← België

ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100429.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100429.19 Rolnummer: C.09.0176.N-C.09.0479.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Internationaal publiekrecht - Internationaal privaatrecht - Overige Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 275 - laatst gezien 2026-07-02 17:59 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.19 Fiches 1 - 2 Het is de rechter van een Lid-Staat, die verzocht wordt een in een andere Lid-Staat gegeven beslissing te erkennen en ten uitvoer te leggen, verboden de juistheid van die beslissing te onderzoeken en ze te toetsen aan het gemeenschapsrecht; hij kan de erkenning en de tenuitvoerlegging ervan niet weigeren op grond van dit verboden onderzoek

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Artikelen 33.1, 34.1 en 36 EEX-Verordening - In een andere Lid-Staat gegeven beslissing - Erkenning - Tenuitvoerlegging - Onderzoek van juistheid - Toetsing aan het Gemeenschapsrecht - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 22-12-2000 - Artt. 33.1, 34.1, 36 en 38.1 Thesaurus CAS: UITVOERBAARVERKLARING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Artikel 38.1 EEX-Verordening - In een andere Lid-Staat gegeven beslissing - Erkenning - Tenuitvoerlegging - Onderzoek van juistheid - Toetsing aan het Gemeenschapsrecht - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 22-12-2000 - Artt. 33.1, 34.1, 36 en 38.1 Fiche 3 De vernietiging van de beslissing gewezen op derdenverzet houdt de vernietiging in van de beslissing gewezen op hoger beroep die eerst genoemde beslissing heeft hervormd en er nauw verband mee houdt
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Vernietiging van de beslissing op derdenverzet - Nauw verband met de in hoger beroep gewezen beslissing Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal met opdracht VAN INGELGEM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Artikelen 33.1, 34.1 en 36 EEX-Verordening - In een andere Lid-Staat gegeven beslissing - Erkenning - Tenuitvoerlegging - Onderzoek van juistheid - Toetsing aan het Gemeenschapsrecht - Taak van de rechter Thesaurus CAS: UITVOERBAARVERKLARING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Artikel 38.1 EEX-Verordening - In een andere Lid-Staat gegeven beslissing - Erkenning - Tenuitvoerlegging - Onderzoek van juistheid - Toetsing aan het Gemeenschapsrecht - Taak van de rechter Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Erkenningen tenuitvoerlegging Vrije woorden: Vernietiging van de beslissing op derdenverzet - Nauw verband met de in hoger beroep gewezen beslissing Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0176.N - C.09.0479.N CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL MET OPDRACHT A. VAN INGELGEM I. SITUERING 1. Partijen hadden een agentuurovereenkomst afgesloten (i.v.m. een speciaal procédé voor verse kant- en klaarmaaltijden). Het verbreken van die overeenkomst gaf aanleiding tot een gerechtelijke procedure in Duitsland (Landgericht Koblenz) waarin de Belgische N.V. veroordeeld werd tot voorlegging van bepaalde stukken en documenten m.b.t. de in uitvoering van de overeenkomst verrichte handelsactiviteiten. De Duitse vennootschap vroeg (en bekwam) machtiging tot tenuitvoerlegging van die beslissing in België, maar ingevolge derdenverzet door de Belgische vennootschap werd het verleende exequatur teniet gedaan (vonnis E.A. Turnhout van 6 maart 2008). Tegen dit vonnis stelde de Duitse vennootschap zowel cassatieberoep in (C.09.0176.N) als hoger beroep. Het hof van beroep (Antwerpen dd. 22 april 2009) hervormde het vonnis a quo. Tegen dit arrest werd door de Belgische vennootschap cassatieberoep ingesteld (C.09.0479.N). II. SAMENVOEGING VAN DE ZAKEN 2. In het kader van een behoorlijke procesordening en gelet op het onderling zo nauw verbonden zijn van de rechtsvorderingen die betrekking hebben op beslissingen in hetzelfde geschil waaromtrent in eerste aanleg en in hoger beroep uitspraak werd gedaan, komt het mij voor dat de beide cassatieberoepen moeten gevoegd worden. III. BESPREKING VAN DE MIDDELEN 3.1 Waar ik initieel de mening was toegedaan dat (ingevolge de beoordeling van het geschil door het inmiddels tussengekomen eindarrest van het hof van beroep) het cassatieberoep tegen het vonnis van 6 maart 2008 alsdan geen bestaansreden meer had
(1), heb ik omwille van de evolutie in deze aangelegenheid -en meer bepaald het cassatieberoep tegen dat arrest van 22 april 2009- mijn standpunt ter zake dienen te herzien. 3.
  1. Immers, krachtens de art. 43 en 44 van de E.G.-Verordening nr. 44/2001 van de Raad (van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken), kan tegen het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg -dat uitspraak deed over het in bijlage III van voormelde Verordening ingesteld rechtsmiddel- enkel cassatieberoep worden ingesteld, zoals vastgelegd in bijlage IV van dezelfde Verordening. 3.
  2. Het is overigens op dat (enig) middel dat de Belgische vennootschap achteraf (C.09.0479.N) eveneens cassatieberoep heeft ingesteld. 3.
  3. Nu de wettelijke regels inzake de ontvankelijkheid van het hoger beroep in burgerlijke zaken de openbare orde raken
(2), kan dit voor het eerst voor uw Hof worden aangevoerd, en de door verweerster aangevoerde omstandigheid dat eiseres in cassatie niet kan opkomen tegen een beslissing nopens de rechtspleging die in overeenstemming met haar conclusie werd gewezen
(3), doet hieraan m.i. geen afbreuk vanwege het bezwaarlijk bestaan van de uitdrukkelijke vereisten of voorwaarden daartoe in casu. 3.
  1. In het verlengde van de hierboven toegelichte bepalingen en principes ben ik dan ook de mening toegedaan dat er geen beletsel is om het cassatieberoep tegen het bestreden vonnis (C.09.0176.N) als dusdanig te ontvangen; de omstandigheid dat daarin een arrest door het hof van beroep werd uitgesproken, verandert daar niets aan.
  2. In dat cassatieberoep, waarvan de eventuele onontvankelijkheid trouwens ook niet door verweerster wordt opgeworpen, voert eiseres (Duitse vennootschap) een enig middel aan, gesteund op 3 onderdelen, die de schending opwerpen van de artikelen 33, 34, 36 en 38 van de reeds hoger vermelde E.G.-Verordering nr. 44/
  3. 4.
  4. De uitgangspunten voor deze Verordening betreffen de snelle en doeltreffende uitvoering van de procedure op basis van het wederzijds vertrouwen in de rechtsverdeling tussen de lidstaten en met eerbiediging van de rechten van de verdediging op het vlak van de aan te wenden rechtsmiddelen. Daardoor wordt de tenuitvoerlegging in de praktijk in principe herleid tot een loutere formaliteit (art. 41) waaromtrent in geen geval (overeenkomstig art. 36) wordt overgegaan tot een onderzoek van de juistheid van de in den vreemde gegeven beslissing
(4). De rechter mag de machtiging tot tenuitvoerlegging in geval van een rechtsmiddel tegen de exequaturbeslissing slechts weigeren in de door de Verordening opgesomde gevallen van de art. 34 en 35, o.m. wanneer de erkenning van het buitenlands vonnis in strijd is met de openbare orde van de aangezochte lidstaat (art.34.1). Er kan evenwel enkel een beroep op de openbare-ordeclausule worden gedaan, indien de erkenning of tenuitvoerlegging van de in een andere verdragsluidende staat gegeven beslissing op onaanvaardbare wijze zou botsen met de rechtsorde van de aangezochte staat, doordat inbreuk op een fundamenteel beginsel zou worden gemaakt. De omstandigheid dat dit bepalingen van het gemeenschapsrecht betreft, maakt geen verschil voor de voorwaarden waaronder beroep op de openbare-ordeclausule kan worden gedaan
(5). In casu gaat de rechtbank duidelijk over tot een toetsing van de beslissing van het Landgericht zelf aan het gemeenschapsrecht en beperkt ze zich niet tot de vraag of de erkenning van het Duitse vonnis in strijd is met de openbare orde van de aangezochte staat, waaromtrent ik evenwel niet inzie hoe het akteren van het uitdrukkelijk engagement van verweerster t.o.v. de Duitse rechter om een afschrift van een reeks stukken en het dienovereenkomstig bevel tot overlegging van de genoemde afschriften, een inbreuk zou inhouden op de internationale openbare orde, laat staan de Belgische of de souvereniteit van België. In het raam van het toezicht dat het Hof van Justitie dient te houden op de grenzen waarbinnen de rechter van een verdragsluidende staat met een beroep op dit begrip aan een beslissing van een gerecht van de andere verdragsluidende staat de erkenning kan onthouden, blijkt trouwens duidelijk dat de openbare-ordeclausule eng moet worden uitgelegd (cf. de rechtspraak van het Hof van Justitie supra, met verwijzing naar de conclusies van advocaat-generaal A. SAGGIO inzake C-7/98 van 28 maart 2000). 4.
  1. Ik ben dan ook van oordeel dat het bestreden vonnis -in strijd met de vermelde verordeningsbepalingen- de juistheid van de beslissing van het Landgericht ten onrechte heeft getoetst en zijn beslissing inzake aldus niet naar recht heeft verantwoord.
  2. Nu de overige onderdelen m.i. niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, ben ik derhalve de mening toegedaan dat de beide bestreden beslissingen dienen vernietigd te worden.
  3. In voormelde context komt het mij voor dat indien het arrest vernietigd wordt omdat de als dusdanig in eerste aanleg op derdenverzet genomen beslissing niet voor hoger beroep vatbaar is (cf. supra de nrs. 3.2 t.e.m. 3.4), er in die benadering en overweging geen reden tot verwijzing is naar een ander hof van beroep, nu men op die grond finaliter tot de beoordeling komt van de beslissing in eerste aanleg die eveneens vernietigd wordt
(6), en waardoor - bij cassatie met verwijzing - de partijen, binnen de perken van de cassatie, worden terug geplaatst in de staat waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd
(7)(in casu de eerste exequaturbeslissing). Een enkelvoudige verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank van eerste aanleg lijkt mij in die zin dan ook verantwoord en proceseconomisch het meest aangewezen. IV. CONCLUSIE: Vernietiging van de beide bestreden beslissingen, met verwijzing naar een andere rechtbank van eerste aanleg. _____________
(1)Cass. 16 juni 2005, A.R. C.04.0082.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050616.3, A.C., 2005, nr. 349.
(2)Cass. 13 dec. 1991, A.R. 7604, A.C., 1991-92, nr. 202.
(3)Cass. 31 jan. 2008, voltallige zitting, A.R. C.05.0372.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080131.6, met conclusie van advocaat-generaal G. DUBRULLE, www.cass.be.
(4)Zie o.a. A. HEYVAERT, Belgisch Internationaal Privaatrecht: een inleiding, Kluwer, 2002, p. 41 en 43, nrs. 91 en 94.
(5)Zie de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake C-7/98 van 28 maart 2000 (Krombach) en C-38/98 van 11 mei 2000 (Renault), en de conclusies van advocaat-generaal J. KOKOTT inzake C-394/07.
(6)Cass. 30 jan. 2009, A.R. C.06.0011.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 - C.06.0022.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6, met conclusie van advocaat-generaal G. DUBRULLE, www.cass.be.
(7)Cass. 14 feb. 1991, A.R. 9109, A.C., 1990-91, nr. 320. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.19 citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050616.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080131.6 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.