← België

ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100413.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100413.4 Rolnummer: P.09.1550.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2010-04-22 Raadplegingen: 299 - laatst gezien 2026-07-02 18:18 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100413.4 Fiches 1 - 2 De aantasting van het recht van verdediging is geen noodzakelijke voorwaarde om te kunnen besluiten tot overschrijding van de redelijke termijn

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Overschrijding van de redelijke termijn - Voorwaarde - Aantasting van het recht van verdediging Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Overschrijding van de redelijke termijn - Voorwaarde - Aantasting van het recht van verdediging Fiches 3 - 4 Conclusie van Eerste advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Overschrijding van de redelijke termijn - Voorwaarde - Aantasting van het recht van verdediging Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Overschrijding van de redelijke termijn - Voorwaarde - Aantasting van het recht van verdediging Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ P.09.1550.N Conclusie van eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF:
  1. De cassatieberoepen van de eisers zijn gericht tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling te Antwerpen. De eisers worden vervolgd wegens valsheid in geschriften en gebruik, oplichting en poging tot oplichting. De raadkamer verklaarde de strafvordering vervallen wegens overschrijding van de redelijke termijn. Op de hogere beroepen van het openbaar ministerie en de burgerlijke partij beslist het thans bestreden arrest met eenparigheid van stemmen dat de voormelde hogere beroepen gegrond zijn, de redelijke termijn niet op een ernstige wijze werd overschreden, en verwijst het de inverdenkinggestelden, na te hebben vastgesteld dat er in hunnen hoofde voldoende bezwaren bestaan, naar de correctionele rechtbank met aanneming van verzachtende omstandigheden.
  2. De eisers V. en E. voeren elk in een memoire drie cassatiemiddelen aan; ze hebben alle betrekking op het verweer omtrent de redelijke termijnvereiste.
  3. De grieven aangevoerd door de eiser V. komen uitsluitend op tegen de motieven van het arrest die betrekking hebben op de eiser E.. Er wordt daarentegen niet geklaagd over de vaststelling van de appelrechters dat de redelijke termijn in hoofde van de eiser V. slechts is beginnen te lopen op 16 oktober
  4. Die niet betwiste vaststelling in concreto verantwoordt het oordeel dat de redelijke termijn voor de eiser V. niet op een ernstige wijze is overschreden. In zoverre daarenboven de grieven betrekking hebben op een andere inverdenkinggestelde, zijn ze bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  5. Wat de eiser E. betreft, plaatsen de appelrechters de aanvang van de redelijke termijn op 16 juli 2003 en onderzoeken ze gedetailleerd het daaropvolgend procedureverloop. De eiser E. verwijt het bestreden arrest tegenstrijdigheid in de motieven, de afwezigheid van passend rechtsherstel en het toevoegen van een sanctioneringsvoorwaarde voor het overschrijden van de redelijke termijn.
  6. De rechtspraak met betrekking tot deze problematiek aanvaardt thans dat ook de onderzoeksgerechten vermogen te oordelen over de overschrijding van de redelijke termijn. Die bevoegdheid vloeit voort uit artikel 13 E.V.R.M., nu die bepaling inhoudt dat hij die klaagt over een schending van artikel 6.1 E.V.R.M., omdat zijn recht op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn is miskend, zich moet kunnen richten tot zijn nationale rechter teneinde dit te laten vaststellen en een adequaat rechtsherstel te bekomen. Dit onderzoek kan gebeuren in elk stadium van de strafprocedure, ook in het stadium van het gerechtelijk onderzoek. (Cass. 8 april 2008, A.R. P.07.1903.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.7, A.C., 2008, nr. 2009). Daarmee is evenwel nog niet gezegd welke gevolgen de onderzoeksgerechten, gelet op hun geclausuleerde bevoegdheid, aan een vaststelling van de overschrijding van de redelijke termijn kunnen hechten. Zij kunnen uiteraard geen toepassing maken van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, omdat ze geen veroordelingen uitspreken. Het rechtsherstel bij overschrijding van de redelijke termijn door de onderzoeksgerechten bij de regeling van de rechtspleging kan bestaan hetzij in de loutere vaststelling hiervan, hetzij in de stopzetting van de verdere procedure. Zulks vloeit voort uit de recente rechtspraak van het Hof. Bij arrest van 28 mei 2008 (A.R. P.08.0216.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080528.7, A.C., 2008, nr. 323) op eensluidende conclusie van advocaat-generaal VANDERMEERSCH, werd geoordeeld dat ofschoon artikel 6 E.V.R.M. met name aan de vervolgde persoon het recht toekent om, binnen een redelijk termijn, over de gegrondheid van de tegen hem ingestelde vervolging te horen beslissen, het onderzoeksgerecht de eventuele overschrijding van een dergelijke termijn en de gevolgen ervan, alleen in aanmerking kan nemen bij de beoordeling van de bewijsvoering en de eerbiediging van het recht van verdediging maar het dit niet kan doen bij de beoordeling van het bewijs. Het arrest van 27 oktober 2009 (A.R. P.09.0901.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.3) specificeert het passend rechtsherstel als volgt: het recht op daadwerkelijke rechtshulp, bedoeld in artikel 13 E.V.R.M., houdt in dat wanneer de nationale instantie vaststelt dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6.1 van dit verdrag, is overschreden, zij een passend rechtsherstel moet bieden, maar geen enkele verdragsrechtelijke of wettelijke bepaling stelt dat de overschrijding van de redelijke termijn de niet-ontvankelijkheid of het verval van de strafvordering voor gevolg heeft; de rechter beoordeelt welk het passende rechtsherstel is in het stadium van de rechtspleging waarin hij uitspraak doet en dit rechtsherstel kan, in het stadium van de regeling van de rechtspleging, bestaan in de loutere vaststelling van de overschrijding van de redelijke termijn, waarmede de rechter die ten gronde oordeelt, dan rekening zal moeten houden bij de globale beoordeling van de zaak. Met het arrest van 24 november 2009 (A.R. P.09.1060.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.8) op eensluidende conclusie van advocaat-generaal TIMPERMAN, worden de contouren van de mogelijkheid van een beslissing van ontslag van rechtsvervolging wegens overschrijden van de redelijke termijn als volgt vastgelegd. Het Hof komt er tot het besluit dat het onderzoeksgerecht dat beslist over de regeling van de rechtspleging ook over de overschrijding van de redelijke termijn kan oordelen; het kan de verdachte alleen van rechtsvervolging ontslaan wanneer het oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn de bewijsvoering en het recht van verdediging van de verdachte ernstig en onherstelbaar heeft aangetast, zodat geen eerlijk strafproces en beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering meer mogelijk is. Wanneer bovendien het onderzoeksgerecht oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn de bewijsvoering en het recht van verdediging van de verdachte ernstig en onherstelbaar heeft aangetast, zodat geen eerlijk strafproces en beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering meer mogelijk is en hij van rechtsvervolging wordt ontslagen, moet het preciseren tegen welke bewijsmiddelen en waarom de verdachte zich niet meer behoorlijk zou kunnen verdedigen; deze motivering moet het Hof toelaten te toetsen of de kamer van inbeschuldigingstelling wettig heeft kunnen oordelen, zoals zij dat heeft gedaan.
  7. In de zaak die thans aan het oordeel van het Hof wordt onderworpen stellen de appelrechters vast dat "de rechten van de verdediging van de inverdenkinggestelde E. niet werden geschonden"; ze besluiten daarop dat "de door het gerechtelijk onderzoek opgeleverde gegevens zullen op hun bewijswaarde in relevantie met de strafwetgeving worden beoordeeld door de feitenrechter, zonder dat zich verdere bewijsgaring opdringt". De eiser in cassatie houdt niet voor dat het oordeel dat zijn recht van verdediging niet werd miskend, niet met de werkelijkheid overeenstemt. En anders dan wordt aangevoerd maakt de vaststelling dat zijn recht van verdediging niet werd miskend geen toegevoegde voorwaarde uit aan de toetsingscriteria bij het overschrijden van de redelijke termijn, maar vormt ze integendeel het beoordelingselement voor het hieraan te hechten rechtsgevolg. De vaststelling van de appelrechters dat te dezen "de redelijke termijn niet op een ernstige wijze werd overschreden" kan begrepen worden in de zin dat er een lichte overschrijding aanwezig is, maar dat die op dit ogenblik van de procedure geen aanleiding kan geven tot rechtsherstel in de vorm van ontslag van rechtsvervolging. Het zal aan de feitenrechter behoren hierop gebeurlijk nader in te gaan, rekening gehouden met het betrekkelijk gezag van gewijsde van de beslissing van de onderzoeksgerechten. De bestreden uitspraak is m.i. dan ook cassatiebestendig, zodat de middelen tevergeefs worden voorgesteld. Conclusie: verwerping bij afwezigheid van ambtshalve middelen. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100413.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080408.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080528.7 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.