id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 03 september 201
Art. 4
Fiches 4 - 6 De omstandigheid dat artikel 4 van de wet van 25 juli 2008 de zaken waarin de vordering tot schadevergoeding vóór de inwerkingtreding van de wet verjaard is verklaard bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing, maar waarin een cassatieberoep is ingediend, niet uit het toepassingsgebied van de wet sluit, doet geen afbreuk aan de regel dat een middel dat de schending aanvoert van een wettelijke bepaling die nog niet in werking was getreden op het ogenblik van de uitspraak van de bestreden beslissing in de regel niet ontvankelijk is; deze bepaling houdt enkel in dat de nieuwe verjaringsregeling van toepassing is in geval de bestreden beslissing, die kracht van gewijsde heeft en de vordering tot schadevergoeding vóór de inwerkingtreding van de wet verjaard heeft verklaard, ingevolge een cassatie op grond van de schending van een ten tijde van de uitspraak van de bestreden beslissing wel toepasselijke bepaling haar gezag van gewijsde verliest en de zaak aldus opnieuw voor de feitenrechter dient te worden beoordeeld
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Verjaring - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling - Cassatieberoep Wettelijke bepalingen:
Art. 4
Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling - Cassatieberoep Wettelijke bepalingen:
Art. 4
Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Verjaring - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling Wettelijke bepalingen:
Art. 4Fiches 7 - 12 Conclusies van advocaat-generaal m.o.
VAN INGELGEM. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Duur - Onrechtmatige overheidsdaad - Schuldvordering ten laste van de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten - Vijfjarige termijn - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Staat. Overheid UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Onrechtmatige overheidsdaad - Schuldvordering ten laste van de Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten - Vijfjarige termijn - Toepasselijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Verjaring - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling - Cassatieberoep Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling - Cassatieberoep Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in burgerlijke zaken - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Verjaring schuldvordering op de Staat Vrije woorden: Cassatiemiddel - Schending van een nog niet in werking getreden wettelijke bepaling - Vordering tot schadevergoeding ten laste van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten - Verjaring - Kracht van gewijsde - Nieuwe verjaringsregeling Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0339.N Conclusie van advocaat-generaal met opdracht A. Van Ingelgem I. SITUERING 1. De vordering van eiser tegen verweerster in betaling van schadevergoeding (ingevolge eerdere arresten van de Raad van State die oordeelden dat hij op onterechte wijze uit zijn opdracht in het hoger secundair onderwijs werd ontzet) werd door het bestreden arrest (Brussel, 18 juni 2008) verjaard verklaard. II. BESPREKING VAN HET MIDDEL 1. Tegen deze beslissing voert eiser een enig middel tot cassatie aan, gesteund op 3 onderdelen. 2. Het 1ste onderdeel werpt op dat het bestreden arrest, door de vijfjarige verjaringstermijn van toepassing te verklaren, het rechtsbegrip schuldvordering in de zin van artikel 100, eerste lid, 1° van de wet op de Rijkscomptabiliteit schendt, evenals de artikelen 2227 en 2262 van het B.W. waarvan volgens hem toepassing diende gemaakt te worden. 2.1. Waar volgens eiser uit de wetsgeschiedenis inzake blijkt dat de wetgever met het begrip schuldvorderingen, zoals bepaald in voormeld artikel 100, deze bedoelt die zijn ingeschreven in de begroting, doch niet de betwiste aanspraken tot het verkrijgen van schadevergoeding wegens buitencontractuele aansprakelijkheid van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten (vermits deze niet behoren tot een begrotingsjaar en niet worden opgenomen in de rekeningen die binnen een redelijke termijn moeten afgesloten worden), en hij zich m.b.t. deze benadering o.m. baseert op een arrest (nr. 32/96 en 15/05/1996) van het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof)
(1), stel ik evenwel vast dat volgens de (vaste) rechtspraak van uw Hof
(2), behoudens andersluidende bepalingen, de vijfjarige verjaringstermijn in de regel geldt voor alle schuldvorderingen t.l.v. de Staat, met inbegrip van de schuldvorderingen gebaseerd op de artikelen 1382 en 1383 van het B.W. Uw Hof heeft zulks aldus meermaals en constant bevestigd, hetzij rechtstreeks door de bepaling uitdrukkelijk van toepassing te verklaren op schuldvorderingen volgend uit een onrechtmatige daad, hetzij onrechtstreeks, door na te gaan of de korte verjaring van de desbetreffende schuldvordering volgend uit een onrechtmatige daad van de overheid al dan niet tijdig werd gestuit
(3). Voornoemde bepaling maakt inderdaad geen enkele uitzondering naar gelang van de aard van de schuldvordering. De door deze bepaling geviseerde schuldvordering is m.i. dan ook meer bepaald een schuldvordering die geen vaste uitgave van de Staat
(4)vertegenwoordigt, waaromtrent de vijfjarige verjaringstermijn juist tot doel heeft de begroting in goede banen te leiden door in het raam van een goede rijkscomptabiliteit de rekeningen binnen een redelijke termijn af te sluiten en zekerheid te bekomen over de hangende vorderingen
(5). In het verlengde hiervan oordeelde het Arbitragehof (Grondwettelijk Hof) in zijn latere arresten
(6)trouwens telkens dat de wetgever, door de vorderingen gericht tegen de Staat aan de vijfjarige verjaring te onderwerpen, juist een maatregel heeft genomen die in verband staat met dat nagestreefde doel, en die noodzaak daarvan bestaat m.i. derhalve evenzeer wanneer er sprake is van een schuldvordering voortvloeiend uit een onrechtmatige daad. Op grond van de hierboven vermelde beweegredenen ben ik dan ook de mening toegedaan dat het 1ste onderdeel - dat uitgaat van een andersluidende juridische zienswijze - faalt naar recht.
- In het 2de onderdeel voert eiser, in ondergeschikte orde, de schending aan van artikel 101 van de wet op de Rijkscomptabiliteit en van artikel 2244 van het B.W., zoals gewijzigd door de wet van 25 juli 2008 (B.S. 22/8/2008). Eiser beroept zich in deze op de retroactieve werking van deze wet die in werking trad op 1 september 2008 en die overeenkomstig artikel 4 ervan van toepassing is op beroepen tot vernietiging die bij de Raad van State zijn ingesteld vóór de inwerkingtreding ervan, maar niet wanneer de vordering tot schadevergoeding vóór de inwerkingtreding van deze wet verjaard is verklaard bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing waartegen geen cassatieberoep is ingediend. 3.
- In casu was op het ogenblik van de inwerkingtreding van de (nieuwe) wet (op 1/9/2008) nog geen cassatieberoep (betekening dd. 23/6/2009) hangende. 3.
- Een cassatieberoep is m.i. nochtans te beoordelen op grond van de bepalingen die van kracht waren op het ogenblik van de bestreden beslissingen
(7). De opdracht van uw Hof bestaat er immers in te onderzoeken of de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen daarbij een juiste toepassing van de wet heeft gemaakt. Uw Hof neemt aldus geen kennis van de grond van de zaak, maar onderzoekt alleen de regelmatigheid van de procedure en de overeenstemming van de bestreden beslissing met de wet. Meer bepaald gaat uw Hof na of de appelrechter, gelet op de bepaling zoals die van kracht was op het ogenblik waarop zijn beslissing werd gewezen, deze naar recht heeft verantwoord, zonder dat daarbij rekening kan worden gehouden met een wet die na het wijzen van de beslissing zou zijn goedgekeurd en bekend gemaakt in het B.S.
(8). De wettigheid voor de aangevochten beslissing wordt daarbij uitsluitend getoetst aan de versie van de wettekst zoals die op het beslechte geschil toepasselijk was
(9). De rechter kan immers geen wet schenden die (nog) niet van toepassing was op het ogenblik van de uitspraak van de beslissing
(10). 3.3. Met uitzondering van een interpretatieve wet of van een uitdrukkelijk afwijkende vermelding door de wetgever (quod non in casu) ben ik dan ook de mening toegedaan dat uw Hof bij de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht geen rekening kan houden met een wet die van latere datum dateert. Bij dit alles mag m.i. bovendien niet uit het oog worden verloren dat de voorziening in cassatie een "buitengewoon" rechtsmiddel is
(11); het heeft niet tot gevolg dat het geding - dat door het arrest (ten gronde) over de zaak zelf is beëindigd - hangende blijft. Dat geding wordt immers slechts hervat wanneer de beslissing wordt vernietigd en binnen de perken van de vernietiging, zodat in geval van cassatie de verwijzingsrechter de mogelijkheid gegeven wordt eventueel de nieuwe wet toe te passen (en bij verwerping de in kracht van gewijsde gegane appelbeslissing "definitief onherroepelijk" gemaakt wordt). Het beginsel is dus: U slaat geen acht op een wet die dagtekent van na het bestreden arrest. Dat betekent dat het middel, afgeleid uit de schending van wetsbepalingen die nog niet van toepassing waren ten tijde van de bekritiseerde beslissing en die dus door de rechter niet konden worden geschonden, niet ontvankelijk is
(12). 3.5. In voormelde context en op basis van voormelde redenering ben ik dan ook van oordeel dat de omstandigheid dat artikel 4 (van de wet van 25 juli 2008) de zaken waarin een cassatieberoep is ingediend weliswaar niet uit het toepassingsgebied ervan uitsluit, hieraan geen afbreuk doet
(13). Op die grond meen ik derhalve dat het 2de onderdeel niet ontvankelijk is. (...) III. CONCLUSIE: VERWERPING __________________
(1)Arbitragehof, Arresten 1996, 421.
(2)Cass. 20 dec. 2007, AR C.06.0385.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.2, A.C., 2007, nr. 651; Cass. 16 feb. 2006, A.R. C.05.0022.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060216.8, A.C., 2006, nr. 98; Cass. 25 maart 2004, AR C.01.0597.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040325.7, A.C., 2004, nr. 167; Cass. 13 juni 2003, R.W. 2004-2005, 384, met noot S. Van der Jeught; Cass., 14 april 2003, A.R. C.00.0167.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030414.7, A.C., 2003, nr. 250; Cass. 9 sept. 2002, AR C.99.0327.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020909.6, A.C., 2002, nr. 424.
(3)Cass. 2 april 2009, AR C.08.0343.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.14, www.cass.be; Cass. 20 dec. 2007, AR C.06.0385.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.2, A.C., 2007, nr. 651; Cass. 16 feb. 2006, AR C.05.0022.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060216.8, A.C., 2006, nr. 98.
(4)Krachtens art. 71, §1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (B.S. 17 jan. 1989) is voormelde bepaling van overeenkomstige toepassing op de Gemeenschappen en de Gewesten.
(5)Zie o.m. P. FLAMEY en K. WAUTERS, De verjaring van rechtsvorderingen inzake overheidsopdrachten, R.W., 1999-2000,
(33)34; D. MERTENS, De verjaring van schuldvorderingen t.a.v. de overheid: terug naar start, U ontvangt geen geld, R.W., 2003-2004, 461, nr. 1.
(6)Grondw. Hof nr. 98/2008 van 3 juli 2008
(1567), nr. 17/2008 van 14 feb. 2008
(241), nr. 124/2007 van 4 okt. 2007
(1551); nr. 122/2007 van 26 sept. 2007
(1541), nr. 90/2007 van 20 juni 2007
(1059); Arbitragehof nr. 37/2003 van 3 april 2003
(465), nr. 64/2002 van 28 maart 2002
(783), nr. 42/2002 van 20 feb. 2002
(487), nr. 85/2001 van 21 juni 2001
(1161).
(7)Cass. 12 juni 2008, AR C.07.0081.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080612.1, A.C., 2008, nr. 365; Cass. 13 maart 2008, AR D.07.0002.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10, A.C., 2008, nr. 177 (tweede middel).
(8)Cass. 21 jan. 2003, A.R. P.02.0114.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030121.26, A.C., 2003, nr. 43; Cass. 5 jan. 1948, Pas., 1948, 16, met noot R.H. en Cass. 25 sept. 1969, A.C., 1970, 94 - 901, met noot W.G.
(98).
(9)Cass. 29 okt. 1990, A.C., 1990-91, nr. 112.
(10)Cass. 21 jan. 1991, A.C., 1990-91, nr. 262; zie ook noot W.G. voor Cass. 25 sept. 1969, A.C., 1969,
(94)98 inzake de toepassing van art. 703 Ger.W.
(11)Cass. 18 okt. 1999, A.C., 1999, nr. 540, met concl. PG J.F. Leclercq i.v.m. de wijziging van art. 582, 1° Ger.W. (bevoegdheid ) na het instellen van bewust cassatieberoep, en Cass. 21 jan. 1935, Pas., 1935, I, 122, met concl. PG. L. CORNIL.
(12)Cass. 21 jan.1991, A.C., 1990-91, nr. 262.
(13)Zie Cass. 25 feb. 2010, AR C.08.0228.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.10, www.cass.be. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100903.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020909.6 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030121.26 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030414.7 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040325.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060216.8 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080313.10 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080612.1 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.14 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div