id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 oktober 2014 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.3 Rolnummer: P.14.0666.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2014-10-22 Raadplegingen: 601 - laatst gezien 2026-06-18 19:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 De enkele omstandigheid dat een verdachte tijdens zijn vrijheidsberoving werd verhoord zonder bijstand van een raadsman en zonder cautie leidt niet tot de onontvankelijkheid van de strafvordering, maar enkel tot gebeurlijke uitsluiting of ontoelaatbaarheid van het bewijs; het recht de strafvordering uit te oefenen ontstaat immers door het plegen van het als misdrijf omschreven feit, ongeacht de wijze waarop de strafvordering verder wordt uitgeoefend en onafhankelijk van de wijze waarop de bewijsgaring verloopt
(1).
(1)Cass. 23 november 2010, AR P.10.1428.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5, AC 2010, nr. 690 met concl. van advocaat-generaal P. Duinslaeger; Cass. 7 december 2010, AR P.10.1460.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1, AC 2010, nr. 714; Cass. 29 november 2011, AR P.11.0113.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111129.2, AC 2011, nr. 651 met concl. van advocaat-generaal P. Duinslaeger. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Onwettig of onregelmatig bewijs - Verklaring van de verdachte zonder bijstand van een advocaat - Strafvordering - Gevolg Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Bewijs - Onwettig of onregelmatig bewijs - Verklaring van de verdachte zonder bijstand van een advocaat - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Miskenning - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Miskenning - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Miskenning - Gevolgen Fiches 6 - 8 Het recht op bijstand van een raadsman vereist niet dat een van zijn vrijheid beroofde verdachte die spontaan en uit vrije wil en nadat hij de gelegenheid had met zijn raadsman te overleggen, een zelfincriminerende verklaring aflegt aan de politie, wordt bijgestaan door een raadsman, zodat een in dergelijke omstandigheden zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring als bewijs kan gebruikt worden. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Gevolg Fiches 9 - 11 Het recht op bijstand van een advocaat is verbonden met de cautieplicht, het zwijgrecht en het feit dat niemand kan worden verplicht zichzelf te incrimineren en deze rechten gelden in personam; een beklaagde kan zich in principe niet beroepen op de miskenning van die rechten betreffende de belastende verklaringen lastens hem afgelegd door een andere beklaagde, die voor hem slechts een getuige is, tenzij die andere beklaagde die zelf van die rechten genoot, de miskenning ervan inroept en op die grond de door hem afgelegde verklaringen intrekt; de omstandigheid dat de voor de beklaagde belastende verklaringen werden afgelegd ter gelegenheid van een confrontatie tussen hem en de medebeklaagden doet daaraan geen afbreuk
(1).
(1)Cass. 1 april 2014, AR P.12.1334.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140401.1, AC 2014, nr. 252. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Zwijgrecht - Draagwijdte - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden bij confrontatie - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Zwijgrecht - Draagwijdte - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden bij confrontatie - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Zwijgrecht - Draagwijdte - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden - Belastende verklaringen afgelegd tegen de beklaagde door medebeklaagden bij confrontatie - Gevolg Fiches 12 - 16 Het recht op bijstand van een raadsman, als onderdeel van het recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, vereist dat een verdachte die zich in een bijzonder kwetsbare positie bevindt in regel moet worden bijgestaan door een raadsman; het arrest dat, op grond van elementen eigen aan de zaak, oordeelt dat de verdachte zijn verklaring spontaan heeft afgelegd aan de politie op een ogenblik dat hij niet van zijn vrijheid was beroofd zodat deze zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring als bewijs mocht worden gebruikt, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Draagwijdte - Spontane verklaring van een verdachte niet van zijn vrijheid beroofd - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Draagwijdte - Spontane verklaring van een verdachte niet van zijn vrijheid beroofd - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Draagwijdte - Spontane verklaring van een verdachte niet van zijn vrijheid beroofd - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.3,
- d)- Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Draagwijdte - Spontane verklaring van een verdachte niet van zijn vrijheid beroofd - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Draagwijdte - Spontane verklaring van een verdachte niet van zijn vrijheid beroofd - Geen bijstand van een advocaat - Gevolg Fiches 17 - 19 Het recht op bijstand van een raadsman vereist niet dat een van zijn vrijheid beroofde verdachte die spontaan en uit vrije wil en nadat hij de gelegenheid had met zijn raadsman te overleggen, een zelfincriminerende verklaring aflegt aan de politie, wordt bijgestaan door een raadsman; de omstandigheid dat de verdachte nader wordt ondervraagd omtrent datgene wat door hem spontaan en uit vrije wil werd verklaard, leidt er niet toe dat de bijstand van een raadsman vereist is en een in dergelijke omstandigheden zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring kan als bewijs gebruikt worden. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Nadere ondervraging door de politie over zijn verklaring - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Nadere ondervraging door de politie over zijn verklaring - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Cautieplicht - Spontane zelfincriminerende verklaring van verdachte na overleg met raadsman - Nadere ondervraging door de politie over zijn verklaring - Gevolg Fiche 20 De omstandigheid dat de politie ter gelegenheid van een door de verdachte afgelegde verklaring vragen stelt, belet niet dat deze verklaring kan worden gekwalificeerd als spontaan, op eigen initiatief en uit vrije wil. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Spontane verklaring van een verdachte - Vragen gesteld door de politie - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.14.0666.N I L A J V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Cyriel Heerman, advocaat bij de balie te Oudenaarde. II K L O D B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 februari 2014. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II 1. Het arrest ontslaat de eiser II van rechtsvervolging voor de hem ten laste ge-legde misdrijven omschreven onder de telastleggingen A10a, B10a, A10b, B10b, A10c, B10c, A10d, B10d, A10e, B10e en D11. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep II bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middelen van de eiser I Eerste middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 131 Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt niet of onvoldoende het in de appelconclusie van de eiser I gevoerde verweer dat de beschikking van de raadkamer van 19 september 2008 nietig is omdat hij niet regelmatig voor die rechtszitting werd opgeroepen. 3. Het arrest (p. 83, ro 21) oordeelt met overname van de redenen van het be-roepen vonnis (p. 78-79) dat er geen onregelmatigheden zijn die zouden kunnen leiden tot de nietigheid van de procedure. Aldus beantwoordt het eisers verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede en derde middel 4. De middelen voeren schending aan van artikel 6.1 EVRM: door de bestraf-fing slechts te verminderen met een vierde past het arrest, dat een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, deze bepaling verkeerd toe (tweede middel); het arrest kon niet anders dan hetzij schuldig verklaren zonder straf, hetzij slechts de minimumstraf opleggen, hetzij een straf opleggen lager dan de minimumstraf; het arrest doet dit niet (derde middel). 5. De rechter die een overschrijding van de redelijke termijn heeft vastgesteld en heeft beslist dat die geen impact heeft gehad op de bewijslevering, oordeelt on-aantastbaar in het licht van de ernst van de vastgestelde overschrijding over het passende herstel. Noch artikel 6.1 EVRM noch artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering noch enige andere bepaling schrijven voor dat het passende herstel slechts kan bestaan in een eenvoudige schuldigverklaring of een veroordeling tot of beneden de minimumstraf. De middelen die uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen naar recht. Vierde middel 6. Het middel voert miskenning aan van "de algemene beginselen over de be-wijsvoering in onze wetgeving": het arrest bepaalt ten onrechte de aanvangsdatum van de verjaring van de strafvordering op 30 juni 2008; die aanvangsdatum moet 23 april 2007 zijn want de vordering tot verwijzing draagt die datum. 7. In zoverre het middel zonder nadere aanduiding miskenning aanvoert van "de algemene beginselen over de bewijsvoering in onze wetgeving", is het bij ge-brek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. 8. Het arrest oordeelt dat de vermelding "tot heden" in de omschrijving van het aan de eiser I verweten gebruik van de valse stukken moet worden gelezen als "30/06/2008", zijnde de datum van de vordering tot verwijzing. De vordering tot regeling van de rechtspleging en verwijzing van de eiser I naar de correctionele rechtbank draagt wel degelijk als datum 30 juni 2008 en niet 23 april 2007, datum waarop de onderzoeksrechter het dossier voor eindvordering meedeelde aan de procureur des Konings. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Middelen van de eiser II Eerste middel Eerste onderdeel 9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest dat vaststelt dat de eiser II tijdens zijn vrijheidsberoving werd verhoord zonder mogelijkheid van bijstand van een raadsman en zonder cautie, spreekt ten onrechte de onont-vankelijkheid van de strafvordering niet uit. 10. De enkele omstandigheid dat een verdachte tijdens zijn vrijheidsberoving werd verhoord zonder bijstand van een raadsman en zonder cautie leidt niet tot de onontvankelijkheid van de strafvordering, maar enkel tot gebeurlijke uitsluiting van het aldus verkregen bewijs. Het recht de strafvordering uit te oefenen ontstaat immers door het plegen van het als misdrijf omschreven feit, ongeacht de wijze waarop de strafvordering verder wordt uitgeoefend en onafhankelijk van de wijze waarop de bewijsgaring verloopt. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel 11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest steunt bij de beoordeling van de schuld van de eiser II ten onrechte op de door hem op 7 juli 2005 zonder bijstand van een raadsman afgelegde zelfincriminerende verklaring; op dit tijdstip bevond hij zich in voorlopige hechtenis en dus in een bijzonder kwetsbare positie; er waren bovendien geen dringende redenen om zijn recht op bijstand te beperken. 12. Het recht op bijstand van een raadsman vereist niet dat een van zijn vrijheid beroofde verdachte die spontaan en uit vrije wil en nadat hij de gelegenheid had met zijn raadsman te overleggen, een zelfincriminerende verklaring aflegt aan de politie, wordt bijgestaan door een raadsman. Een in dergelijke omstandigheden zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring kan als bewijs worden ge-bruikt. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 13. Het arrest (p. 109) oordeelt dat: - de eiser II op 7 juli 2005, toen hij nog in hechtenis verkeerde, doch op een tijd-stip waarop hij reeds ten volle was ingelicht van de aard en de omvang van de zaak en ten volle bijstand had verkregen van een raadsman, klaarblijkelijk via zijn zoon de federale politie heeft gecontacteerd teneinde een verklaring af te leggen; - met een in die omstandigheden afgelegde verklaring rekening kan worden gehouden bij de bewijsvoering, daar ze spontaan, op eigen initiatief en met volle kennis van zaken werd afgelegd en plaatsvond na contactname of overleg met een raadsman; - het bovendien niet is aangetoond dat de eiser II bij het afleggen van die ver-klaring onder druk zou gezet zijn, maar integendeel blijkt dat de verklaring uit vrije wil werd afgelegd. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Derde onderdeel 14. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest steunt bij de beoordeling van de schuld van de eiser II ten onrechte op de verklaringen van de medebeklaagden D, B, M en de eiser I, die volgens de vaststellingen van het arrest werden verhoord zonder bijstand van een raadsman en zonder cautie, terwijl de verklaring van de medebeklaagde B werd afgelegd tijdens de eerste vierentwintig uur van zijn vrijheidsberoving. 15. Het recht op bijstand van een advocaat is verbonden met de cautieplicht, het zwijgrecht en het feit dat niemand kan worden verplicht zichzelf te incrimineren. Deze rechten gelden in personam. Een beklaagde kan zich in beginsel niet beroepen op de miskenning van die rech-ten betreffende de belastende verklaringen lastens hem afgelegd door een andere beklaagde, die voor hem slechts een getuige is, tenzij die andere beklaagde die zelf van die rechten genoot, de miskenning ervan inroept en op die grond de door hem afgelegde verklaringen intrekt. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Vierde onderdeel 16. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest steunt voor de beoordeling van de schuld van de eiser II ten onrechte op verklaringen van de eiser I en van B, die met de eiser II werden geconfronteerd tijdens diens vrijheids-beroving en zonder dat de eiser II werd bijgestaan door een raadsman en zonder cautie. 17. Het recht op bijstand van een advocaat is verbonden met de cautieplicht, het zwijgrecht en het feit dat niemand kan worden verplicht zichzelf te incrimineren. Deze rechten gelden in personam. Een beklaagde kan zich in beginsel niet beroepen op de miskenning van die rech-ten betreffende de belastende verklaringen lastens hem afgelegd door een andere beklaagde, die voor hem slechts een getuige is, tenzij die andere beklaagde die zelf van die rechten genoot, de miskenning ervan inroept en op die grond de door hem afgelegde verklaringen intrekt. De omstandigheid dat de voor een beklaagde belastende verklaringen werden afgelegd ter gelegenheid van een confrontatie tus-sen de medebeklaagden en de beklaagde doet daaraan geen afbreuk. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Vijfde onderdeel 18. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest steunt bij de beoordeling van de schuld van de eiser II op de door hem op 27 juni 2006 afge-legde verklaring, terwijl die zelfincriminerende verklaring werd afgelegd zonder bijstand van een raadsman. 19. Het recht op bijstand van een raadsman, als onderdeel van het recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, vereist dat een verdachte die zich in een bijzonder kwetsbare positie bevindt in de regel moet worden bijgestaan door een raadsman. 20. Uit de vaststellingen van het arrest (p. 116) blijkt dat de eiser II zijn verkla-ring van 27 juni 2006 spontaan heeft afgelegd aan de politie en dat hij op dat ogenblik niet van zijn vrijheid was beroofd. Het arrest kon dan ook oordelen dat de zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring van 27 juni 2006 als bewijs mocht worden gebruikt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Zesde onderdeel 21. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest steunt bij de beoordeling van de schuld van de eiser II op zijn op 7 juli 2005 zonder bijstand van een raadsman afgelegde zelfincriminerende verklaring; hij was op dat tijdstip van zijn vrijheid beroofd, zodat hij zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond; er is niet aangetoond dat er dringende redenen waren om eisers recht op bijstand te beperken; het arrest stelt weliswaar vast dat die verklaring spontaan, op eigen initiatief en met volle kennis van zaken werd afgelegd, maar er blijkt duidelijk dat aan de eiser vragen werden gesteld. 22. Het recht op bijstand van een raadsman vereist niet dat een van zijn vrijheid beroofde verdachte die spontaan en uit vrije wil en nadat hij de gelegenheid had met zijn raadsman te overleggen, een zelfincriminerende verklaring aflegt aan de politie, wordt bijgestaan door een raadsman. De omstandigheid dat aan de ver-dachte nadere vragen worden gesteld over datgene wat door hem spontaan en uit vrije wil werd verklaard, leidt niet ertoe dat de bijstand van een raadsman is ver-eist. Een in dergelijke omstandigheden zonder bijstand van een raadsman afgelegde verklaring kan als bewijs worden gebruikt. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Zevende onderdeel 23. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de eiser op 7 juli 2005 spontaan, op eigen initiatief en met volle kennis van zaken een verklaring heeft afgelegd, geeft het arrest van die verklaring een uitlegging die met de bewoordingen ervan onver-enigbaar is; uit de verklaring blijkt immers dat er aan de eiser wel vragen werden gesteld. 24. De omstandigheid dat de politie ter gelegenheid van de op 7 juli 2005 door de eiser II afgelegde verklaring hem nadere vragen heeft gesteld, belet niet dat die verklaring kan worden gekwalificeerd als spontaan, op eigen initiatief en uit vrije wil. Het arrest geeft bijgevolg aan die verklaring een uitlegging die niet onvere-nigbaar is met de bewoordingen ervan. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel 25. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 7, 7bis, 42, 43 en 43bis Strafwetboek: het arrest bevestigt de met het beroepen von-nis lastens de eiser II uitgesproken bijzondere verbeurdverklaring van de vermo-gensvoordelen ten bedrage van 1.299.591,50 euro, waarin een bedrag van 268.134,09 euro vervat zat ingevolge de schuldigverklaring aan de telastlegging D11, niettegenstaande het arrest de eiser II vrijspreekt voor deze telastlegging. 26. Het arrest bevestigt de met het beroepen vonnis lastens de eiser II uitge-sproken bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen voor een som van 1.299.591,50 euro. Die som werd bepaald door rekening te houden met het bedrag van 268.134,09 euro verkregen als vermogensvoordelen ingevolge de te-lastlegging D11. Het arrest spreekt de eiser evenwel vrij voor deze telastlegging zodat bij de bepaling van de som van de lastens de eiser II uit te spreken bijzonde-re verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen met dit bedrag geen rekening mocht worden gehouden en de bijzondere verbeurdverklaring hadden dienen te worden beperkt tot 1.031.457,41 euro. Het middel is gegrond. Derde middel 27. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grond-wet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het arrest vermeldt niet de constitutie-ve bestanddelen van de telastleggingen A2 tot en met A8, A11 tot en met A15e, B2 tot en met B8, B11 tot en met B15e, C5, D3 tot en met D9, D12 tot en met D16 en E1 tot en met E3 op grond waarvan het de eiser II veroordeelt, zodat het niet naar recht verantwoord is. 28. Het middel geeft niet aan hoe en waardoor het arrest artikel 6 EVRM schendt en hoe en waardoor het arrest het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging miskent. In zoverre is het middel bij gebrek aan precisie niet ontvankelijk. 29. Een veroordelend vonnis of arrest moet om regelmatig gemotiveerd te zijn het strafbaar feit waaraan het de beklaagde schuldig verklaart in al zijn wettelijke bestanddelen beschrijven. Bij afwezigheid van nadere conclusie is aan die verplichting voldaan indien het strafbaar feit wordt omschreven in de bewoordingen van de strafwet. 30. Het arrest omschrijft de feiten waaraan het de eiser II schuldig verklaart in de bewoordingen van de strafwet. Aldus is het regelmatig gemotiveerd en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige 31. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het lastens de eiser II een bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen uitspreekt die de som van 1.031.457,41 euro te boven gaat. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser I tot de kosten van zijn cassatieberoep. Veroordeelt de eiser II tot negen tiende van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten in het geheel op 518,71 euro waarvan de eiser I 259,35 euro verschuldigd is en de eiser II 259,36 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Luc Van hoogenbemt en Beatrijs Deconinck, de raadsheren Filip Van Volsem en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 14 oktober 2014 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky E. Francis F. Van Volsem B. Deconinck L. Van hoogenbemt P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.3 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150915.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101123.5 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101207.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111129.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140401.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160524.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div