id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 20 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.9 Rolnummer: F.09.0074.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 233 - laatst gezien 2026-07-02 17:31 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.9 Fiche 1 De bodemrechter beoordeelt in feite of het bericht tot wijziging van de aangifte de belastingplichtige op een met redenen omklede wijze voldoende inlicht over de inkomsten en andere gegevens die de administratie in de plaats wil stellen van die welke aangegeven of aangenomen zijn zodat hij de geplande wijziging kan onderzoeken en ze vervolgens verwerpen of aannemen
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure - Wijziging aangifte Vrije woorden: Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Beoordeling door de bodemrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 346, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Een tegenstrijdigheid in de redenen van het bericht van wijziging is niet noodzakelijk van aard te beletten dat de belastingplichtige in het bericht de nodige elementen terugvindt voor zijn verweer
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure - Wijziging aangifte Vrije woorden: Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Tegenstrijdigheid in de redenen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 346, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure - Wijziging aangifte Vrije woorden: Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Beoordeling door de bodemrechter Bericht van wijziging - Motiveringsvereiste - Tegenstrijdigheid in de redenen Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.09.0074.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk Thijs: 1. Onderhavige betwisting betreft de verwerping als bedrijfslast voor de aanslagen in de personenbelasting over de aj. 1990 t.e.m. 1999, van de intresten van een lening die eiser als werkend vennoot in de CV MORA had afgesloten met de CV WENGEN teneinde een kapitaalsverhoging in de CV MORA te kunnen doorvoeren. Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelt bij het thans bestreden arrest dat de administratie terecht de door eiser in aftrek genomen interest verwierp nu eiser niet bewijst dat de CV WENGEN een instelling is in de zin van artikel 56, §2, k van het WIB
(1992). 2. In het eerste middel komt eiser op tegen de beslissing van de appelrechters dat de opgave van tegenstrijdige redenen in een bericht van wijziging van aangifte geen inbreuk uitmaakt op de bij artikel 346 WIB
(1992)voorgeschreven motiveringsverplichting (schending van artikel 346 WIB92). 3. Overeenkomstig de vaste rechtspraak van Uw Hof is het bericht van wijziging van de aangifte, dat overeenkomstig artikel 346 WIB
(1992)verstuurd moet worden, erop gericht de belastingplichtige op een met redenen omklede wijze in te lichten over de inkomsten en andere gegevens die het bestuur in de plaats wil stellen van die welke aangegeven of aangenomen zijn, zodat hij de geplande wijziging kan onderzoeken en ze vervolgens verwerpen of aannemen (Cass. 15 mei 2003, A.C. 2003, nr. 297; Cass. 27 maart 1997, A.C. 1997, nr. 168; Cass. 28 januari 1994, A.C. 1994, nr. 55; Cass. 12 mei 1989, A.C. 1988-89, nr. 522). Zoals verweerder stelt in zijn memorie van antwoord, maakt het oordeel van de appelrechters dat de litigieuze berichten van wijziging geen schending inhouden van de motiveringsverplichting van artikel 346 WIB
(1992), omdat ze duidelijk de feiten, cijfers en omstandigheden vermelden waarop de voorgenomen wijzigingen berusten en dat deze berichten zonder meer begrijpelijk zijn, een onaantastbare beoordeling uit van de feiten (cfr. de hoger geciteerde rechtspraak). In zoverre het eerste middel Uw Hof uitnodigt tot een beoordeling van deze feiten is het niet ontvankelijk. 4. Auteur VAN DE WOESTEYNE wijst erop dat wanneer het bericht van wijziging bepaalde fouten zou omvatten (in feite of in rechte), dit niet automatisch zal leiden tot een schending van de motiveringsverplichting vervat in artikel 346 WIB
(1992). Deze fouten kunnen tijdens de verdere onderhandelingen immers ter sprake worden gebracht en door de administratie desgevallend worden rechtgezet (I. VAN DE WOESTEYNE, "De rechten van verdediging van de belastingplichtige bij de wijzigings- en bezwaarprocedure", A.J.T. 1994-95, 80, met verwijzing naar Brussel 23 juni 1982, F.J.F. 1982/122; Antwerpen 2 november 1992, F.J.F. 1993/167). Voor de toepassing van artikel 346 WIB92 volstaat het bijgevolg dat in het wijzigingsbericht wordt aangegeven welke de redenen zijn die volgens de administratie de voorgestelde wijzigingen "lijken" te rechtvaardigen (cf. Cass. 25 juni 1990, A.C. 1989-90, nr. 625). Het voorgaande impliceert dat de feitenrechter kan oordelen dat een bericht van wijziging voldoet aan de door artikel 346 WIB
(1992)gestelde voorwaarden, ook al zouden, in de stelling van de belastingplichtige, bepaalde motieven ervan tegenstrijdig zijn. In zoverre het middel ervan uitgaat dat een tegenstrijdigheid in de redenen van een bericht van wijziging ipso facto een schending inhoudt van de motiveringsverplichting, faalt het naar recht. 5. In subsidiaire orde weze opgemerkt dat deze grief hoe dan ook niet tot cassatie kan leiden nu de door eiser bekritiseerde beslissing hoe dan ook wettig verantwoord blijft op grond van de reden welke Uw Hof vermag in de plaats te stellen bestaande in de vaststelling dat het niet tegenstrijdig is in een bericht van wijziging tegelijk te verwijzen naar artikel 49 WIB
(1992), basisartikel inzake de aftrek van bedrijfsuitgaven, als naar de artikelen die deze bepaling verder uitwerken. 6. Voorts verwijt eiser de appelrechters niet te hebben geantwoord op de in de akte van hoger beroep en in de appelconclusies van eiser aangevoerde stelling "dat een loutere opsomming van wetsartikelen en verkeerd weergegeven cijfers, evenals op een ongeordende wijze opgestelde berichten van wijziging van aangifte, de motiveringsverplichting van artikel 346 WIB92 aantasten" (schending van artikel 149 G.W.) Met de overwegingen dat in de litigieuze berichten van wijziging van aangifte duidelijk de feiten, cijfers en omstandigheden vermeld werden waarop de voorgenomen wijzigingen berusten en dat deze berichten zonder meer begrijpelijk zijn in hun uiteenzetting van de redenen op grond waarvan de administratie beslist tot verwerping van de kosten, hebben de appelrechters eisers verweer wel degelijk beantwoord en verworpen. Het middel mist derhalve in zoverre feitelijke grondslag. (...) Besluit: VERWERPING. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100520.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div