← België

ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110107.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110107.6 Rolnummer: C.09.0488.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Insolventierecht Invoerdatum: 2011-02-02 Raadplegingen: 282 - laatst gezien 2026-07-02 00:35 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110107.6 Fiche 1 In de regel is de cassatie beperkt tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Verbintenissen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In burgerlijke zaken Fiche 2 Een vonnis dat ter zake van faillissement is gewezen, is ieder vonnis dat uitspraak doet over rechtsvorderingen en geschillen rechtstreeks ontstaan uit faillissementen en waarvan de gegevens voor de oplossing zich bevinden in het bijzonder recht dat het stelsel van het faillissement beheerst
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Verbintenissen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Vonnis ter zake van faillissement Wettelijke bepalingen: Wet - 18-04-1851 - Art. 465, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1851041850 Fiche 3 De korte termijn voor hoger beroep bij een vonnis dat ter zake van faillissement is gewezen, is niet van toepassing op de vonnissen die uitspraak doen over een vraag die, ook al belangt ze de gezamenlijke schuldeisers aan, een andere oorzaak heeft dan het faillissement, zodat zij geen enkel juridisch gevolg heeft voor de oplossing van het geschil
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Verbintenissen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Vonnis ter zake van faillissement - Hoger beroep - Termijn - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 18-04-1851 - Art. 465, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1851041850 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Verbintenissen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In burgerlijke zaken Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Gevolgen - Verbintenissen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Omvang van cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Vonnis ter zake van faillissement Vonnis ter zake van faillissement - Hoger beroep - Termijn - Toepasselijkheid Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0488.N Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle:
  1. De eiseres die, als aannemingsbedrijf, volgens overeenkomst van 3 juni 1992, aluminiumprofielen afnam bij de N.V. Aluminium Europe, heeft, na het faillissement van deze vennootschap, uitgesproken bij vonnis van 12 februari 1996, de curatoren, thans de verweersters, voor de rechtbank van koophandel te Oudenaarde gedagvaard in verbreking van die overeenkomst wegens ontijdige leveringen. Deze rechtbank verklaarde de vorderingen, bij verstek, deels gegrond. Het verzet van de verweersters werd ongegrond verklaard. Op hun hoger beroep verklaarde het hof van beroep te Gent zich, bij arrest van 16 oktober 1998, territoriaal onbevoegd en verwees het de zaak naar het hof van beroep te Bergen, dat zich, bij arrest van 16 september 2003, gebonden achtte door deze verwijzing en de vorderingen van de eiseres ongegrond en de tegenvordering van de verweersters gegrond verklaarde. De eiseres stelde een cassatieberoep in tegen het arrest van hof van beroep te Gent, alsook, later, tegen het arrest van hof van beroep te Bergen. Het cassatiemiddel tegen het Gentse arrest voerde toen een schending aan van de artikelen 574, 2° en 860 van het Gerechtelijk Wetboek en van 465, lid 1 van de Faillissementswet 1851, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van de Faillissementswet
  2. Het artikel 574, 2° van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde toen dat de rechtbank van koophandel kennis neemt van vorderingen en geschillen rechtstreeks ontstaan uit het faillissement en waarvan de gegevens voor de oplossing zich bevinden in het bijzonder recht dat van toepassing is op het stelsel van het faillissement. Het artikel 465, lid 1 van de Faillissementswet 1851 bepaalde dat vonnissen in zaken van faillissement uitvoerbaar bij voorraad waren en dat de gewone termijn om daarvan in hoger beroep te komen slechts vijftien dagen was, te rekenen vanaf de betekening. Het middel kwam op tegen de beslissing van het hof van beroep te Gent dat het hoger beroep van de verweersters "impliciet doch zeker" ontvankelijk verklaart (wat namelijk volgt uit de vaststelling dat het, alvorens zich territoriaal onbevoegd te verklaren, de beroepen vonnissen teniet doet), hoewel het vooraf oordeelde dat de vordering viel onder artikel 574, 2° van het Gerechtelijk Wetboek en, volgens zijn vaststelling, de termijn van vijftien dagen om hoger beroep in te stellen, zoals bepaald bij artikel 465, lid 1 van de Faillissementswet 1851, verstreken was. Bij arrest van 11 maart 2005
(1)heeft het Hof dit middel gegrond verklaard en dat bestreden arrest vernietigd op grond dat het niet tegelijkertijd vermocht te beslissen dat het beroepen vonnis uitspraak deed over rechtsvorderingen en geschillen rechtstreeks uit het faillissement ontstaan en dat de termijn van hoger beroep niet de korte termijn was bedoeld in artikel 465 van de oude faillissementswet.. Het Hof heeft ook het arrest van het hof van beroep te Mons (al behoort dit hof tot het Franse taalgebied) bij uitbreiding vernietigd, daar het een gevolg was van het Gentse arrest. Het Hof heeft de zaak verwezen naar het hof van beroep te Brussel, dat het thans bestreden arrest heeft gewezen. Het hof van beroep te Brussel oordeelt dat het hoger beroep van de verweersters ontvankelijk is om reden dat de vorderingen van de eiseres niet rechtstreeks ontstonden uit het faillissement, maar uit de verbintenissen die uit een overeenkomst waren ontstaan en dat de oplossing van het geschil zich evenmin bevindt in het bijzonder recht dat het stelsel van het faillissement beheerst, maar in de beoordeling van de contractuele verplichtingen tussen handelaars, waarbij het faillissement te dezen slechts een incidentie is, evenals het voortzetten van de handelsactiviteit door de curatoren. De bijzondere termijn voor het instellen van het hoger beroep voorzien in art. 465, 1ste lid (oud) W.Kh. is dan ook niet van toepassing. Het hoger beroep werd binnen de maand (op 9 juli 1997) na betekening (op 12 juni 1997) van de bestreden vonnissen ingesteld en is dan ook tijdig. 2. Het eerste onderdeel van het enig cassatiemiddel voert thans een miskenning aan, door het hof van beroep te Brussel, van de omvang van de cassatie, doordat deze vernietiging enkel, ingevolge de beperking daartoe van het toenmalig middel, zou beperkt zijn tot de beslissing van het hof van beroep te Gent, waarbij het hoger beroep van de verweersters ontvankelijk werd verklaard en niet de voorafgaande beslissing over de aard van het geschil (d.i. over een faillissementsvordering) omvatte, zodat het verwijzingshof deze aard niet meer kon beoordelen, wat het (in de tegengestelde zin) dus ten onrechte deed. 3. Wanneer het Hof van Cassatie zonder enige beperking de vernietiging uitspreekt, geeft het hiermee in de regel aan dat de vernietiging volledig is
(2). Volgens de constante rechtspraak van het Hof, o.m. in zijn arrest van 10 december 2007
(3), komt aan de rechter, die kennis neemt van een geschil op verwijzing na (gedeeltelijke) cassatie, de rechtsmacht toe binnen de grenzen van de verwijzing, die in beginsel beperkt is tot de omvang van de vernietiging, met inbegrip van onafscheidbare beslissingen en beslissingen die van de vernietigde beslissingen het gevolg zijn en staat het hem in die stand van de rechtspleging over die omvang te beslissen. Als de cassatie, in het dictum van het cassatiearrest, niet beperkt werd is er dus geen aanleiding tot beoordeling van de omvang: de cassatie "omvangt" alles; geen deel van de bestreden beslissing blijft overeind. 4. Het thans bestreden arrest oordeelt aldus (in de rubriek "Omtrent de bevoegdheid", p. 7) dat beide arresten van de andere beroepshoven "volledig" vernietigd werden. Het lijkt dan ook niet logisch dat het verder (in de rubriek "Omtrent de ontvankelijkheid van het hoger beroep", zelfde p.) oordeelt dat enkel de beslissing het hoger beroep (van de verweersters) niet ontvankelijk te verklaren door het Hof als niet naar recht verantwoord werd beoordeeld, terwijl de beslissing van de (Gentse) appelrechter omtrent de aard van het geschil, d.i. in zake van faillissement, niet werd bestreden. In de optiek dat de cassatie beperkt wordt tot de draagwijdte van het middel
(4)betekent dit dat, volgens het bestreden arrest, de beslissing over de aard van het geschil overeind bleef ... en de cassatie dus niet volledig is. Het arrest wordt evenwel geen tegenstrijdigheid verweten. Het onderdeel mist, m.i., feitelijke grondslag. Het arrest van het Hof van 15 maart 2007
(5)beslist dat de cassatie in de regel beperkt is tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt. Het middel dat tot de cassatie, bij arrest van 11 maart 2005, geleid heeft voerde eigenlijk enkel een tegenstrijdigheid aan, namelijk tussen het oordeel, in het toen bestreden Gentse arrest, dat het een faillissementvordering betrof en het toch niet in acht nemen van de kortere beroepstermijn voor dergelijke vordering. De vernietiging op deze grond liet de verwijzingsrechter dus toe de ware aard van die vordering opnieuw te beoordelen. Het Hof sprak, hoewel dat niet uitdrukkelijk in een afzonderlijke redengeving werd aangegeven, een volledige vernietiging uit, die, te dezen, zo mag toch aangenomen worden, impliceert dat, gelet op de nauwe band tussen de beide beslissingen, de beslissing over de aard van het geschil mede werd vernietigd. Hoe dan ook, het arrest van het hof van beroep te Bergen, dat zich door de verwijzing door het hof van beroep te Gent gebonden achtte en de zaak ten gronde beoordeelde, werd eveneens, zij het bij uitbreiding wegens gevolg, vernietigd, zodat, op verwijzing na cassatie, het hof van beroep te Brussel, behalve wat betreft zijn bevoegdheid, de zaak opnieuw geheel kon beoordelen.
  1. Het tweede onderdeel voert een motiveringsgebrek aan. Dit onderdeel kan niet worden aangenomen. Het in het onderdeel bedoelde verweer dat de curators een gerechtelijke bekentenis hadden afgelegd in verband met de juridische aard van de vordering is geen afzonderlijk middel maar een argument tot staving van de stelling van de eiseres dat, na het cassatiearrest van 11 maart 2005, geen betwisting meer kon gevoerd worden over de aard van de vordering. De appelrechters verwerpen de stelling van de eiseres in verband met de aard van de vordering op p. 7 en 8 van het arrest en hoefden dus niet nader in te gaan op dit afzonderlijk argument.
  2. Het derde onderdeel bekritiseert de beslissing dat het geschil geen faillissementvordering betreft. Het kan evenmin worden aangenomen. Het volstaat te verwijzen naar de reeds vermelde toepasselijke bepalingen m.b.t. een vonnis ter zake faillissement gewezen en naar de rechtspraak van het Hof, bij arrest van 18 juni 1992
(6): "De korte beroepstermijn van vijftien dagen is niet van toepassing op de vonnissen die, zoals te dezen, uitspraak doen over een vraag die, ook al belangt ze de gezamenlijke schuldeisers aan, een andere oorzaak heeft dan het faillissement, zodat zij geen enkel juridisch gevolg heeft voor de oplossing van het geschil". Op grond van hun vaststellingen oordelen de appelrechters zoals reeds vermeld. Zij verantwoorden hun beslissing naar recht. 7. Conclusie: verwerping. _________________
(1)AR C.04.0211.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050311.3, A.C., 2005, nr. 154.
(2)Cass. 5 juni 2003, AR C.03.0164.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030605.12, A.C., 2003, nr. 339; zie Cass. 18 maart 1983, A.C., 1982-83, nr. 403 en 26 jan. 1990, AR 6880, A.C, 1989-90, nr. 328.
(3)AR C.07.0313.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.5, Pas., 2007, nr. 622.
(4)Cass. 18 september 1997, A.R. C.95.0465.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970918.10, A.C., 1997, nr. 360.
(5)AR C.05.0571.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070315.6, Pas., 2007, nr. 139.
(6)AR 9248, A.C., 1991-1992, nr. 548. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110107.6 citeert: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970918.10 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030605.12 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050311.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070315.6 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.