← België

ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100318.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100318.4 Rolnummer: C.09.0149.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 372 - laatst gezien 2026-07-02 18:43 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100318.4 Fiches 1 - 2 De beslagrechter die kennis neemt van een vordering betreffende de middelen tot tenuitvoerlegging beoordeelt de wettigheid en de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging; hij is niet bevoegd om uitspraak te doen over andere geschillen betreffende de tenuitvoerlegging en kan, behoudens de uitdrukkelijk in de wet bepaalde gevallen, geen uitspraak doen over de zaak zelf

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Beslagrechter - Bevoegdheid - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid en 1498 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Beslagrechter - Gedwongen tenuitvoerlegging - Bevoegdheid - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid en 1498 Fiches 3 - 4 Het staat niet aan de beslagrechter, die kennis neemt van het verzet gedaan tegen het in artikel 157, § 1 Stedenbouwdecreet bedoeld dwangbevel uitspraak te doen over de geldigheid van de bestuurshandeling die aan het dwangbevel ten grondslag ligt, noch over de geldigheid van de administratieve geldboete
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Stedenbouw - Wederrechtelijk uitgevoerde werken - Stakingsbevel - Voortzetting - Administratieve boete - Dwangbevel - Geldigheid - Verzet - Beslagrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 156, § 1, en 157 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid en 1498 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Wederrechtelijk uitgevoerde werken - Stakingsbevel - Voortzetting - Administratieve boete - Dwangbevel - Geldigheid - Verzet - Beslagrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 156, § 1, en 157 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1395, eerste lid en 1498 Fiches 5 - 8 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Beslagrechter - Bevoegdheid - Grenzen Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Beslagrechter - Gedwongen tenuitvoerlegging - Bevoegdheid - Grenzen Gedwongen tenuitvoerlegging - Stedenbouw - Wederrechtelijk uitgevoerde werken - Stakingsbevel - Voortzetting - Administratieve boete - Dwangbevel - Geldigheid - Verzet - Beslagrechter - Bevoegdheid Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Bewarend beslag - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op roerend goed - Verzet Vrije woorden: Wederrechtelijk uitgevoerde werken - Stakingsbevel - Voortzetting - Administratieve boete - Dwangbevel - Verzet - Beslagrechter - Bevoegdheid Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0149.N Conclusie van Advocaat-generaal G. Dubrulle
  1. Het bestreden arrest verklaart het verzet van de verweerders tegen de bij drie exploten betekende dwangbevelen gegrond en beslist dat deze dwangbevelen zonder gelding dienen te worden verklaard. Deze bevelen werden betekend nadat de verweerders in kennis waren gesteld van de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000 euro aan elk van hen, wegens het doorbreken van een bekrachtigd stakingsbevel, na de vaststelling dat de woning van de eerste verweerder werd afgewerkt zonder stedenbouwkundige vergunning. De appelrechters oordelen als beslagrechter in hoger beroep dat de beperking van de bevoegdheid/rechtsmacht van de beslagrechter op zich niet van aard is de toepassing van artikel 159 G.W. uit te schakelen. Overeenkomstig deze bepaling passen de hoven en de rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. Zij oordelen dat dit geldt voor ieder met eigenlijke rechtspraak belast orgaan en dus ook voor de beslagrechter ten aanzien van de bestuurshandeling die de titel uitmaakt van de uitvoering. Deze rechterlijke controle behelst zowel de interne als de externe wettigheid van de bestuurshandeling, zonder enig onderscheid, dus ook van de individuele bestuurshandelingen en ook de conformiteit aan de algemene rechtsbeginselen, zoals het redelijkheidbeginsel. Ze zijn van oordeel dat, ingevolge een arrest van hetzelfde hof van beroep, waarbij de stakingsbevelen werden opgeheven, waarna geen andere herstelmaatregelen werden gevorderd, zodat de eiser geacht wordt de overeenstemming van het gedoogde bouwwerk met de goede ruimtelijke ordening te hebben aanvaard, het opleggen van een administratieve geldboete wegens het niet naleven van een stakingsbevel, dat op zich reeds als onredelijk werd bestempeld, nog bezwaarlijk 'redelijk' kan genoemd worden, zodat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000 EUR aan elk van de verweerders kennelijk onredelijk te noemen is en zodoende strijdig is met het redelijkheidbeginsel. Ze besluiten dat de desbetreffende administratieve beslissingen derhalve zonder gevolg dienen gelaten te worden, derwijze dat het initiële verzet tegen de onderscheiden dwangbevelen, althans in de mate dat dit tot de bevoegdheid van de beslagrechter behoort, gegrond voorkomt en deze dwangbevelen zonder gelding worden verklaard.
  2. Het cassatiemiddel voert m.i. terecht aan dat de beslagrechter niet over deze bevoegdheid beschikt en komt mij dus gegrond voor. Het voert hiervoor een schending aan van de artikelen 154, eerste en vijfde lid, 156, §1, eerste lid en 157 van het Vlaamse Decreet (d.i. Decreet van het Vlaams Parlement) van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en 1395, eerste lid en 1498 van het Gerechtelijk Wetboek. De eerstgenoemde bepaling organiseert het stakingsbevel door de bevoegde ambtenaren. Artikel 156, §1 van het decreet voorziet een administratieve geldboete op te leggen aan de persoon die de werken voortzet in strijd met het bevel. Artikel 157, §1 voorziet de uitvaardiging van een dwangbevel bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren. Volgens §3 zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing op het dwangbevel. §4 bepaalt: "Binnen een termijn van 30 dagen na de betekening van het dwangbevel kan de betrokkene bij gerechtsdeurwaarderexploot een met redenen omkleed verzet doen, houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van het arrondissement van de plaats waar de de goederen gelegen zijn".
  3. In casu werd geopteerd voor de beslagrechter. In het kader van die bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek beoordeelt deze de wettigheid en de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging. Hij is echter niet bevoegd om uitspraak te doen over andere geschillen betreffende de tenuitvoerlegging en kan, zoals het middel stelt, behoudens de uitdrukkelijk in de wet bepaalde gevallen, geen uitspraak doen over de zaak zelf. In de toelichting wijst de eiser er ook terecht op dat de vraag die thans aan de orde is, niet de vraag is of er een rechter met volle rechtsmacht de regelmatigheid van de geldboete zoals bepaald in artikel 156 van het decreet kan toetsen, dan wel of de beslagrechter dit kan doen. Uit de vaste rechtspraak van het Hof is af te leiden dat hij dit niet kan. Volgens deze rechtspraak oordeelt de beslagrechter of het beslag rechtmatig en regelmatig is, doch mag hij geen kennis nemen van geschillen die wel verband houden met de tenuitvoerlegging, maar niet de rechtmatigheid of de regelmatigheid ervan betreffen; hij mag aldus geen uitspraak doen over de zaak zelf, behalve in de uitzonderingen die de wet uitdrukkelijk bepaalt; de beslagrechter die geadieerd is om kennis te nemen van middelen tot tenuitvoerlegging op de goederen van de schuldenaar, mag geen uitspraak doen over de rechten van de partijen waarover reeds is beslist in de titel op grond waarvan het betwist uitvoerend beslag is gelegd
(1). Zo besliste het arrest van 9 november 2000
(2)dat de beslagrechter niet bevoegd is om te oordelen over de vraag of de partij die veroordeeld is bij het vonnis dat aanleiding heeft gegeven tot het beslag, achterstallig onderhoudsgeld verschuldigd is, daar dit geschil niet gaat over de rechtmatigheid of de regelmatigheid van het beslag. Deze rechtspraak vindt toepassing in een gelijkaardig geval als te dezen, beoordeeld door het hof van beroep te Gent, bij arrest van 3 mei 2005
(3), waarin specifiek het onderscheid tussen de paragrafen 3 en 4 van artikel 157 van het Stedenbouwdecreet 1999 benadrukt wordt. Op grond van de voormelde rechtsregel heeft het Hof reeds, bij arresten van 3 november 1995
(4), 10 juni 1999
(5)en 1 december 2005
(6)beslist dat de beslagrechter, op het verzet van de belastingschuldige tegen het bevel tot betaling (dwangbevel) dat hem is betekend met het oog op de invordering van de belasting, niet bevoegd is om uitspraak te doen over de geldigheid van de aanslag, en derhalve, van de titel die eraan ten grondslag ligt. In dezen wordt aan de beslagrechter niet gevraagd datgene waarmede de memorie van antwoord het geschil in verband brengt te toetsen, namelijk het onderzoek te doen naar de redelijkheid van de administratieve boete van die omvang, dan wel enkel de rechtmatigheid en de regelmatigheid van het dwangbevel, dat krachtens de wet door de overheid moet betekend worden, bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren door de betrokkene. Het decreet bepaalt inderdaad dat de betrokkene de wettelijkheid van de administratieve boete kan betwisten voor een rechter met volle rechtsmacht, namelijk de rechtbank van eerste aanleg maar dit geldt niet, zoals de verweerders voorhouden, evenzeer voor de beslagrechter aan wie een uitvoeringsgeschil met betrekking tot die boete wordt voorgelegd. Ook de beslagrechter moet zich uiteraard aan artikel 159 G.W. houden, maar dus wat betreft het besluit van de overheid dat voorwerp is van het geschil dat hem wordt voorgelegd. 4. De verweerders zoeken vergeefs steun in het arrest van het Hof van 3 januari 2003
(7), volgens hetwelk het tot de taak van de beslagrechter behoort in het kader van het jurisdictioneel toezicht over de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de inhoudingen die, overeenkomstig artikel 76, §1, derde lid, BTW-Wetboek gelden als bewarend beslag onder derden, te oordelen of de bewijselementen of de aanwijzingen van fraude aangevoerd in de processen-verbaal van de BTW-administratie de inhoudingsmaatregel van de BTW-tegoeden kunnen rechtvaardigen, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak, de noodzaak om de belangen van de Schatkist te beschermen en de noodzakelijke proportionaliteit tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel. Het Hof overweegt in dat arrest dat het onderdeel dat ervan uitgaat dat het toetsingsrecht van de beslagrechter zich niet uitstrekt tot een toetsing over de belastingschuld zelf naar recht faalt. Dit toetsingsrecht volgt immers uit de wet zelf, wat te dezen niet het geval is. 5. Conclusie: vernietiging en verwijzing naar een ander hof van beroep. ______________
(1)Cass. 28 sept. 1990, A.R. 6925, A.C., 1990-91, nr. 46, 3 juni 1994, A.R. C.93.0016.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940603.7, ibid. 1994, nr. 286 en 11 mei 1998, A.R. C.95.0106.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980511.6, ibid., 1998, nr. 233; zie evenwel Cass. 3 jan. 2003, A.R. C.00.0116.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030103.7, ibid. 2003, nr. 4, met concl. van advocaat-generaal met opdracht Thijs.
(2)A.R. C.99.0252.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001109.25, A.C., 2000, nr. 610.
(3)NjW 2006, 465, noot KB.
(4)A.R. C.95.0020.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951103.3, A.C., 1995, nr. 471.
(5)A.R. C.98.0509.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990610.23, A.C., 1999, nr. 348.
(6)A.R. C.03.0030.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051201.4, A.C., 2005, nr. 637.
(7)A.R. C.00.0116.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030103.7, A.C. 2003, nr. 4, met concl. van advocaat-generaal met opdracht Thijs. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100318.4 citeert: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940603.7 ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951103.3 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980511.6 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990610.23 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001109.25 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030103.7 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051201.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.