bepalen impliceert de mogelijkheid om over bepaalde aspecten elke betwisting uit te sluiten. Die aspecten vallen dan buiten de beoordelingsmacht van de rechter. Zo kan het gebeuren dat partijen wel de grond van de zaak betwisten maar niet de omvang van de vordering, in welk geval de rechter wel nog vrij kan beslissen of hij de vordering afwijst of inwilligt, maar indien hij ze inwilligt is hij er wel toe gehouden minstens het onbetwiste deel van het voorwerp toe te kennen en niet minder. De rechter die het bedrag van de gevorderde schadevergoeding vermindert, terwijl de omvang ervan niet betwist wordt door de verweerder miskent dus het beschikkingsbeginsel. 1.
- De rechter dient te oordelen op basis van de hem voorgelegde feiten. Bij zijn plicht de juridische aard van de aangevoerde feiten te onderzoeken en het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde regels, mag hij geen betwisting opwerpen waarvan partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, mag hij het voorwerp van de vordering niet wijzigen en het recht van verdediging van partijen niet miskennen. 1.
- De rechter dient de heropening van het debat niet te bevelen wanneer hij de gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering laat steunen op feitelijke gegevens die aan zijn oordeel onderworpen waren
(2). 1.
- In voorliggend geschil vorderde eiseres een schadevergoeding, berekend op een brutobedrag. De appelrechters kenden een schadevergoeding toe die lager was dan het gevorderde en overeenstemde met een nettobedrag. In het eerste middel voert eiseres aan dat verweerder in zijn beroepsbesluiten nooit heeft aangevoerd dat de schade van eiseres moest berekend worden op het nettobedrag en de rechter dus ambtshalve de gevorderde schadevergoeding reduceert zonder partijen de gelegenheid te geven, via een heropening van het debat, daarover verweer te voeren. Daarmee lijkt eiser aan te geven dat partijen geen discussie voerden over de omvang van het bedrag van de schadevergoeding en de rechter dit aspect ambtshalve in het geding bracht zonder het recht van verdeding van eiseres te eerbiedigen. Uit de stukken waarop mag acht geslaan worden blijkt evenwel dat verweerder, zowel in hoofdorde als in ondergeschikte orde, de integrale schadevergoeding betwistte. De schadevergoeding zelf was dus voorwerp van het geschil. De rechter die in die omstandigheden, binnen de grenzen van het geschil, op basis van de hem regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens uitspraak doet en de schadevergoeding gedeeltelijk toekent, diende niet het debat te heropenen om partijen toe te laten standpunt in te nemen, nu zij beiden hun standpunt hierover hadden duidelijk gemaakt. Het eerste middel kan niet aangenomen worden. 2 Het tweede middel 2.
- In het tweede middel stelt eiseres dat de appelrechters toepassing hadden moeten maken van artikel 1017, tweede lid Ger.W. krachtens hetwelk de overheid of de instelling, belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in onder andere artikel 580 Ger.W., terzake van vorderingen ingesteld door of tegen de sociaal verzekerden persoonlijk, steeds in de kosten wordt verwezen, behoudens indien het geding tergend of roekeloos is. 2.2.Verweerder stelt in de memorie van antwoord dat eiseres niet kan beschouwd worden als sociaal verzekerde nu het niet volstaat dat zij "in beginsel aanspraak kon maken op werkloosheidsuitkeringen". Krachtens artikel 1017 derde lid Ger.W. dient als "sociaal verzekerde" onder verwijzing naar artikel 2.7° van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de sociaal verzekerde verstaan te worden de natuurlijke personen die recht hebben op sociale prestaties, er aanspraak op maken of er aanspraak op kunnen maken. Het standpunt van verweerder faalt dus naar recht. 2.
- Bovendien voert verweerder aan dat eiseres hangende de procedure in hoger beroep afstand deed van de vordering die gericht was tegen de beslissing met betrekking tot haar recht op tijdelijke werkloosheidsuitkeringen, zodat het geding in hoger beroep enkel betrekking had op een vordering tot schadevergoeding in gemeen recht. Uw Hof oordeelde bij arrest van 24 mei 1982
(3)dat artikel 1017, tweede lid Ger.W. toepasselijk is telkens als ter zake van zulke vorderingen, over de kosten uitspraak wordt gedaan. Zelfs wanneer de gerechtigde afstand doet van een vordering ingesteld tegen de overheid of de instelling belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 580, 581 en 582,1° en 2° Ger.W. wordt niet die gerechtigde in de kosten veroordeeld met toepassing van artikel 827 Ger.W. maar wel die overheid of die instelling, behalve wanneer het geding roekeloos of tergend is. 2.4. Ook het feit dat de resterende vordering op zich geen betrekking had op socialezekerheidsprestaties, maar op een schadevergoeding als gevolg van een fout die verweerder in het kader van zijn werkzaamheden als instelling belast met toepassing van de wetgeving betreffende de werkloosheid, zoals bedoeld in artikel 580,eerste lid had begaan, kan niet tot gevolg hebben dat artikel 1017, tweede lid Ger.W. geen toepassing vindt. Zo besliste Uw Hof bij arrest van 2 februari 1987 dat dit artikel toepassing vindt bij een geding met betrekking tot het intrekken van een inschrijving van een persoon in de Pool van de zeelieden ter Koopvaardij door het beheerscomité van de Pool. Advocaat-generaal Lenaerts stelde in zijn conclusie vóór dit arrest dat artikel 1017, tweede lid Ger.W. diende toegepast te worden, nu het in deze zaak weliswaar niet ging om een beslissing inzake het recht van verweerder op werkloosheidsuitkeringen, maar omdat de beslissing met betrekking tot de inschrijving in de Pool voldoende nauw verbonden is met de werkloosheidsverzekering om daarop ook dit artikel toe te passen.
(4)Zo ook besliste Uw Hof bij arrest van 5 maart 1990
(5)dat ingeval de Rijksdienst voor pensioenen een voorziening in cassatie instelt tegen een arrest met betrekking tot een door een werknemer ingestelde vordering inzake het recht op een rustpensioen enerzijds, en tegen een arrest waarbij uitspraak werd gedaan over een vordering tot verbetering wegens verschrijving, en het Hof de eerste voorziening verwerpt maar op de tweede voorziening het bestreden arrest vernietigt, eiser in de kosten wordt veroordeeld overeenkomstig artikel 1017, tweede lid Ger.W. 2.5. In die omstandigheden hadden de appelrechters ook in voorliggende zaak, waar niet werd aangenomen dat het geding tergend en roekeloos was, in toepassing van artikel 1017, tweede lid Ger.W. de kosten ten laste van verweerder moeten leggen. Het tweede middel is bijgevolg gegrond. Conclusie: GEDEELTELIJKE VERNIETIGING ARREST ___________
(1)Zie B. Allemeersch, Taakverdeling in het burgerlijk proces, 2007, p. 177.
(2)Zie Cass. 11 jan. 1988, A.R. nr. 5854, A.C. 1987-88, nr. 283.
(3)Cass. 24 mei 1982, A.C. 1981-1982, nr. 567.
(4)Cass. 2 feb. 1987, A.R. nr. 5492, A.C. 1987, nr. 319.
(5)Cass. 5 maart 1990, A.R. nr. 8725, A.C. 1989-1990, nr. 404 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240229.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div