id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101108.1 Rolnummer: C.09.0610.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2010-11-22 Raadplegingen: 252 - laatst gezien 2026-07-02 09:29 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101108.1 Fiche 1 De door artikel 270, tweede lid van de Nieuwe Gemeentewet voorziene machtiging van het college van burgemeester en schepenen door de gemeenteraad, kon onder de vigeur van die wet tot de sluiting van het debat worden gegeven, zodat het inleiden van een vordering op het enkel initiatief van het college van burgemeester en schepenen onder vigeur van die wet niet noodzakelijk leidde tot de onontvankelijkheid van de vordering, mits nadien machtiging werd verleend door de gemeenteraad en die machtiging voor het sluiten van het debat werd overgelegd
(1).
(1)zie de conclusies van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Vlaams Gemeentedecreet - Algemeen Vrije woorden: College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Gemeentewet - 24-06-1988 - Art. 270, tweede lid Fiches 2 - 3 De onmiddellijke werking van artikel 193, eerste lid van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, houdt in dat het college van burgemeester en schepenen vanaf 1 januari 2006 en tot aan het sluiten van het debat kan overgaan tot de bekrachtiging van een eerder door de gemeente zonder machtiging van de gemeenteraad ingestelde vordering, zoals bepaald in artikel 270, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet
(1).
(1)Zie de conclusies van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Vlaams Gemeentedecreet - Algemeen Vrije woorden: College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Inwerkingtreding van het Gemeentedecreet Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Art. 193, eerste lid Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Vlaams Gemeentedecreet - Algemeen Vrije woorden: College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Inwerkingtreding van het Gemeentedecreet Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Art. 193, eerste lid Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Vlaams Gemeentedecreet - Algemeen Vrije woorden: College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Tijdstip College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Inwerkingtreding van het Gemeentedecreet Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Vlaams Gemeentedecreet - Algemeen Vrije woorden: College van burgemeester en schepenen - Optreden in rechte - Nieuwe Gemeentewet - Machtiging van de gemeenteraad - Inwerkingtreding van het Gemeentedecreet Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0610.N Conclusie van advocaat-generaal R. Mortier:
- In het eerste middel voert eiser aan dat het arrest tegenstrijdig is door enerzijds alvorens recht te spreken een deskundige aan te stellen om de uitgevoerde werken te beschrijven en de invloed ervan op het leefmilieu te onderzoeken en anderzijds vast te stellen dat er manifeste inbreuken op de leefmilieuwetgeving werden begaan, reden waarom de staking van het strijdig gebruik wordt bevolen. Het is evenwel niet tegenstrijdig in die zin te beslissen nu het vaststellen van manifeste inbreuken die het leefmilieu aantasten en het staken van het strijdig gebruik verantwoorden, niet belet dat een deskundige wordt aangesteld om te bepalen waaruit in concreto het herstel in de vorige toestand zou bestaan en om de te nemen herstelmaatregelen te beschrijven. Het eerste middel dat zowel een motiveringsgebrek als een inbreuk op artikel 1138, Ger.W. aanvoert mist feitelijke grondslag.
- Het tweede middel voert aan dat de appelrechter ten onrechte de vordering van de gemeente Overijse ontvankelijk verklaarde door artikel 193 van het Gemeentedecreet toepasselijk te achten, niettegenstaande deze bepaling pas in werking trad op 1 januari 2006, dit is na het inleiden van deze vordering. 2.
- Waar het krachtens artikel 123,8° van de Nieuwe Gemeentewet zo was dat het college van burgemeester en schepenen de rechtsgedingen voert waarbij de gemeente hetzij als eiser, hetzij als verweerder betrokken is, maar de rechtsvorderingen waarvan sprake in artikel 270, tweede lid, slechts konden ingesteld worden door het college na machtiging door de gemeenteraad, werd door uw Hof aanvaard dat die noodzakelijke machtiging kon gegeven worden tot aan het sluiten van het debat. In die zin werd geoordeeld bij arresten van 4 mei 2001
(1), 5 september 2003
(2)en 21 november 2008
(3). Het inleiden van de vordering zonder machtiging van de gemeenteraad leidde dus op zich niet tot de onontvankelijkheid van die rechtsvordering indien deze onvolkomenheid tijdig, dit is voor het sluiten van het debat, werd gedekt door het overleggen van de noodzakelijke machtiging van de gemeenteraad. 2.
- Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 hief deze bepalingen op en voerde met betrekking tot het optreden in rechte nieuwe regels in. Krachtens artikel 193 beslist het college van burgemeester en schepenen tot het optreden in rechte namens de gemeente. Deze bepaling trad in werking op 1 januari
- Overeenkomstig de vaste rechtspraak van uw Hof houdt de regel betreffende de niet-retroactiviteit van de wet, zoals uitgedrukt in artikel 2 B.W. in dat de nieuwe wet onmiddellijk van toepassing is op rechtstoestanden die zich voordoen na de inwerkingtreding van de nieuwe wet, evenals op de toekomstige gevolgen van een onder de vroegere wet ontstane rechtstoestand die zich voordoen of voortduren onder gelding van de nieuwe wet, voor zover daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. Artikel 193 van het Gemeentedecreet wordt dus onmiddellijk van toepassing op de gedingen die op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan hangend zijn. Vanaf dan is het niet meer aan de gemeenteraad om machtiging te verlenen om in rechte op te treden, of de eventueel onvolkomen ingeleide vorderingen alsnog te bekrachtigen door het a posteriori verlenen van de vereiste machtiging, maar komt het krachtens het decreet aan het college zelf toe, zonder machtiging van de gemeenteraad in rechte op te treden. Niets belet dan ook dat het college van burgemeester en schepenen vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen en tot aan het sluiten van het debat de eerder ingestelde rechtsvordering, zonder de destijds vereiste machtiging, bekrachtigt. Het tweede middel dat ervan uitgaat dat de nieuwe bepalingen geen onmiddellijke toepassing krijgen maar het integendeel de oude wet is die diende toegepast te worden faalt naar recht. Conclusie: VERWERPING __________________
(1)Cass. 4 mei 2001, AR C.98.0199.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010504.6, A.C. 2001, nr. 255.
(2)Cass. 5 sept. 2003, AR C.02.0539.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030905.3, A.C. 2003, nr. 417.
(3)Cass. 21 nov. 2008, AR C.07.0448.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081121.3, A.C. 2008, nr. 654. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101108.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010504.6 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030905.3 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081121.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div