← België

ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110107.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 januari 2011

Art. 91, A, § 1 Thesaurus CAS: SCHIP.

SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Goederenvervoer - Zeevervoer - Cognossement - Rechten van de cognossementhouder - Uitgever - Nazicht Wettelijke bepalingen:

Art. 91

, A, § 1 Fiches 3 - 4 De derde-cognossementhouder kan met alle middelen van recht bewijzen wie de bevrachter of de uitgever van het cognossement was, indien zulks niet blijkt uit het cognossement; wanneer de identiteit van de vervoerder uit het cognossement blijkt, dient niet te worden onderzocht wie het cognossement heeft uitgegeven

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement - Uitgever - Derde-houder - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen:

Art. 91, A, § 1 Thesaurus CAS: SCHIP.

SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Goederenvervoer - Zeevervoer - Cognossement - Uitgever - Derde-houder - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen:

Art. 91, A, § 1 Fiches 5 - 7 Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle.

Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Rechten van de cognossementhouder - Uitgever - Nazicht Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Goederenvervoer - Zeevervoer - Cognossement - Rechten van de cognossementhouder - Uitgever - Nazicht Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Rivier- en zeevervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - SCHIP EN SCHEEPVAART - Cognossement Vrije woorden: Zeevervoer - Cognossement - Uitgever - Derde-houder - Bewijsvoering Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0208.N Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle:

  1. Het geschil vindt zijn oorsprong in de beschadiging van een locomotief met bijhorende onderdelen, verzekerd door de eiseres, tijdens het zeevervoer van Antwerpen naar Haiphong (Vietnam) per "Ms Daria Kamal". Het vervoer gebeurde onder dekking van een cognossement, nr. SEA-3150, uitgegeven door de rechtsvoorgangster van de derde (minstens in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen) verweerster (ABX Logistics (Hong Kong) Ltd), als zeevervoerder. De eiseres heeft de derde-houder van het cognossement vergoed en werd in diens rechten gesubrogeerd. De eiseres vorderde de solidaire veroordeling tot schadevergoeding van de rechtsvoorgangster van de derde verweerster, ABX Logistics (Hong Kong) Ltd, als zeevervoerder en uitgever van het cognossement, van de rechtsvoorgangster van de eerste verweerster, D.S.V. Air & Sea S.A.S., als zeevervoerder en van de tweede (minstens in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen) verweerster (Quadrant Shipping Limited), als eigenares van het schip. Bij arrest van 29 september 2005 van het hof van beroep te Antwerpen werd de vordering van de eiseres niet toelaatbaar verklaard. Op het cassatieberoep van de eiseres heeft het Hof, bij arrest van 20 oktober 2006, dat arrest, wegens tegenstrijdigheid in de motieven, vernietigd en de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent verwezen. Het bestreden arrest van 24 november 2008 van dit hof verklaart het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk, maar niet gegrond en, door bevestiging van het vonnis a quo, verklaart het de vordering van de eiseres tegen de (eerste) verweerster ongegrond.
  2. De tweede en de derde (minstens in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen) verweersters werpen beide een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op, in zoverre het tegen hen gericht is, doordat zij vreemd zijn aan de bestreden beslissing. Dit middel dient te worden aangenomen. Inderdaad, het enig cassatiemiddel, in zijn beide onderdelen, is enkel gericht tegen de beslissing dat de vordering van de eiseres tegen de eerste verweerster, D.S.V. Air & Sea S.A.S., ongegrond is, zodat een cassatie geen enkel gevolg kan hebben op de beslissingen op de vordering van de eiseres tegen de tweede en de derde verweersters en er dus evenmin aanleiding toe is om het arrest bindend te verklaren voor deze verweersters.
  3. Het eerste onderdeel van het cassatiemiddel zelf faalt naar recht. Het voert de schending aan van de artikelen 87 en 91, A, 1, a) en b), van de gecoördineerde wetten op de zee- en binnenvaart, die titel II van boek II van het Wetboek van Koophandel vormen. Artikel 91 van de Zeewet bepaalt: "A. Op het verhandelbaar cognossement, opgemaakt voor het vervoer van goederen in enig schip van welke nationaliteit ook, uit of naar een haven van het Rijk, zijn de volgende regels van toepassing: §1 In dit artikel worden de navolgende woorden gebruikt in de hieronder aangegeven zin: omvat het begrip ‘vervoerder', de eigenaar van het schip of de bevrachter die partij is bij een vervoerovereenkomst met een afzender;" (...) Het onderdeel is, zoals blijkt uit de toelichting, gesteund op de leer van het Hof, in zijn arrest van 11 januari 1991

(1). In dat arrest overweegt het Hof "dat die bepaling meebrengt dat, voor het bepalen van de rechten die de derde-cognossementhouder uit het cognossement put, dient te worden nagegaan wie als bevrachter het cognossement heeft uitgegeven en tegen wie de cognossementhouder derhalve zijn aanspraken kan richten; dat aan de regel dat de cognossementhouder zijn rechten uit het cognossement put dan ook geen afbreuk wordt gedaan doordat wordt vastgesteld wie het cognossement heeft uitgegeven". Het onderdeel verwijt het bestreden arrest te oordelen dat, omdat het cognossement aan THL Container Line Ltd de hoedanigheid van vervoerder toekent, niet verder dient te worden nagegaan wie in werkelijkheid het cognossement heeft uitgegeven, zoals de eiseres vroeg. Zoals de eerste en de derde verweersters in hun memorie van antwoord terecht stellen, heeft dat cassatiearrest van 11 januari 1991 evenwel niet de draagwijdte die de eiseres eraan toekent. In dat arrest overweegt het Hof immers dat het aan de derde-cognossementhouder toegelaten is te bewijzen wie als bevrachter het cognossement heeft uitgegeven, voor zover dit niet blijkt uit het cognossement zelf. Welnu, in dezen stellen de appelrechters uitdrukkelijk de identiteit van de zeevervoerder vast en oordelen ze dus naar recht dat verder onderzoek niet vereist is. 4. Het tweede onderdeel voert een tegenstrijdigheid in de motieven aan (schending van het artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet) doordat het arrest tegelijk stelt dat cognossementhouder zijn rechten niet en wel uitsluitend uit het cognossement put. Ik ben van mening dat het onderdeel feitelijke grondslag mist. Het onderdeel gaat ervan uit dat het hof van beroep anderzijds vaststelt dat de cognossementhouder geen aanspraak kan maken op rechten die niet in het cognossement zelf worden toegekend, wat impliceert dat de cognossementhouder zijn rechten uitsluitend uit het cognossement zelf put. Het arrest trekt dit gevolg niet en stelt uitdrukkelijk dat de cognossementhouder zijn rechten ook put uit de wettelijke bepalingen die op het cognossement toepasselijk zijn. 5. Conclusie: verwerping. ______________________
(1)AR 6853 en 6854, A.C., 1990-91, nr. 239. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110107.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.