← België

ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110114.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110114.1 Rolnummer: F.09.0097.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2011-01-28 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 04:29 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110114.1 Fiches 1 - 2 Uit artikel 18 van het Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag blijkt niet dat een vergoeding die verband houdt met in het verleden verstrekte dienstprestaties, maar betaald wordt vóór de dienstbetrekking volledig is beëindigd, geen pensioen kan uitmaken

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen Vrije woorden: Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag - Pensioenen - Artikel 18 - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-10-1970 - Art. 18 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen Vrije woorden: Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag - Artikel 18 - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-10-1970 - Art. 18 Fiche 3 De belastingneutrale overdracht van pensioenbijdragen als bedoeld in artikel 364ter, eerste lid, W.I.B.
(1992), vereist dat de rechthebbende op het pensioen niet de beschikking krijgt over de pensioenbijdragen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen Vrije woorden: Kapitalen of afkoopwaarden - Belastingneutrale overdracht naar een ander pensioenfonds of verzekeringsonderneming - Vereisten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 364ter, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal Thijs. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen Vrije woorden: Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag - Pensioenen - Artikel 18 - Toepassingsgebied Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Pensioenen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INTERNATIONAAL BELASTINGSRECHT - Dubbelbelastingverdragen Vrije woorden: Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag - Artikel 18 - Toepassingsgebied Kapitalen of afkoopwaarden - Belastingneutrale overdracht naar een ander pensioenfonds of verzekeringsonderneming - Vereisten Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.09.0097.N Conclusie van advocaat-generaal D. Thijs: De feiten en procedurevoorgaanden. Eisers, die sedert 1 december 1993 in België wonen, waren respectievelijk bestuurder en werkneemster van de in Nederland gevestigde BV CAMPING SPORT DE WIT. In een pensioenbrief van 9 februari 1993 werden door deze vennootschap aan eisers pensioenrechten toegekend. Deze pensioenaanspraken werden opgebouwd via reservering door de vennootschap op een passiefwaarderekening. Op 29 december 1994 werden de pensioenaanspraken (en de reserves) overgedragen naar de in België gevestigde NV ZA VERZEKERINGEN en hebben de eisers bij deze maatschappij individuele levensverzekeringsovereenkomsten gesloten die voorzagen in kapitaaluitkering op 1 november 1998 voor eerste eiser en op 1 november 2001 voor tweede eiser. De eenmalige premiebetalingen werden voldaan door de aanwending van de door de BV CAMPING SPORT DE WIT in eigen beheer opgebouwde pensioenreserves. De administratie heeft de eisers voor aanslagjaar 1995 belast op de aanwending van de pensioenreserves in het kader van de individuele levensverzekeringen. Hun bezwaar tegen de aanvullende aanslag in de personenbelasting werd afgewezen en ook de rechters in eerste aanleg en hoger beroep verklaarden de vordering van de eisers ongegrond. De voorziening in cassatie. Eerste middel.
  1. In het eerste onderdeel van het eerste middel wordt aangevoerd dat het bestreden arrest niet wettig heeft kunnen oordelen dat België krachtens artikel 18 van het (oud) Belgisch-Nederlands Dubbelbelastingverdrag, bevoegd is om belasting te heffen op de litigieuze éénmalige overdracht op 29 december 1994 van de pensioenaanspraken van eisers naar de in België gevestigde verzekeringsmaatschappij, de NV ZA VERZEKERINGEN. Volgens het eerste onderdeel kunnen de litigieuze uitkeringen niet onder de kwalificatie vallen van "pensioenen en andere soortgelijke beloningen (...) betaald (...) ter zake van een vroegere dienstbetrekking" in de zin van artikel 18 van voormeld Dubbelbelastingverdrag nu deze bepaling enkel de periodieke pensioenen viseert, afkomstig uit een vroegere, particuliere dienstbetrekking die werd stopgezet. Waar eisers de voordien bij hun werkgever (de BV CAMPING SPORT DE WIT) uitgeoefende functie ook na die éénmalige overdracht gewoon hebben verder gezet, kon artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag volgens eisers bijgevolg geen toepassing vinden en ter zake geen heffingsbevoegdheid toekennen aan België.
  2. Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft het toepassingsgebied van artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag een ruime strekking en viseert het om het even welke uitkering die op één of andere manier in verband kan worden gebracht met verworven pensioenaanspraken, ongeacht het tijdstip waarop deze rechten worden betaald of uitgekeerd, en ongeacht het éénmalig of periodiek karakter van die uitkering (M. WAUMAN, "Pensioenkapitalen onder de dubbelbelastingverdragen: artikel 18 of 21?", noot bij Brussel, 16 november 2005, T.F.R. 2006, n°300, 341). Elke betaling of uitkering van verworven pensioenrechten valt bijgevolg onder de toepassing van artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag, zelfs wanneer de dienstbetrekking nog niet werd stopgezet op het ogenblik van de betaling of uitkering. De verwijzing naar een "vroegere dienstbetrekking" in voormelde bepaling impliceert dan ook niet dat de dienstbetrekking noodzakelijk moet zijn stopgezet, maar houdt enkel in dat de pensioenaanspraken ingevolge de dienstbetrekking definitief verworven moeten zijn.
  3. Die ruime interpretatie van artikel 18 wordt tevens aangehouden door auteur SCHOONVLIET (E. SCHOONVLIET, Handboek Internationaal Fiscaal Recht, Biblo, 1996, 160). De enge interpretatie van auteur Klaus VOGEL (K. VOGEL, Klaus Vogel on double taxation conventions, Kluwer Internationaal, 1997, nr. 11 en 14) werkt misbruiken in de hand. Zij heeft immers voor gevolg dat een toegezegd pensioen dat kort voor de effectieve pensioendatum wordt betaald, alleen daardoor in de andere Staat wordt belast. Die enge interpretatie geeft ook eigenaardige resultaten indien een werknemer of bestuurder na de normale pensioenleeftijd blijft verder werken: al wat de werknemer of bestuurder na de normale pensioenleeftijd ontvangt, ook het eigenlijke pensioen, zal in de werkstaat worden belast, in plaats van in de woonstaat. Zulks kan geenszins de bedoeling zijn geweest van de verdragsluitende Staten.
  4. In zijn memorie van antwoord wijst verweerder er in dit verband terecht op dat bij de interpretatie van een verdrag rekening moet worden gehouden met de basisregel vervat in het Verdrag van Wenen van 23 mei 1969, die voorschrijft dat een verdrag te goeder trouw moet worden uitgelegd in overeenstemming met de gewone betekenis van de verdragstermen in hun context en in het licht van het voorwerp en het doel van het verdrag. Wanneer in het dubbelbelastingverdrag een begripsomschrijving ontbreekt moet bovendien rekening worden gehouden met de inhoud van dat begrip volgens het intern recht van de toepassende staat (D. GEERTS en T. JANSEN, Handboek internationaal en Europees belastingrecht, Antwerpen, Intersentia, 2004, 79 en 85). Artikel 34 WIB92 bevat een omschrijving van pensioen, renten en als zodanig geldende toelagen en omvat ondermeer ook éénmalige pensioenkapitalen en afkoopwaarden, ongeacht of deze uitkering plaatsvindt vóór of na de pensionering. Al deze vergoedingen en uitkeringen vallen onder het materieel toepassingsgebied van het pensioenartikel 18 (M. WAUMAN, o.c., 341). In zoverre het eerste onderdeel staande houdt dat enkel periodieke pensioenen, ter zake van een stopgezette, vroegere particuliere dienstbetrekking, in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag, beperkt het de toepassingssfeer van die bepaling op een wijze die niet verenigbaar is met de gewone betekenis van de verdragstermen en de context van het Dubbelbelastingverdrag, noch met de interne, Belgische fiscale wetgeving. De litigieuze éénmalige overdracht op 29 december 1994 van de verworven pensioenrechten van eisers naar een in België gevestigde verzekeringsmaatschappij, kan bijgevolg worden beschouwd als een "pensioen" of een "soortgelijke beloning" zoals bedoeld in artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag, zelfs al werd de dienstbetrekking na die overdracht bij dezelfde werkgever verder gezet.
  5. Het bestreden arrest stelde vast dat de litigieuze uitkeringen betrekking hadden op pensioenrechten die in het kader van de beroepswerkzaamheid van eisers waren toegekend op grond van een pensioenbrief van 9 februari 1993, welke pensioenaanspraken op 29 december 1994, bij hun overdracht naar een in België gevestigde verzekeringsmaatschappij, definitief door eisers waren verworven (arrest, p.12, tweede en derde alinea). Het bestreden arrest kon derhalve wettig oordelen dat deze overdracht van pensioenrechten in zijn gewone (gemeenrechtelijke) betekenis (cf. artikel 34 WIB92) dient te worden begrepen als een pensioen zodat de heffingsbevoegdheid krachtens artikel 18 van het Dubbelbelastingverdrag toekomt aan de woonstaat van de genieter en deze overdracht aldus terecht in België was belast. Het eerste onderdeel, dat uitgaat van een verkeerde rechtsopvatting, faalt naar recht. (...) Tweede middel.
  6. Het tweede middel richt zich tegen de beslissing van de appelrechters dat de litigieuze overdrachten op 29 december 1994 van de in Nederland opgebouwde pensioenaanspraken naar de individuele levensverzekeringsovereenkomsten bij in België gevestigde verzekeringsmaatschappijen, niet vrijgesteld zijn van belastingheffing op grond van artikel 364ter, lid 1, WIB92 in zoverre eisers op het ogenblik van de overdracht daadwerkelijk over het kapitaal of de afkoopwaarde konden beschikken. Volgens het tweede middel onderstelt de vrijstelling van artikel 364ter, lid 1, WIB92, precies dat de begunstigde of rechtverkrijgende bij de overdracht over het kapitaal of de afkoopwaarde kan beschikken, zoniet zou de vrijstelling geen enkele zin hebben. Artikel 364ter, lid 1, WIB92, strekt er dan ook toe om de bedoelde overdrachten, waarbij de pensioenen, renten en toelagen in het patrimonium van de begunstigde terechtkomen en aldus principieel belastbaar zijn, fictief niet als een betaling of toekenning te beschouwen teneinde deze overdrachten van een uitgestelde belastingheffing te laten genieten. Het feit dat eisers op het ogenblik van de overdracht daadwerkelijk over het kapitaal of de afkoopwaarde konden beschikken, kan volgens eisers derhalve geen wettige grondslag vormen om de toepassing van artikel 364ter, lid 1, WIB92 uit te sluiten, nu deze bepaling deze beschikkingsmacht fictief neutraliseert.
  7. Artikel 364ter, lid 1, WIB/92, luidt als volgt: "Wanneer kapitalen of afkoopwaarden dewelke zijn gevormd door werkgeversbijdragen of door persoonlijke bijdragen zoals vermeld in artikel 145, 1°, WIB/92 door het pensioenfonds of de verzekeringsonderneming waarbij ze zijn gevestigd, ten bate van de begunstigde of van zijn rechtverkrijgenden worden overgedragen naar een ander pensioenfonds of andere verzekeringsonderneming, wordt deze verrichting niet als een betaling of toekenning aangemerkt, zelfs als die overdracht geschiedt op verzoek van de begunstigde, onverminderd het recht van belastingheffing bij de latere betaling of toekenning door laatstbedoelde fondsen of ondernemingen aan de begunstigde". Artikel 364ter, lid 1, WIB/92 beoogt o.m. de overdrachten van kapitalen en afkoopwaarden van in het buitenland opgebouwde pensioenrechten dewelke gelijkaardig zijn aan kapitalen en afkoopwaarden dewelke in België werden gevormd door werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of ouderdom. De hoger geciteerde wetsbepaling vereist dat de overdracht kapitalen en afkoopwaarden tot voorwerp moet hebben dewelke voortkomen van een pensioenreglement, gevestigd via een pensioenfonds, of van een verzekeringscontract, afgesloten bij een verzekeringsonderneming. Wanneer de overdracht betrekking heeft op "in eigen beheer" door de werkgever opgebouwde pensioenaanspraken, zal deze overdracht bijgevolg niet kunnen genieten van de fictiebepaling, vervat in artikel 364ter, lid 1, WIB92, die voorbehouden is aan overdrachten tussen pensioenfondsen of verzekeringsondernemingen, en zal de overdracht effectief gepaard gaan met een betaling of toekenning van pensioenrechten waardoor deze onmiddellijk belastbaar zullen zijn.
  8. Uit de vaststellingen van het bestreden arrest blijkt dat de pensioenaanspraken van eisers werden opgebouwd "in eigen beheer" door de werkgever, via reservering van de pensioenaanspraken op een passiefwaarderekening (p.2, A.l.). Het bestreden arrest kon derhalve wettig de toepassing van artikel 364ter, lid 1, WIB92, uitsluiten, bij gebreke aan een overdracht tussen pensioenfondsen of verzekeringsondernemingen, en wettig deze overdracht belastbaar stellen op grond dat eisers op het ogenblik van de overdracht daadwerkelijk over het kapitaal of de afkoopwaarde konden beschikken (artikel 34, §1, aanhef en 2°, WIB92).
  9. Het middel, dat ervan uitgaat dat overdrachten die betrekking hebben op "in eigen beheer" door de werkgever opgebouwde pensioenaanspraken, kunnen genieten van de fictiebepaling, vervat in artikel 364ter, lid 1, WIB92, faalt naar recht. (...) Besluit: VERWERPING. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110114.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.