← België

ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101130.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101130.2 Rolnummer: P.10.0619.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-12-02 Raadplegingen: 298 - laatst gezien 2026-07-01 23:35 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2 Fiche 1 Het verval van het recht tot sturen, bepaald in artikel 42 Wegverkeerswet is een veiligheidsmaatregel die naast de straf moet worden uitgesproken en waartoe de rechter op grond van een soevereine beoordeling beslist; het is niet uitgesloten dat een persoon die voldoet aan de minimumnormen inzake het gebruik van alcohol zoals bepaald in bijlage 6 bij het K.B. van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, door de rechter ongeschikt bevonden wordt om een motorrijtuig te besturen in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Verval - art. 38-49 Vrije woorden: Lichamelijke ongeschiktheid een motorrijtuig te besturen - Verval van het recht tot sturen - Aard - Beoordeling door de rechter - Minimumnormen van bijlage 6 bij K.B. 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - Invloed Fiche 2 Conclusie van eerste advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Verval - art. 38-49 Vrije woorden: Lichamelijke ongeschiktheid een motorrijtuig te besturen - Verval van het recht tot sturen - Aard - Beoordeling door de rechter - Minimumnormen van bijlage 6 bij K.B. 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - Invloed Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ P.10.0619.N Conclusie van eerste advocaat-generaal M. De Swaef: Het enig middel tot cassatie komt op tegen de beslissing van de appelrechters die het verval van het recht tot sturen wegens ongeschiktheid in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet uitspreken nadat nochtans blijkt dat de eiseres slaagde in de bij een vorig vonnis opgelegde geneeskundige en psychologische onderzoeken. Meer bepaald wordt aangevoerd dat lichamelijke ongeschiktheid als gevolg van alcoholisme in de zin van bijlage 6 bij het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs dezelfde connotatie heeft als in artikel 42 Wegverkeerswet. Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is geen straf maar een beveiligingsmaatregel
(1). De rechter moet het verval tot sturen opleggen wanneer aan de voorwaarden is voldaan; hij oordeelt onaantastbaar over het al dan niet voldaan zijn aan de voorwaarden
(2). Het slagen in de geneeskundige en psychologische onderzoeken betekent evenwel niet dat geen toepassing meer kan gemaakt worden van artikel 42 Wegverkeerswet. De appelrechters verwijzen daarbij naar Arnou en De Busscher
(3)om vast te stellen dat het slagen in de geneeskundige en psychologische onderzoeken weliswaar betekent dat de betrokkene voldoet aan de minimumnormen van voormelde bijlage 6 maar dat dit niet noodzakelijk samenvalt met de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van artikel 42 Wegverkeerswet. Volgens deze auteurs zal de rechter "deze ongeschiktheid uiteraard geheel of gedeeltelijk moeten aannemen wanneer blijkt dat de betrokkene niet meer voldoet aan de in de bijlage 6 bij het K.B. Rijbewijs bepaalde normen tot het besturen van alle of bepaalde categorieën van motorvoertuigen waarvoor een rijbewijs vereist is. Maar de rechter kan ook andere oorzaken van gehele of gedeeltelijke lichamelijke ongeschiktheid aannemen"
(4). Wanneer er sprake is van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid als gevolg van alcoholisme in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet kan men niet oordelen dat men voldoet aan de minimumnormen van bijlage 6 voormeld. Het omgekeerde is echter niet noodzakelijk waar; dit is nu precies de veronderstelling waarvan het middel uitgaat. Inderdaad, het is niet omdat men voldoet aan de minimumnormen van bijlage 6, K.B. 23 maart 1998 - merk overigens op dat het gaat om minimumnormen - dat er geen sprake kan zijn van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet. Niet alleen kan het immers zijn dat andere redenen dan deze vermeld in de minimumnormen van bijlage 6 de rechter - die daarover soeverein oordeelt - doen besluiten tot het bestaan van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet, maar te dezen blijken de appelrechters ook op grond van de expertise van Dr. Baecke te weerhouden dat de eiseres misschien wel op het moment van hun oordeel géén alcoholverslaafde meer was, maar dat de schade die zij opliep als gevolg van deze (vroegere) alcoholverslaving, haar toch nog steeds lichamelijk of geestelijk ongeschiktheid maakt in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet. Het vonnis stelt daarbij vast: "Dr. Baecke stelde, na grondig onderzoek van beklaagde, vast dat zij door chronisch alcoholgebruik erg veel schade heeft opgelopen, zowel op psycho-organisch vlak als op maatschappelijk vlak en dat zij op heden niet stabiel is in haar abstinentie" om te besluiten: dat betrokkene op heden als geestelijk ongeschikt moet beschouwd worden om een voertuig te besturen door de psycho-organische schade die het gevolg is van chronisch ethylisme." Naar recht verantwoord is derhalve het oordeel dat het dus niet onmogelijk is dat een persoon die voldoet aan de minimumnormen van bijlage 6 bij het KB betreffende het rijbewijs na het slagen in een geneeskundige en psychologische proef, toch niet geschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet. Het middel kan niet worden aangenomen. De bestreden beslissing die de eiseres niet voorgoed maar tijdelijk vervallen verklaart van het recht tot sturen, is cassatiebestendig. Conclusie: verwerping. _____________
(1)Cass. 30 januari 2007, AR P.06.1496.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.4, A.C., 2007, nr. 57; 11 mei 2010, AR P.10.0079.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100511.2.
(2)A. Vandeplas, Over ontzegging van rijbevoegdheid, noot onder Beroep Antwerpen, 2 september 1993, RW, 1993-1994, 1234; M. Sterkens. De uitbreiding van het verval van het recht tot sturen, noot onder Cass. 8 november 2005, R.W. 2006-2007, 135.
(3)Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Mechelen, Kluwer, 1999, nr. 975.
(4)Zie ook: Larcier, Wet en duiding, Wegverkeer. Deel 1, 2008, F. Glorieux, G. Jocqué en R. Sierens, editors, 29-30. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101130.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070130.4 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100511.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.