← België

ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.5 Rolnummer: F.09.0025.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 17:32 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.5 Fiche 1 Wanneer het verwerven van belastbare inkomsten door een niet-rijksinwoner werd beëindigd vóór 31 december, zijn de gronden van belastbaarheid vóór het einde van dat kalenderjaar weggevallen en dient het aanslagjaar naar dat jaar genoemd te worden

(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - NIET-VERBLIJFHOUDERS UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - NIET-INWONERS - Algemeen (inkomstenbelasting - niet-inwoners) FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Annualiteit Vrije woorden: Belastbaar tijdperk - Toepasselijk aanslagjaar - Wegvallen van de gronden van belastbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 227, 1°, 228, § 1, en 354, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Koninklijk Besluit - 27-08-1993 - Art. 203 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - NIET-VERBLIJFHOUDERS UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - NIET-INWONERS - Algemeen (inkomstenbelasting - niet-inwoners) FISCAAL RECHT - FISCAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemene rechtsbeginselen fiscaal recht - Annualiteit Vrije woorden: Belastbaar tijdperk - Toepasselijk aanslagjaar - Wegvallen van de gronden van belastbaarheid Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.09.0025.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS: I. De feiten en procedurevoorgaanden. Verweerder in cassatie is een Noors rijksinwoner en werkte in 1992 bij Bell Telephone Manufacturing NV te Antwerpen in opdracht van zijn Noorse werkgever die zijn loon betaalde op de vijftiende van de maand. Nadat zijn opdracht in België eindigde op 20 december 1992, keerde verweerder terug naar Noorwegen om er zijn beroepsactiviteit te hervatten. Zijn laatste wedde voor die prestaties in België ontving hij op 15 december 19992. Op 19 december 1995 werd ten laste van verweerder in cassatie de betwiste aanslag in de belasting der niet-inwoners (BNI) ingekohierd voor aanslagjaar 1993. Verweerder betwistte deze aanslag wegens verjaring omdat deze aanslag diende te worden gevestigd voor aanslagjaar 1992 bij toepassing van artikel 203 KB/WIB
(1992). De gronden voor belastbaarheid waren namelijk weggevallen op 21 december 1992, aangezien verweerder, die niet-rijksinwoner is, vanaf deze dag geen inkomsten in België meer heeft gehad gedurende het inkomstenjaar 1992. Het hof van beroep te Gent oordeelt bij het thans bestreden arrest dat de interpretatie van de belastingadministratie, volgens dewelke de gronden van belastbaarheid alleen afhankelijk zijn van het al dan niet rijksinwoner zijn, niet kan gevolgd worden. Het hof oordeelt dat er geen gronden van belastbaarheid meer zijn wanneer, zoals in casu, de niet-rijksinwoner in België geen inkomsten meer verkrijgt, zodat de litigieuze aanslag diende te worden verbonden aan het aanslagjaar 1992 en bijgevolg laattijdig werd gevestigd buiten de in artikel 354 WIB
(1992)gestelde termijn van drie jaar. De voorziening in cassatie.
  1. In het eerste middel tot cassatie verwijt eiser de appelrechters een aantal fiscale bepalingen te hebben geschonden door te oordelen dat de interpretatie van de belastingadministratie, als dat het begrip "gronden van belastbaarheid" alleen afhankelijk is van het al dan niet rijksinwoner zijn, niet kan worden gevolgd.
  2. Het wettelijk kader. Overeenkomstig artikel 200 KB/WIB
(1992)valt het belastbaar tijdperk samen met het jaar voor dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd voor de toepassing van o.m. de personenbelasting en van de belasting van niet-inwoners (BHI) die overeenkomstig de artikelen 243, 244, 245 en 248 WIB
(1992)wordt gevestigd. Artikel 203 KB/WIB
(1992)bepaalt het volgende: "Met betrekking tot belastingplichtige voor wie de gronden van belastbaarheid overeenkomstig artikel 200 slechts na 1 januari aanwezig zijn of voor 31 december zijn weggevallen, stemt het belastbare tijdperk overeen met het gedeelte van het jaar waarin die gronden aanwezig zijn geweest. In afwijking van gezegd artikel 200 wordt het aanslagjaar genoemd naar het jaar waarin de gronden voor belastbaarheid weggevallen zijn." Krachtens artikel 3, §1, 1° WIB
(1992)zijn de rijksinwoners aan de personenbelasting onderworpen, waarmee de natuurlijke personen worden beoogd die in België hun woonplaats of de zetel van hun fortuin gevestigd hebben. Krachtens artikel 227, 1°, WIB
(1992)zijn de niet-rijksinwoners aan de belasting van niet-inwoners onderworpen. In de aanhef van afdeling I (‘Belastbare inkomsten') van Hoofdstuk II (‘Grondslag van de belasting') van titel V (‘Belasting van niet-inwoners') van het WIB
(1992)bepaalt artikel 228, in zijn ten deze toepasselijke versie, dat de belasting uitsluitend geheven wordt van in België verkregen inkomsten die aan de belasting zijn onderworpen. Artikel 228, §2, WIB
(1992)geeft vervolgens een overzicht van de inkomsten die aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, terwijl de artikelen 230 en 231 van dat wetboek een opsomming geven van de vrijgestelde inkomsten.
  1. Uit voormelde bepalingen volgt dat de niet-rijksinwoners slechts belastbaar zijn in de belasting van niet-inwoners voor zover ze in België inkomsten verkrijgen die aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, en dat in de gevallen waarin die gronden van belastbaarheid voor het einde van het kalenderjaar zijn weggevallen, het aanslagjaar naar dat jaar wordt genoemd. Het middel, dat ervan uitgaat dat voor niet-rijksinwoners de gronden van belastbaarheid steeds aanwezig zijn op grond van hun niet-rijksinwonersschap, ook al behalen zij in België geen in de belasting van niet-inwoners belastbare inkomsten, berust op een verkeerde rechtsopvatting, en faalt bijgevolg naar recht.
  2. Eiser kan niet worden gevolgd waar hij voorhoudt dat de gronden voor belastbaarheid dienen te worden beoordeeld in het kader van de artikelen 3 en 227 WIB
(1992). In deze artikelen wordt louter bepaald welke personen respectievelijk kunnen worden onderworpen aan de personenbelasting of aan de belasting van niet-inwoners. Deze artikelen bepalen evenwel geenszins welke ‘de gronden van belastbaarheid' van deze personen zijn, of m.a.w. welke de aanknopingspunten zijn van deze personen met de Belgische belasting. Het Hof van Beroep te gent oordeelde dan ook terecht dat eisers interpretatie dat de gronden voor belastbaarheid alleen afhankelijk zijn van het al dan niet rijksinwoner zijn, geen steun vindt in de wet. 5. Zoals verweerder voorhoudt in zijn memorie van antwoord (randnr. 16), wordt bij niet-rijksinwoners, in tegenstelling tot bij rijksinwoners, de grond van belastbaarheid, het aanknopingspunt met de Belgische belasting, namelijk niet gevormd door de territorialiteit ten opzichte van personen, doch door de territorialiteit ten opzichte van de inkomsten (Comm. IB 92, nr. 227/1). Een niet-rijksinwoner is principieel immers aan geen enkele Belgische belasting onderworpen, met uitzondering van de periode waarin hij welbepaalde handelingen stelt die in België belastbare inkomsten opleveren. Het feit dat men behoort tot een groep personen zonder enig aanknopingspunt met België, kan niet gelden als voldoende grond van belastbaarheid (Comm. IB 92, nr. 227/1). Het tegengestelde aannemen, zou overigens tot gevolg hebben dat voor eender welke persoon die niet-rijksinwoner is, permanent de gronden van belastbaarheid aanwezig zouden zijn. Zo argumenteert eiser in cassatie dat "artikel 227 WIB
(1992)inhoudt dat een belastingplichtige die zijn fiscale woonplaats in het buitenland heeft, in België aan de belasting der niet-inwoners onderworpen is ongeacht of men hier effectief belast wordt", zodat "België, gelet op de omvang van de wereldbevolking, ongeveer 6 miljard niet-inwoners heeft die in beginsel aan de Belgische inkomstenbelasting onderworpen zijn in de B.N.I. (...)". Een dergelijke interpretatie is onhoudbaar, in strijd met de territoriaal beperkte fiscale soevereiniteit van België en werd door de Minister van Financiën zelf tegengesproken in antwoord op een parlementaire vraag van de heer Berben, waarin hij stelt dat de gronden van belastbaarheid met betrekking tot de belasting van niet-inwoners ontstaan uit het feit dat inkomsten in België worden behaald (Parl. Vr. nr. 93/711 van de heer Berben dd. 22 september 1993, Bull. Bel. nr. 736, 653).
  1. Het feit dat een persoon geen rijksinwoner is, is in se geen grond van belastbaarheid, maar geeft louter aan dat de gronden van belastbaarheid aanwezig moeten zijn zoals die voorzien zijn in de belasting van niet-inwoners, en niet deze van de personenbelasting. De analogie-redenering van eiser dat de niet-inwoner net zoals de rijksinwoner steeds een gewone aangifte moet indienen, ongeacht of hij belastbare inkomsten verwerft - buiten in de gevallen van overlijden of verlies van statuut - kan niet worden gevolgd, daar het aanknopingspunt inzake personenbelasting, rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting, precies wordt gevormd door het statuut van rijksinwoner, terwijl dit inzake de belasting van niet-inwoners wordt bepaald door het al dan niet behalen of verkrijgen van belastbare inkomsten in België. Zulks impliceert dat rijksinwoners steeds een gewone aangifte dienen in te dienen zelfs indien zij geen of slechts tijdens een bepaalde periode van het belastbaar tijdperk belastbare inkomsten hebben behaald. Niet-inwoners daarentegen dienen enkel een gewone aangifte in te dienen indien zij gedurende een volledig inkomstenjaar belastbare inkomsten hebben behaald. Indien zij slechts gedurende een bepaalde periode van een inkomstenjaar in België belastbare inkomsten hebben behaald, heeft er slechts gedurende die periode van het inkomstenjaar een grond van belastbaarheid bestaan voor de niet-inwoners en dienen zij bijgevolg voor die periode een zogenaamde "aangifte speciaal" in te dienen verbonden aan het aanslagjaar dat overeenstemt het inkomstenjaar. (cfr. memorie van antwoord, randnr. 17).
  2. Eiser tot cassatie vestigde de bestreden aanslag in de belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 1993 op grond van de beroepsinkomsten die door verweerder in België werden verkregen als werknemer in de periode van 1 januari 1992 tot en met 20 december
  3. Die aanslag diende overeenkomstig artikel 203 KB/WIB
(1992)evenwel te worden gevestigd voor aanslagjaar
  1. Zulks heeft voor gevolg dat de op 19 december 1995 ingekohierde betwiste aanslag gevestigd werd buiten de in artikel 354 WIB
(1992)gestelde termijn van drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting verschuldigd is, met name vanaf 1 januari 1992. Gelet op de correcte interpretatie die het bestreden arrest heeft gegeven aan het begrip "gronden van belastbaarheid" ten aanzien van niet-rijksinwoners, heeft het wettig geoordeeld dat de betwiste aanslag werd gevestigd met miskenning van de artikelen 354 WIB
(1992)en 203 KB/WIB
(1992). Het eerste middel faalt, zoals gezegd, naar recht. (...) Besluit: VERWERPING. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.