id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 maart 2016 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160322.4 Rolnummer: P.15.0736.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2016-04-08 Raadplegingen: 701 - laatst gezien 2026-06-18 18:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem heeft dezelfde draagwijdte als de bepalingen van artikel 14.7 IVBPR en artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM; onder identieke of substantieel dezelfde feiten moet worden verstaan een geheel van concrete feitelijke omstandigheden welke onlosmakelijk in tijd en ruimte met elkaar verbonden zijn
(1)Zie Cass. 20 mei 2014, AR P.13.0026.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140520.1, AC 2014, nr. 357; Cass. 24 juni 2014, AR P.13.1747.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140617.3, AC 2014, nr. 452; Cass. 17 februari 2015, AR P.14.1509.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150217.5, AC 2015, nr. 119; Cass. 24 april 2015, AR F.14.0045.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150424.3, AC 2015, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Strafzaken - Algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" - Draagwijdte Strafzaken - Algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" - Identiek of substantieel dezelfde feiten - Begrip Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.7 - Algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" - Draagwijdte Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: Zevende aanvullend protocol EVRM - Artikel 4.1 - Algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" - Draagwijdte Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTEN. POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Internationaal Verdrag Burgerrechten en Politieke Rechten - Artikel 14.7 - Algemeen rechtsbeginsel "non bis in idem" - Draagwijdte Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Strafrecht [T.Strafr.] - VAN HERPE, Ruben; Noot “Non bis in idem: een verwittigd rechter is er twee waard” - 2016, nr. 5, p. 363-
- Tekst van de beslissing Nr. P.15.0736.N B A H V B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Gustaaf Callierlaan 175, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- B M, burgerlijke partij,
- A D V, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De appelrechters verklaren de aan de eiser ten laste gelegde feiten, voorwerp van de telastlegging A, zoals verbeterd, niet bewezen en verklaren zich onbevoegd om kennis te nemen van de op die telastlegging gesteunde burgerlijke rechtsvordering van de verweerders tegen de eiser. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen deze beslissingen, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 14.7 IVBPR en artikel 4 Zevende Aanvullend Protocol EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde of van de non bis in idem: het arrest veroordeelt de eiser ten onrechte; de eiser kon niet het voorwerp uitmaken van een strafvervolging voor de hem ten laste gelegde feiten; de raadkamer oordeelde op 14 maart 2011 na de eerste klacht met burgerlijke partijstelling dat de feiten noch een misdaad noch een wanbedrijf noch een overtreding uitmaakten; met een dergelijke buitenvervolgingstelling in rechte is, tenzij er nieuwe bezwaren aan het licht zouden komen, definitief over die feiten en met gezag van gewijsde geoordeeld; het arrest diende gelet op deze eerdere definitieve strafrechtelijke beschikking na te gaan of de thans te beoordelen vervolging in wezen dezelfde feiten betrof; een tweede vervolging is verboden wegens identieke of substantieel dezelfde feiten, waaronder wordt verstaan een geheel van concrete feitelijke omstandigheden welke onlosmakelijk in tijd en ruimte met elkaar verbonden zijn, iets waarover de rechter onaantastbaar oordeelt; de "idem" moet feitelijk worden ingevuld; de juridische kwalificatie speelt daarbij geen rol; uit de motivering van het arrest blijkt niet dat de appelrechters een feitelijke controle hebben uitgevoerd met betrekking tot de vraag of de eerdere en de te beoordelen vervolging eenzelfde voorwerp hebben; de appelrechters hebben evenmin onderzocht of deze feiten een geheel van concrete feitelijke omstandigheden vormen welke onlosmakelijk verbonden zijn; substantieel dezelfde feiten vereist immers geen absolute identiteit van het voorwerp van de feiten.
- Artikel 14.7 IVBPR bepaalt dat niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM bepaalt dat niemand opnieuw wordt berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die staat. Het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem heeft dezelfde draagwijdte.
- Onder identieke of substantieel dezelfde feiten moet worden verstaan een geheel van concrete feitelijke omstandigheden welke onlosmakelijk in tijd en ruimte met elkaar verbonden zijn.
- Het arrest oordeelt dat de feiten van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken waarvoor de raadkamer op 14 maart 2011 een beschikking van buitenvervolgingstelling heeft verleend niet dezelfde zijn als de feiten die het voorwerp uitmaken van onder meer de telastlegging B van misbruik van vertrouwen in de voorliggende zaak, ook al kunnen die feiten daarmee samenhangend zijn en was in het gerechtelijk onderzoek in de zaak die aanleiding gaf tot de beschikking van buitenvervolgingstelling van 14 maart 2011 eveneens sprake van onder meer feiten van misbruik van vertrouwen. Daaruit volgt dat de appelrechters enkel hebben onderzocht of de feiten waarvoor thans vervolging werd ingesteld al dan niet identieke feiten zijn als die waarvoor reeds een beslissing van buitenvervolgingstelling werd gewezen, maar hebben nagelaten te onderzoeken of die feiten niet substantieel dezelfde feiten zijn als de feiten waarvoor een beslissing van buitenvervolgingstelling werd genomen, meer bepaald of ze niet onlosmakelijk in tijd en ruimte ermee verbonden zijn. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het de eiser veroordeelt voor de feiten der telastlegging B en oordeelt over de op die telastlegging gesteunde burgerlijke rechtsvordering van de verweerders. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten, houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de verwijzingsrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten in het geheel op 207,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 22 maart 2016 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen S. Berneman E. Francis A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160322.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170921.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180921.5 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210106.2F.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140520.1 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140617.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150217.5 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150424.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180411.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div