← België

ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150929.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 september 2015 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150929.2 Rolnummer: P.14.0681.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2015-10-09 Raadplegingen: 495 - laatst gezien 2026-06-18 17:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Krachtens artikel 14.7 IVBPR en artikel 4.1. Zevende Aanvullend Protocol EVRM mag niemand voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken; een administratieve sanctie is niet definitief of onherroepelijk en dus geen einduitspraak, zolang niet werd beslist over het verhaal dat tegen de beslissing die deze sanctie oplegt is ingesteld

(1).
(1)Zie Cass. 25 mei 2011, AR P.11.0199.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110525.3, AC 2011, nr. 351, met concl. van advocaat-generaal Genicot in Pas. 2011. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: "Non bis in idem" - Niet definitieve administratieve sanctie - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: Artikel 4.1 - Zevende aanvullend protocol EVRM - "Non bis in idem" - Niet definitieve administratieve sanctie - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.7, IVBPR - "Non bis in idem" - Niet definitieve administratieve sanctie - Gevolg Fiche 4 Door het instellen van verhaal tegen de beslissing van de directeur van een werkloosheidsbureau die een sanctie oplegt, wordt niet enkel de omvang van die sanctie, maar ook de wettigheid ervan aan het oordeel van de rechter voorgelegd
(1).
(1)Zie Cass. 10 mei 2004, AR S.02.0076.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040510.7, AC 2004, nr. 246, met concl. van eerste advocaat-generaal Leclercq. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - ALLERLEI Vrije woorden: Opgelegde sanctie - Verhaal - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.14.0681.N S A M F, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Willy Dierickx, advocaat bij de balie te Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 6 maart
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 14.7 IVBPR, de artikelen 6 en 7 EVRM en artikel 4 Zevende Aanvullend Protocol EVRM, alsmede miskenning van het non bis in idem - beginsel: het arrest verklaart de strafvordering ontvanke-lijk en veroordeelt de eiser tot straf voor dezelfde feiten waarvoor hij reeds defini-tief werd gesanctioneerd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening met beslis-sing van 3 februari 2012, minstens voor de minimumsanctie; de eiser heeft immers enkel de omvang van de administratieve sanctie betwist en de termijn om voor de arbeidsrechtbank die sanctie integraal te vernietigen is verstreken.
  3. Krachtens artikel 7, § 11, tweede lid, eerste zin, besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders moeten de beslis-singen genomen over rechten ontstaan uit de werkloosheidsregeling op straffe van verval, binnen drie maanden na de kennisgeving, of, bij gebrek aan kennisgeving, binnen de drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop de betrokkene er kennis van gehad heeft, aan de bevoegde arbeidsrechtbank voorgelegd worden. De termijn bedoeld in deze wetsbepaling is van toepassing op het verhaal inge-diend tegen een administratieve beslissing, niet op de vorderingen die een vernie-tiging of hervorming van die aldus aangevochten beslissing tot voorwerp hebben. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Krachtens artikel 14.7 IVBPR en artikel 4.
  5. Zevende Aanvullend Protocol EVRM mag niemand voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken.
  6. Een administratieve sanctie is niet definitief of onherroepelijk en dus geen einduitspraak, zolang niet werd beslist over het verhaal dat tegen de beslissing die deze sanctie oplegt is ingesteld.
  7. Door het instellen van verhaal tegen de beslissing van de directeur van een werkloosheidsbureau die een sanctie oplegt, wordt niet enkel de omvang van die sanctie, maar ook de wettigheid ervan aan het oordeel van de rechter voorgelegd.
  8. Het arrest (p. 6) oordeelt: "Bij de verdere behandeling voor de arbeids-rechtbank kan [de eiser] immers nog steeds de integrale vernietiging van de uit-sluiting van 26 weken vorderen, of met andere woorden zijn vordering uitbreiden tot het principe zelf van de uitsluiting. [De eiser] tekende beroep aan. Er is bijgevolg nog geen onherroepelijke veroor-deling. Het ingeroepen rechtsbeginsel kan bijgevolg niet van toepassing zijn." Het arrest oordeelt aldus naar recht dat aan de eiser nog niet onherroepelijk een sanctie werd opgelegd voor de feiten die het voorwerp uitmaken van de strafvor-dering en het ingeroepen rechtsbeginsel niet van toepassing kan zijn. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 97 (lees: 149) Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 175,1°, e), Werkloosheidsbesluit: het arrest neemt enkel op grond dat de eiser met kennis onjuist handelt, onwettig aan dat hij heeft gehandeld met bedrieglijk inzicht; het arrest, dat ook verwijst naar de redenen van het vonnis is niet regelmatig met redenen omkleed door voor het aannemen van het bedrieglijk inzicht enkel te verwijzen naar elementen die dit bedrieglijk inzicht niet kunnen bewijzen.
  10. Het arrest (p. 6) verwijst niet enkel naar de redenen van het beroepen vonnis, maar oordeelt met eigen redenen: "Toch heeft hij over een ruime periode maar liefst 92 keer nagelaten zijn controlekaart correct in te vullen. (...) De omvang van de inbreuk toont aan dat het niet om een loutere vergetelheid gaat. Zij gebeurde bewust en met bedrieglijk inzicht. Het staat vast dat [de eiser] met bedrieglijk in-zicht nagelaten heeft een verplichte verklaring te melden." Met die redenen oordeelt het arrest naar recht dat de eiser met bedrieglijk inzicht heeft gehandeld en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 29 september 2015 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen S. Berneman A. Lievens P. Hoet F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150929.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040510.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110525.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.