id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 17 april 2012 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120417.5 Rolnummer: P.12.0240.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2012-05-09 Raadplegingen: 248 - laatst gezien 2026-06-18 08:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120417.5 Fiches 1 - 2 De kamer van inbeschuldigingstelling die overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid moet onderzoeken van de in een strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie, die is gesteund op of afgeleid uit een in een ander strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie, dient daartoe ook de regelmatigheid te beoordelen van de in dat laatste strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Gevolg Fiches 3 - 4 De kamer van inbeschuldigingstelling die overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid moet onderzoeken van de in een strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie, die is gesteund op of afgeleid uit een in een ander strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie dat een gerechtelijk onderzoek betreft dat nog niet door de onderzoeksrechter aan de procureur des Konings krachtens artikel 127, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is overgezonden en de procureur-generaal van oordeel is dat in het kader van de door artikel 235ter Wetboek van Strafvordering bedoelde controle van de regelmatigheid van de in het eerste dossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie aan partijen geen gehele of gedeeltelijke inzage van het niet-afgesloten strafdossier kan worden gegeven, dient zijn controle van het eerste dossier te verrichten aan de hand van eensdeels de door artikel 47septies, § 2, tweede en derde lid, bedoelde processen-verbaal en schriftelijke beslissingen van de bevoegde magistraat, waarvan de partijen kennis kunnen nemen en waarover zij tegenspraak kunnen voeren, en anderdeels het door artikel 47septies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde vertrouwelijk dossier
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Ander strafdossier nog in gerechtelijk onderzoek - Geen gehele of gedeeltelijke inzage in het niet-afgesloten strafdossier - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie in niet-afgesloten dossier - Omvang Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Ander strafdossier nog in gerechtelijk onderzoek - Geen gehele of gedeeltelijke inzage in het niet-afgesloten strafdossier - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie in niet-afgesloten dossier - Omvang Fiches 5 - 6 De kamer van inbeschuldigingstelling die overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid moet onderzoeken van de in een strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie, die is gesteund op of afgeleid uit een in een ander strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie, is ertoe gehouden de in de conclusie aangevoerde opmerkingen van partijen over de regelmatigheid van de in het niet-afgesloten strafdossier aangewende bijzondere opsporingsmethode observatie en hun impact op de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode observatie in het afgeleide dossier te beantwoorden
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Conclusies - Verweer over de regelmatigheid van de observatie aangewend in niet-afgesloten strafdossier - Verweer over de impact op de regelmatigheid van de observatie aangewend in afgeleid dossier - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Conclusies - Verweer over de regelmatigheid van de observatie aangewend in niet-afgesloten strafdossier - Verweer over de impact op de regelmatigheid van de observatie aangewend in afgeleid dossier - Gevolg Fiches 7 - 8 Conclusie van advocaat-generaal Timperman. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethode van observatie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de toepassing van de observatie - Observatie gesteund of afgeleid uit observatie aangewend in ander strafdossier - Gevolg Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ P.12.0240.N Advocaat-generaal Timperman heeft in hoofdzaak gezegd:
- In deze zaak stelt zich de vraag naar de aard en de omvang van de controle door de kamer van inbeschuldigingstelling over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie wanneer dit onderzoeksgerecht vaststelt of aanneemt dat het strafdossier, dat bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering aan zijn controle is onderworpen, afgeleid is van, of gesteund is op, een ander nog niet afgesloten strafdossier waarin eveneens de bijzondere opsporingsmethode observatie werd toegepast.
- In casu moest de kamer van inbeschuldigingstelling, nadat het dossier door de onderzoeksrechter was overgemaakt aan de procureur des Konings krachtens artikel 127, §1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, de controle doen over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethode observatie in een drugszaak. De verdediging voerde aan, en de kamer van inbeschuldigingstelling aanvaardde, dat het drugsdossier was gesteund op de informatie bekomen in een nog niet afgesloten dossier van witwassen. De inverdenkinggestelde in de drugszaak vroeg om een gelijktijdige en volwaardige controle van de bijzondere opsporingsmethode observatie aangewend in het witwasdossier.
- De kamer van inbeschuldigingstelling ging over tot een controle van het witwasdossier bij toepassing van artikel 235quater Wetboek van Strafvordering, wat impliceert dat de inverdenkinggestelden niet werden gehoord. Bij arrest K/126/12 oordeelde het onderzoeksgerecht dat de bijzondere opsporingsmethode regelmatig verlopen was. Vervolgens deed de kamer van inbeschuldigingstelling de controle van het drugsdossier met inachtname van alle voorschriften van artikel 235ter Wetboek van strafvordering. Bij arrest K/127/12 besliste het onderzoeksgerecht dat de uitgevoerde observatie in de drugszaak regelmatig was verlopen.
- De inverdenkinggestelde in de drugszaak tekende cassatieberoep aan tegen beide arresten. Meteen kan gesteld worden dat de voorziening tegen het arrest K/126/12, gewezen bij toepassing van artikel 235quater Wetboek van Strafvordering, niet ontvankelijk is. De bestreden beslissing is geen eindbeslissing en deed evenmin uitspraak bij toepassing van één der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. (Cass. 15 februari 2011, AR P.10.1665.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110215.8, AC 2011, nr. 134 met conclusie AG Duinslaeger)
- Ofschoon er kritiek zou kunnen geuit worden op de concrete wijze waarop het onderzoeksgerecht in casu een verband legt tussen beide zaken om vervolgens in arrest K/127/12 tot het besluit te komen dat de observatie in de drugszaak regelmatig is, lijkt mij de door de kamer van inbeschuldigingstelling gevolgde werkwijze correct en komt het mij voor dat het arrest K/127/12 de censuur van Uw Hof doorstaat.
- Het lijkt mij een logische toepassing van de artikelen 235ter en 235quater Wetboek van Strafvordering, dat de kamer van inbeschuldigingstelling, die geroepen is om in een dossier de controle van de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden te doen overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, wanneer zij vaststelt dat dit dossier een spin-off is van een ander dossier, de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden in het moederdossier kan controleren bij toepassing van artikel 235quater van hetzelfde wetboek, voor zover dit tenminste binnen de territoriale bevoegdheid van het onderzoeksgerecht valt; zoniet zal de procureur-generaal bij het hof van beroep waar de controle van het afgeleide dossier plaatsvindt zijn ambtgenoot bevoegd voor het moederdossier moeten verzoeken de controle van het moederdossier te laten doen door de territoriaal bevoegde kamer van inbeschuldigingstelling. Deze laatste controle is uiteraard een voorlopige controle die hoe dan ook niet uitsluit dat op het geëigende moment in het moederdossier nog een controle bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering zal moeten gebeuren. Eventuele tegenstrijdigheden tussen de beslissing in het aanvankelijke dossier en de beslissing in het afgeleide dossier kunnen later eventueel nog geremedieerd worden bij toepassing van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering, voor zover aan de voorwaarden van die bepaling is voldaan en dat nog mogelijk is.
- Toestaan dat in het kader van de voorliggende casus ook het moederdossier zou moeten onderworpen aan een controle ex artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, desgevallend zonder inzage of volledige inzage voor partijen van het open strafdossier, is niet verzoenbaar met de controle bepaald door artikel 235ter die per definitie plaatsvindt op het einde van het onderzoek en met inzage van het volledige strafdossier of, in de hypothese van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering, na het einde van het onderzoek en met inzage van het volledige strafdossier. Elke premature controle van het moederdossier, die niet uitgevoerd wordt overeenkomstig artikel 235quater, lijkt mij een controle contra legem of houdt minstens in dat de rechter die een sui generis procedure opzet zich ongeoorloofd op het terrein van de wetgever begeeft. Bovendien zou een sui generis procedure met betrekking tot de controle van het moederdossier naar aanleiding van de volwaardige controle van het afgeleide dossier, toelaten om voortijdig ‘in te breken' in dat moederdossier, dat zich eventueel nog in het stadium van de proactieve recherche kan bevinden, zelfs door iemand die geen partij is in dat moederdossier.
- Het eerste middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht; het tweede dat daaruit is afgeleid, is daarom niet ontvankelijk. Uit de ambtshalve toepassing van de procedure ex artikel 235quater Wetboek van Strafvordering in een niet afgesloten strafdossier ter gelegenheid van de procedure ex artikel 235ter Wetboek van Strafvordering in een ander daarvan afgeleid strafdossier, kan op zich geen schending van artikel 6 EVRM of van het recht van verdediging worden afgeleid. Het derde middel kan niet worden aangenomen. Conclusie: verwerping. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120417.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110215.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div