id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 januari 2011 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110114.3 Rolnummer: F.09.0122.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2011-01-28 Raadplegingen: 316 - laatst gezien 2026-07-02 06:37 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110114.3 Fiche 1 De berusting in een beslissing die verplichtingen bepaalt waarvan de last door bepalingen van openbare orde wordt geregeld, is nietig
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BERUSTING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Beslissing - Bepalingen van openbare orde Fiches 2 - 3 De regeling van 'goederen in tijdelijke opslag' betekent dat er in principe geen Belgische BTW opeisbaar is omdat die goederen onder een vrijstellingsregeling staan totdat ze aan die regeling worden onttrokken; alleen indien de goederen bij de beëindiging van de tijdelijke opslagregeling in België zijn aangegeven voor het gebruik, is Belgische BTW verschuldigd en ontstaat een effectieve BTW-schuld
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Douane - Goederen in tijdelijke opslag Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 23, § 4, 1° en 24, § 1 Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Invoer - Douaneregeling - Goederen in tijdelijke opslag - B.T.W.-stelsel Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 23, § 4, 1° en 24, § 1 Fiche 4 Uit de omschrijving van het belastbaar feit bij invoer in artikel 24, §1, van het WBTW, volgt dat voor de BTW niet alleen de invoer van goederen een belastbaar feit is, maar ook dat de goederen binnen de Europese Unie kunnen circuleren zonder ingevoerd te zijn, op voorwaarde dat zij onder douanetoezicht staan
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Invoer - Belastbaar feit Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 23, § 1, § 3, § 4, 1° en 24, § 1 Fiche 5 Voor elk goed dat uit een derde land afkomstig is en België binnenkomt, gelden voor de toepassing van de BTW dezelfde bepalingen en formaliteiten als deze bepaald inzake douane, zelfs al zijn die goederen niet ingevoerd in de zin van artikel 23 van het WBTW, en ook al hebben die goederen voor de toepassing van de BTW de status van 'goederen in tijdelijke opslag' ingevolge de summiere aangifte ervan bij de douane
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Invoer - Goed afkomstig uit een derde land - Toepasselijke bepalingen en formaliteiten Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 52, § 1 Fiche 6 'De aangever' zoals bedoeld in artikel 8 van het K.B. nr. 7 van 29 december 1992 is diegene die het goed bij opheffing van de tijdelijke opslag bestemt voor verbruik; diegene die voor de douaneregeling de goederen aanmeldt via de summiere aangifte, is in die hoedanigheid niet 'de aangever' voor de toepassing van de BTW
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Invoer - Aangever Fiches 7 - 12 Conclusie van advocaat-generaal Thijs. Thesaurus CAS: BERUSTING UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Beslissing - Bepalingen van openbare orde Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Douane - Goederen in tijdelijke opslag Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Belastingplicht - Gewone belastingplichtigen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Invoer FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Werkingssfeer - Intracommunautaire verwerving van goederen FISCAAL RECHT - BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE (B.T.W.) - Vrijstellingen (B.T.W.) - Uitvoer, invoer, internationaal vervoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen FISCAAL RECHT - DOUANE EN ACCIJNZEN - Algemene wet inzake douane en accijnzen - Binnenbrengen van goederen in het land Vrije woorden: Invoer - Douaneregeling - Goederen in tijdelijke opslag - B.T.W.-stelsel Invoer - Belastbaar feit Invoer - Goed afkomstig uit een derde land - Toepasselijke bepalingen en formaliteiten Invoer - Aangever Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor fiscaal recht [T.F.R.] - VANINBROUKX, Arnout; Noot "Kan de scheepsagent hoofdelijk worden gehouden tot voldoening van de BTW bij invoer?" - 2012, nr. 419, p. 361-365_369-371. Tijdschrift voor fiscaal recht [T.F.R.] - VAN DEN VELDE, Elly; Noot "Berusting in een fiscale rechterlijke beslissing: onmogelijk wegens materie van openbare orde?" - 2012, nr. 419, p. 361-369. Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.09.0122.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS: I. De feiten en procedurevoorgaanden. 1. Het bedrijf P&O Nedlloyd Sidney, rechtsvoorganger van verweerster, voert in Antwerpen zes containers walnoten aan. Deze containers worden bij de douane aangebracht en opgeslagen op een containerterminal. Als scheepsagent dient P&O op 15 november 2002 een summiere aangifte in voor de goederen. Die summiere aangifte bestaat hierin dat P&O een welbepaalde vrachtlijst, namelijk de vrachtlijst 126, bij de bevoegde douaneautoriteiten in Antwerpen laat valideren. Door deze aangifte krijgen de containers walnoten de status van "goederen in tijdelijke opslag". Normaal gezien moeten dan binnen 45 dagen de formaliteiten worden vervuld om aan deze "goederen in tijdelijke opslag" een douanebestemming te geven.
(1)Dit is echter niet wat gebeurt in deze zaak. Het Duitse bedrijf VIP Gmbh Vruchten Import and Processing laat de goederen vanuit de containerterminal vervoeren naar haar magazijnen in Duitsland, zonder dat de goederen een douanebestemming krijgen. De als summiere aangifte geldende vrachtlijst wordt dus niet aangezuiverd. Doordat de goederen aan het douanetoezicht worden onttrokken, is evenwel een douaneschuld bij invoer ontstaan evenals een BTW-schuld bij invoer. De adminstratie der douane en accijnzen richt op 12 april 2005 een verzoek tot betaling van de BTW-schuld (ten belope van 13.616, 18 eur BTW, 1.360 eur boete, meer de interesten) aan P&O, die betaalt op 22 juni
- Minder dan een jaar later, op 12 april 2006 dagvaardt P&O de Belgische Staat in terugbetaling van de vermeende BTW-schuld.
- In deze zaak rijst nu de vraag of P&O die de goederen bij de douane heeft aangebracht en een summiere aangifte voor tijdelijke opslag ervan heeft gedaan, hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de betaling van de BTW bij invoer. Verweerster betwistte zulks voor de appelrechters. De appelrechters volgden dit standpunt en verklaarden de vordering van verweerster in terugbetaling van het bedrag gegrond. De administratie heeft tegen dit arrest een cassatievoorziening ingediend.
- Uw Hof zal zich in casu dienen uit te spreken over de interpretatie te geven aan artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: KB nr. 7 van 29 december 1992), dat artikel 52, lid 2, BTW-wetboek uitvoert. Dit artikel 8 wijst namelijk de personen aan op wiens naam de BTW mag of moet worden voldaan en wie voor de voldoening ervan aansprakelijk is. In eerste instantie bepaalt het artikel dat de geadresseerde
(2)aansprakelijk is. Hij is de hoofdschuldenaar van de belasting.
(3)Daarnaast kan de administratie zich ook richten tot andere personen
(4)zoals de aangever die hoofdelijk gehouden is tot voldoening van de BTW. II. De voorziening in cassatie. Het door verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep 4. Verweerster werpt op dat de Belgische Staat middels een brief van haar raadsman te kennen heeft gegeven dat zij berust in het bestreden arrest. Als in casu daadwerkelijk sprake zou zijn van berusting, dan zou deze in ieder geval niet tot de onontvankelijkheid van het cassatieberoep kunnen leiden
(5)omdat de bepalingen van de BTW en de douane- en accijnzen fiscale bepalingen zijn die de openbare orde raken.
(6)Uw Hof heeft inderdaad reeds herhaalde malen geoordeeld dat een berusting in deze materies, nietig is.
(7)Het middel van niet ontvankelijkheid kan dan ook niet worden aangenomen. Het enig middel.
- In het enig middel tot cassatie voert eiser aan dat het bestreden arrest niet wettig, zonder schending van de artikelen 1 en 8 van het K.B. nr. 7, heeft kunnen oordelen dat de summiere aangifte waarmee de goederen onder tijdelijke opslag waren geplaatst niet kan worden beschouwd als een aangifte in de zin van deze bepalingen, om reden dat er geen invoer en geen belastbaar feit in België plaatsvindt zolang de niet-communautaire goederen zich in België onder tijdelijke opslag bevinden. Volgens eiser kon het bestreden arrest op die gronden niet wettig oordelen dat verweerster niet kan worden beschouwd als een persoon die hoofdelijk gehouden is tot voldoening van de B.T.W. en bijgevolg door eiser ten onrechte was aangesproken (schending van de artikelen 3, 23, §1 en §4, 1°, 24, §1, 52, §1, van het B.T.W.-Wetboek, de artikelen 1 en 8 van het K.B. nr. 7 van 29 december 1992, en artikel 22-3 AWDA). In de stelling van eiseres volstaat het dat iemand de goederen summier aangeeft, opdat hij of zij de BTW bij invoer verschuldigd is. Het aanbrengen van de goederen bij de douane via de summiere aangifte: de tijdelijke opslag.
- Ingevolge artikel 43 van de in deze zaak toepasselijke Verordening nr. 2913/92
(8)moet voor de goederen die bij de douane worden aangebracht onmiddellijk een summiere aangifte moet worden gedaan. Die summiere aangifte bestaat uit een vrachtlijst naar het model vastgesteld door de Minister van Financiën.
(9)Artikel 50 van dezelfde verordening nr. 2913/92 bepaalt dat de aangebrachte goederen de status van goederen in tijdelijke opslag hebben van zodra zij zijn aangebracht totdat zij een douanebestemming krijgen. Deze status kan nuttig zijn voor goederen waarvan men nog niet weet welke bestemming zij zullen krijgen.
(10)7. Uit de samenlezing van deze artikelen volgt dat de summiere aangifte bepalend is voor de status van de goederen. Zodra goederen bij de douane worden aangebracht met een vrachtlijst 126 krijgen zij van rechtswege de douanestatus van "goederen in tijdelijke opslag" tot zij een douanebestemming krijgen.
(11)Het nieuwe artikel 151.2 van de Verordening nr. 450/2008
(12)stipuleert dit trouwens uitdrukkelijk. Het bepaalt dat: "(d)e summiere aangifte bij binnenbrengen, [...], de douaneaangifte (vormt) voor de regeling tijdelijke opslag". De invoer van een goed volgens het BTW-wetboek en de opeisbaarheid van de BTW 8. Volgens artikel 23, §1, BTW-wetboek moeten de goederen die buiten het Uniekader de Unie binnenkomen
(13)en de goederen die uit een derde land of een derdelands gebied de Unie binnenkomen aanzien worden als goederen die worden ingevoerd.
(14)De plaats van invoer is dan de lidstaat op het grondgebied waarvan het goed zich op het moment van het binnenkomen in de Unie bevindt (artikel 23, §3, BTW-wetboek). Hierop bestaat nochtans een uitzondering. Wanneer een goed in een lidstaat is binnengebracht en daar onder de regeling van tijdelijke opslag is geplaatst dan is er pas sprake van invoer van dit goed in een lidstaat wanneer het in die lidstaat aan de regeling van de tijdelijke opslag wordt onttrokken (artikel 23, §4, BTW-wetboek). Deze bepaling laat toe dat goederen afkomstig uit derde landen of derdelands gebieden gemakkelijker kunnen worden opgeslagen of kunnen circuleren zonder dat douanerechten moeten worden betaald.
(15)De invoer in België is dus het tijdstip waarop het goed in België wordt binnengebracht ofwel, in het geval het goed vanaf het binnenkomen in de Gemeenschap werd geplaatst onder een tijdelijke opslagregeling, het tijdstip waarop dat goed in België aan die regeling wordt onttrokken (zie artikel 24, §1, tweede lid, BTW-wetboek). 9. Het bepalen van het ogenblik van de invoer van een goed is belangrijk voor de opeisbaarheid van de BTW. Overeenkomstig artikel 24, §1, BTW-wetboek vindt het belastbaar feit immers plaats op het tijdstip waarop het goed in België wordt ingevoerd en is op dat moment de BTW in België opeisbaar. De hoedanigheid van de BTW-belastingplichtige speelt daarbij geen rol; het enkele feit van de goederen over de grens te brengen maakt de BTW verschuldigd.
(16)10. Voor de goederen die onder een regeling van tijdelijke opslag vallen, betekent het voorgaande dat er in principe geen Belgische BTW kan worden opgeëist en dat goederen zich onder de vrijstellingsregeling bevinden tot wanneer die goederen aan die regeling worden onttrokken. Het is anders gezegd mogelijk dat goederen binnen de Europese Unie worden binnengebracht of er circuleren zonder dat deze ingevoerd zijn voor de toepassing van de BTW, maar dan wel op voorwaarde dat zij onder douanetoezicht staan.
(17)Alleen wanneer de goederen zich op het ogenblik van de onttrekking aan de tijdelijke regeling in België bevinden, is (in principe) Belgische BTW verschuldigd en ontstaat een effectieve BTW-schuld.
(18)De BTW-aangifte
- De voorwaarden waaronder goederen in België kunnen worden aangebracht, wie de BTW-aangifte moet doen en hoe dat moet gebeuren, wordt - in uitvoering van het BTW-wetboek - bepaald door het Koninklijke Besluit nr. 7 van 29 december
- Tot staving van haar stelling verwijst eiser in cassatie in de voorziening onder meer naar artikel 1 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 dat een verwijzing inhoudt naar de aangifte in douanezaken voor de tijdelijke opslag van goederen. Dit artikel bepaalt inderdaad dat de verplichting de goederen aan te geven en de wijze waarop die aangifte moet worden gedaan, onderworpen is aan de douaneregeling, ook al gaat het om goederen die wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn.
(19)Daarmee wordt echter alleen aangegeven dat ook voor de toepassing van de BTW de goederen die bij de douane worden aangebracht de douaneverplichtingen moeten zijn nageleefd. Voor de hier bedoelde goederen betekent zulks dat zij ook voor de BTW-regeling de status van "goederen in tijdelijke opslag" hebben.
- Verder dient te worden onderzocht welke de precieze voorwaarde is opdat de BTW bij invoer verschuldigd wordt. De regel hiervoor vinden we in de artikelen 3 en 5 van het KB nr. 7 van 29 december
- Artikel 5 geeft heel duidelijk aan dat de belasting verschuldigd bij invoer in principe moet betaald worden op het tijdstip van de aangifte voor het verbruik.
(20)Artikel 3 bepaalt daarnaast in algemene bewoordingen dat de overeenkomstig artikel 23 van het wetboek in België ingevoerde goederen voor het verbruik moeten worden aangegeven. Ook "goederen in tijdelijke opslag" vallen dus onder de toepassing van artikel 3 en moeten bijgevolg bij hun onttrekking aan de opslag - op het ogenblik waarop de BTW verschuldigd wordt -, noodzakelijkerwijze ook meteen worden aangegeven voor het verbruik.
(21)Besluit 14. Uit de voorgaande analyse volgt dat met het begrip "de aangever" in de opsomming van artikel 8 van het KB nr. 7 van 29 december 1992, diegene bedoeld wordt die het goed bij opheffing van de tijdelijke opslag bestemt voor verbruik. Wanneer een goed wederrechtelijk wordt onttrokken aan de tijdelijke opslag - zoals dit het geval is in de voorliggende zaak - dan is er gewoonweg geen aangifte ten verbruik voorhanden. Zelfs al is op dat moment wel BTW op de invoer verschuldigd omdat het goed wordt onttrokken aan de tijdelijk opslagregeling,
(22)wat moet worden gelijkgesteld met een verbruik
(23), toch is er geen aangifte in de zin van het KB nr. 7 van 29 december 1992. Het standpunt van verweerster in cassatie kan dus worden bijgetreden. In geen geval kan in de voormelde omstandigheden diegene die de goederen heeft aangemeld via de summiere aangifte van artikel 126 worden aanzien als "de aangever" voor de toepassing van de BTW. De aangifte door de scheepsagent houdt immers geen aangifte tot verbruik in maar is een louter aanbrengen van de goederen bij de douane.
(24)Overigens bestaat in de douanereglementering "de aangifte" slechts uit die handeling waarbij de aangever een geoorloofde "douaneregeling" aan de goederen geeft. Die mogelijke douanebestemmingen worden opgesomd in artikel 4.16 C.D.W. en de "tijdelijke opslag" behoort daar niet bij, zodat de summiere aangifte niet als een douanerechtelijke aangifte kan worden beschouwd in de zin van artikel 4.17 C.D.W.. Besluit: VERWERPING. _____________________
(1)B. Vanderstichelen, BTW 2000, De nieuwe praktische handleiding, Uitgaven Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, 2000, 529, nr. 8047.Zie voor een overzicht van de douanebestemmingen: B. Vanderstichelen, o.c., 528, nr. 8037-8038.
(2)Over deze notie zie: H. Vandebergh, BTW-Handboek, Larcier, editie 2003, 313, nrs; 365 tot en met 367.
(3)B. Vanderstichelen, o.c., 552, nr. 8159.
(4)Ibid.
(5)Zie in het bijzonder Cass. 19 september 2002, A.C. 2002, nr. 462.
(6)zie B. Vanermen, Verjaring inzake directe belastingen en BTW, Larcier, 2008, 24, nr. 31.
(7)Cass. 28 januari 1999, AR C.97.0332.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990128.11, A.C. 1999, I, nr. 48; Cass. 19 september 2002, C.01.0302.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020919.7, A.C. 2002, nr. 462; Cass. 12 april 2007, C.05.0489.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070412.1, www.cass.be; Zie ook Cass. 27 november 2000, AR S.00.0065.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001127.6, A.C. 2000, nr. 645.
(8)Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek.
(9)Zie artikel 22-3 van het Koninlijk Besluit van 18 juli 1977 houdende coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, bekrachtigd bij wet van 6 juli 1978
(10)Schockaert, G. De Neef, "Tijdelijke opslag: Administratie vaardigt nieuwe circulaire uit", Fiskoloog Internationaal 1994, 1
(11)Zie L. Schockaert, G. De Neef, l.c., 1: de douanebestemming kan erin bestaan dat goederen onder een "douaneregeling" worden geplaatst (bv. in het vrije verkeer brengen, douanevervoer,...) of dat goederen opnieuw worden uitgevoerd, vernietigd of aan de Schatkist afgestaan. Vergelijk ook artikel 151.2 van de Verordening nr. 450/2008 van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (dat de eerdere verordening 2913/92 intrekt ): "De summiere aangifte bij binnenbrengen, [...], vormt de douaneaangifte voor de regeling tijdelijke opslag".
(12)Verordening van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek die de eerdere verordening 2913/92 intrekt.
(13)Zie voor een goed begrip J. Autenne, "Le régime belge applicable aux importations en matière de TVA et d'accises après l'adaptation du CTVA à la 6e directive", in Liber Amicorum J.P. Lagae, Ced Samson 1998, 206
(14)Zie in dit verband ook H. Vandebergh, o.c., 309.
(15)J. Autenne, l.c., 206-207.
(16)H. Vandebergh, o.c., 309.
(17)Zie H. Vandebergh, o.c., 310 en J. Autenne, l.c., 207.
(18)L. Schockaert, G. De Neef, l.c., 5.
(19)B. Vanderstichelen, o.c., 528, nr. 8034.
(20)Er zijn uitzonderingen voorzien in §2 en §3 van artikel 5: zo kan een uitstel worden verleend of een vergunning op grond waarvan later kan worden betaald. Zie ook H. Vandebergh, o.c., 312 en B. Vanderstichelen, o.c., 553, nr. 8167 e.v.
(21)B. Vanderstichelen, o.c., 528, nr. 8043. Zie in dit verband ook J. Autenne, l.c., 208.
(22)J. Autenne, l.c., 207-208.
(23)J. Autenne, l.c., 209.
(24)Zo besliste het Hof van Justitie in de zaak 'Unamar' dat de scheepsagent die de summiere aangifte heeft ingediend, geen douaneschuldenaar is indien de goederen aan het regime van de tijdelijke opslag werden onttrokken (H.v.J., 15 september 2005, United Antwerp Maritime Agencies NV, C-140/04, Jur. 2005, I-8245). Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110114.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990128.11 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001127.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020919.7 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070412.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div