id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 15 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101015.7 Rolnummer: F.09.0092.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-11-04 Raadplegingen: 332 - laatst gezien 2026-07-02 05:46 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.7 Fiche 1 Een niet-gemotiveerd bezwaarschrift is niet ontvankelijk
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Rechtsmiddelen - Administratief beroep Vrije woorden: Bezwaarschrift - Geldigheidsvereisten - Verplichting tot motivering - Sanctie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 371 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 De omstandigheid dat de belastingplichtige door de Administratie niet werd gehoord of geen inzage kreeg in het dossier, belet niet dat het voorheen door hem ingediende niet-gemotiveerd bezwaarschrift niet ontvankelijk is
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Rechtsmiddelen - Administratief beroep Vrije woorden: Bezwaarschrift - Geldigheidsvereisten - Gebrek aan motivering - Onontvankelijk bezwaarschrift - Onderzoek van het bezwaar - Inzage- en hoorrecht miskend - Ontvankelijkheid van het bezwaar - Implicaties Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 371 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Rechtsmiddelen - Administratief beroep Vrije woorden: Bezwaarschrift - Geldigheidsvereisten - Verplichting tot motivering - Sanctie Bezwaarschrift - Geldigheidsvereisten - Gebrek aan motivering - Onontvankelijk bezwaarschrift - Onderzoek van het bezwaar - Inzage- en hoorrecht miskend - Ontvankelijkheid van het bezwaar - Implicaties Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.09.0092.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS:
- Het enig middel tot cassatie komt op tegen het bestreden arrest in zoverre dit, spijts de in het kader van de bezwaarprocedure vastgestelde schending van het hoorrecht (artikel 374, derde lid, WIB92) en het inzagerecht van eiseres (artikelen 1, 4, 5 en 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur), de vordering van eiseres niet toelaatbaar verklaarde omwille van de terechte beslissing van de gewestelijke directeur dat het bezwaarschrift van eiseres, bij gebrek aan motivering, onontvankelijk was. Volgens het enig middel kan de onontvankelijkheid van het bezwaarschrift aan de belastingplichtige niet het recht ontnemen om, overeenkomstig artikel 374, derde lid, WIB92, gehoord te worden, noch om, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, inzage te nemen van het administratief dossier. Het middel houdt voor dat deze hoorplicht en inzageplicht op straffe van nietigheid, minstens als substantiële vormvereiste, door verweerder dient te worden gerespecteerd, en dat verweerder niet vrij over de toepassing ervan kan oordelen, al naargelang hem de uitoefening van dit recht al dan niet zinloos voorkomt, terwijl de hoorplicht en de inzageplicht zich ook uitstrekt tot de problematiek van de ontvankelijkheid van een bezwaarschrift. De beslissing dat de vordering van eiseres niet toelaatbaar was nu het overeenkomstig artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek vereiste voorafgaand administratief beroep niet regelmatig was ingesteld, gelet op het onontvankelijk bezwaarschrift, was bijgevolg niet naar recht verantwoord, aldus het enig middel.
- In zoverre het middel aanvoert dat de onontvankelijkheid van een bezwaarschrift de uitoefening van het hoorrecht en inzagerecht in het kader van de bezwaarfase niet in de weg staat, faalt het naar recht. Om rechtsgeldig te zijn moet het bezwaar dat de belastingplichtige kan indienen bij de directeur der belastingen, gemotiveerd zijn overeenkomstig het artikel 371 W.I.B.
(1992). Het schriftelijke bezwaar vormt immers een akte van rechtspleging die alle elementen moet bevatten waaruit zijn geldigheid blijkt (Cass. 6 oktober 2000, AR F.97.0038.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001006.10, A.C. 2000, nr. 526, met concl. van het O.M.). De motivering van het bezwaarschrift maakt een essentieel bestanddeel uit van het bezwaar en is vereist opdat de directeur der belastingen de hem toegewezen rechtsprekende functie zou kunnen vervullen (Cass. 8 april 1991, AR F.1868.N, A.C. 1990-91, nr. 415). Eerder dan naar de letterlijke bewoordingen van het bezwaarschrift te kijken, dient nagegaan wat de belastingplichtige met het indienen van zijn bezwaar precies wil en in hoeverre een precieze grief tegen een welbepaalde taxatie werd aangevoerd. De rechter die vaststelt dat een bezwaarschrift niet is gemotiveerd, kan derhalve wettig beslissen dat dit bezwaar onontvankelijk is, m.a.w. dat er geen bezwaarschrift werd ingediend (Cass. 4 januari 2002,AR F.00.0058.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020104.2, A.C. 2002, nr. 7). 4. Zolang geen beslissing is gevallen, mag de belastingschuldige of zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, overeenkomstig artikel 372 W.I.B.
(1992)zijn oorspronkelijk bezwaarschrift aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als deze buiten de in artikel 371 gestelde (bezwaar)termijn worden ingediend. Dit is evenwel maar mogelijk voor zover het (tijdig) ingediende bezwaarschrift voldoende gemotiveerd (en dus ontvankelijk) was (A. TIBERGHIEN, Handboek voor Fiscaal recht 2009-2010, Kluwer, 2009, nr. 1767, p. 663; Antwerpen, 23 maart 1999, F.J.F. No. 99/205). In zoverre het middel uitgaat van de premisse als zou de belastingplichtige na de indiening van een niet-gemotiveerd en dus onontvankelijk bezwaar alsnog over de mogelijkheid beschikken om zijn bezwaarschrift aan te vullen, zodat het nog zinvol is om te worden gehoord en inzage te nemen van het bezwaardossier, faalt het naar recht.
- Bij gebrek aan een ontvankelijk bezwaarschrift kan de belastingplichtige zich niet beroepen op de waarborgen die zijn recht van verdediging vrijwaren in het kader van een bezwaarprocedure. Het recht om te worden gehoord of om inzage te krijgen van het administratief dossier kan uiteraard enkel op zinvolle wijze worden uitgeoefend wanneer er rechtsgeldige en ontvankelijke wijze bezwaar ingesteld. Wanneer het bezwaarschrift niet is gemotiveerd, kan de beslissing van de directeur der belastingen enkel luiden dat het bezwaarschrift onontvankelijk is. Het eerbiedigen van de hoorplicht en de inzageplicht kan deze beslissing in geen enkel opzicht beïnvloeden nu de belastingplichtige niet over de mogelijkheid beschikt een onontvankelijk bezwaarschrift aan te vullen met nieuwe bezwaren. In zoverre het middel aanneemt dat de hoorplicht en de inzageplicht zich ook uitstrekt tot de problematiek van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift zodat het recht om te worden gehoord en om inzage te krijgen van het administratief beroep niet afhankelijk is van het bestaan van een ontvankelijke bezwaarprocedure, faalt het middel ook op dit punt naar recht.
- Het bestreden arrest stelt vast dat het bezwaarschrift van eiseres niet voldoet aan de gestelde motiveringsplicht, welke beslissing door eiseres niet wordt betwist. Op grond van het ontbreken van een motivering kon het bestreden arrest bijgevolg wettig vaststellen dat verweerder terecht geen rekening hield met het verzoek van eiseres om te worden gehoord en om inzage te krijgen van het administratief beroep, hetgeen immers zinloos was ingeval van een onontvankelijk bezwaarschrift.
- Het bestreden arrest stelt in dit verband vast dat eiseres argumenteerde dat, ingevolge de miskenning van het hoor- en inzagerecht, haar aldus de mogelijkheid werd ontnomen om haar bezwaarschrift aan te vullen. Het arrest oordeelt terzake "dat (eiseres) hiermee voorbijgaat aan het feit dat een aanvullend bezwaarschrift slechts ontvankelijk is als het initiële bezwaarschrift tijdig en gemotiveerd was hetgeen, wat de motivatie betreft, te dezen dus niet het geval was." Het oordeelt dat "uit het voorgaande volgt dat de administratie terecht geen rekening hield met het verzoek van (eiseres) omdat ten gevolge van het gebrek aan motivering van het bezwaarschrift onmiddellijk vaststond dat de uitoefening van het hoor- en inzagerecht zinloos was." Nu eiseres niet opkomt tegen de redengeving van de appelrechters dat zij haar onontvankelijk bezwaarschrift niet meer kon aanvullen, kan het middel m.i. hoe dan ook niet tot cassatie leiden en is het vanuit die optiek onontvankelijk bij gebrek aan belang. Besluit: VERWERPING. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101015.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001006.10 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020104.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div