id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.3 Rolnummer: P.10.0012.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-02-18 Raadplegingen: 504 - laatst gezien 2026-07-02 22:51 Versie(s): Vertaling FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.3 Fiches 1 - 2 Het onderzoek door de kamer van inbeschuldigingstelling van de regelmatigheid van de onderzoekshandelingen bij toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering, vereist dat de kamer van inbeschuldigingstelling kennis kan nemen van de strafvordering.
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 6 Krachtens artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, oefent de kamer van inbeschuldigingstelling enkel de controle uit over het vertrouwelijke dossier dat naar aanleiding van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie is samengesteld; dit belet niet dat de kamer van inbeschuldigingstelling ter gelegenheid van dit onderzoek met toepassing van artikel 235bis van hetzelfde wetboek en met naleving van de in dat artikel bepaalde voorwaarden, de regelmatigheid van de onderzoekshandeling als dusdanig onderzoekt
(1).
(1)Zie Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.0898.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.5, A.C., 2006, nr. 534; Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.1016.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.5, A.C., 2006, nr. 535; Cass., 30 okt. 2007, AR P.07.1150.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.5, A.C., 2007, nr. 519 met conclusie eerste advocaat-generaal De Swaef. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Onderzoek bij die gelegenheid van de regelmatigheid van de onderzoekshandeling als dusdanig - Rechtsgrond Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Onderzoek bij die gelegenheid van de regelmatigheid van de onderzoekshandeling als dusdanig - Rechtsgrond Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 7 - 8 Artikel 189ter Wetboek van Strafvordering verleent aan de kamer van inbeschuldigingstelling enkel de beperkte bevoegdheid bedoeld in artikel 235ter, dit is de controle van het vertrouwelijke dossier; wanneer zij, gelast door het vonnisgerecht, die beperkte bevoegdheid uitoefent, neemt de kamer van inbeschuldigingstelling geen kennis van de zaak in één der andere gevallen bedoeld in artikel 235bis, § 2, Wetboek van Strafvordering en heeft zij bijgevolg geen rechtsmacht om de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure, daarin begrepen van de onderzoekshandelingen te onderzoeken: dat onderzoek behoort dan tot de uitsluitende bevoegdheid van de feitenrechter bij wie de zaak aanhangig is
(1)
(2).
(1)Zie concl. O.M.
(2)Zie Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.0898.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.5, A.C., 2006, nr. 534; Cass., 31 okt. 2006, AR P.06.1016.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.5, A.C., 2006, nr. 535; Cass., 30 okt. 2007, AR P.07.1150.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.5, A.C., 2007, nr. 519 met conclusie eerste advocaat-generaal De Swaef. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Controle gelast door het vonnisgerecht - Aard Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Controle gelast door het vonnisgerecht - Aard Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 235bis en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 9 - 12 Conclusie van advocaat-generaal TIMPERMAN. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Controle gelast door het vonnisgerecht - Aard Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Artikel 235ter, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Controle gelast door het vonnisgerecht - Aard Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ P.10.0012.N Advocaat-generaal Timperman heeft in substantie gezegd: In voorliggende zaak stelt zich de vraag of in het geval dat de kamer van inbeschuldiging belast wordt met een controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden, na gevat te zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering, ook in dat geval de controle van het open dossier kan verricht worden met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering? De vraag kan op drie wijzen beantwoord worden: - een onvoorwaardelijk bevestigend antwoord, omdat er bij deze wijze van vatting van het onderzoeksgerecht geen redenen zijn om af te wijken van de hypothese waarin de kamer van inbeschuldigingstelling gevat wordt overeenkomstig artikel 235ter, §1, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering, en gelet op het gegeven dat de kamer van inbeschuldigingstelling ambtshalve de controle bedoeld in artikel 235bis Wetboek van Strafvordering kan toepassen in alle gevallen waarin ze kennis neemt van de zaak
(1). Deze hypothese en verdere argumenten ter ondersteuning ervan worden door eiser in zijn memorie ontwikkeld
(2). De ratio van de toepassing van artikel 235bis die erin bestaat dat de feitenrechter geen kennis mag krijgen van gecontamineerde stukken kan hier echter niet volgehouden worden. Wanneer het vonnisgerecht de kamer van inbeschuldigingstelling gelast om de controle bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering uit te voeren, dan is de zaak reeds hangende voor de feitenrechter en heeft de bodemrechter reeds kennis kunnen nemen van het dossier en van de eventuele onregelmatigheden die het bevat. Dat een vordering of verzoek om artikel 189ter toe te passen op straffe van verval dient genomen te worden 'voor ieder ander rechtsmiddel' doet daar niets van af. Artikel 189ter, alinea 2, Wetboek van Strafvordering voorziet immers zelf een uitzondering, namelijk wanneer het middel betrekking heeft op nieuwe en concrete elementen die tijdens de rechtszitting aan het licht zijn gekomen, en dus op een ogenblik dat de feitenrechter zeker reeds uitvoerig kennis nam van het strafdossier. - een genuanceerd antwoord: de controle van het open dossier met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering is slechts toegestaan in zoverre er een onregelmatigheid wordt vastgesteld in de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden en dan nog binnen de grenzen van die, bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering vastgestelde, onregelmatigheid; - een onvoorwaardelijk ontkennend antwoord, omdat de specificiteit van de procedure bij toepassing van artikel 189ter (en mutatis mutandis ook die van 335bis) Wetboek van Strafvordering, zich daartegen verzet. Ik denk dat deze stelling de meest plausibele is. Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling immers gevat wordt om haar bevoegdheid overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering uit te oefenen via de toepassing van artikel 189ter (of 335bis) Wetboek van Strafvordering, is de strafvordering immers reeds hangende voor de feitenrechter, en is met andere woorden niet meer voldaan aan de grondvoorwaarde om artikel 235bis te kunnen toepassen die er juist in bestaat dat de kamer van inbeschuldigingstelling kennis kan nemen van de strafvordering. Dit houdt mijns inziens eveneens in dat de kamer van inbeschuldigingstelling artikel 235bis Wetboek van Strafvordering evenmin kan toepassen wanneer zij de controle van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden verricht op verzoek van het openbaar ministerie vooraleer dit tot rechtstreekse dagvaarding overgaat
(3). In dat geval neemt de kamer van inbeschuldigingstelling kennis van de zaak op het ogenblik dat er nog geen strafvordering op gang is gebracht en dat het openbaar ministerie nog steeds beschikt over de mogelijkheid om te seponeren. Bijgevolg neemt de kamer van inbeschuldigingstelling wanneer ze de controle van het vertrouwelijk dossier verricht op verzoek van de feitenrechter, geen kennis neemt van de zaak in één der andere gevallen bedoeld in artikel 235bis, §2, Wetboek van Strafvordering. De kamer van inbeschuldigingstelling heeft alsdan geen rechtsmacht meer om de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure, daarin begrepen alle onderzoekshandelingen, te onderzoeken. Dat onderzoek behoort dan tot de uitsluitende bevoegdheid van de feitenrechter. Bovendien heeft de kamer van inbeschuldigingstelling in dat stadium van de rechtspleging normaliter geen enkele bevoegdheid meer over de zaak; de uitzondering hierop is de bevoegdheid die zij herwint via de weg van artikel 189ter, en dit moet beperkend uitgelegd worden. Het enige middel dat een andere rechtsopvatting huldigt faalt naar recht. Conclusie: verwerping. ________________
(1)Artikel 235bis, §2, Sv.
(2)De kamer van inbeschuldigingstelling werd door het vonnisgerecht verzocht om bij toepassing van artikel 189ter juncto 235ter Wetboek van Strafvordering de aangewende bijzondere opsporingsmethode van observatie te onderzoeken. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling verzocht eiser om bij toepassing van artikel 235bis, §2, Wetboek van Strafvordering ook de regelmatigheid van een uitgevoerde telefoontap te onderzoeken.
(3)Artikel 235bis, §1, alinea 2, Wetboek van Strafvordering. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061031.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080129.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div