id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 april 2016 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160407.7 Rolnummer: F.15.0131.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2016-04-26 Raadplegingen: 442 - laatst gezien 2026-06-18 15:57 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160407.7 Fiche 1 Met soortgelijke weldadigheidsinstellingen in de zin van artikel 12, §1, WIB92 worden de instellingen bedoeld die op eender welke wijze fysieke of geestelijke zorg verstrekken; een sociale werkplaats verschaft tewerkstelling in een beschermde arbeidsomgeving aan bepaalde doelgroepen en heeft bijgevolg een activiteit die verschilt van een instelling die fysieke of geestelijke zorg verstrekt in de zin van voormeld artikel
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Vrijstelling - Bestemming tot weldadigheidsinstelling - Soortgelijke weldadigheidsinstelling - Begrip - Sociale werkplaats Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 12, § 1 en 253, 1°, zoals van toep. in het Vl. Gewest - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal Thijs. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Vrijstelling - Bestemmming tot weldadigheidsinstelling - Soortgelijke weldadigheidsinstelling - Begrip - Sociale werkplaats Tekst van de beslissing Nr. F.15.0131.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- KRINGLOOPCENTRUM ZUID-WEST-VLAANDEREN vzw, met zetel te 8510 Kortrijk (Marke), Markebekestraat 7,
- PENDRAGON S bvba, met zetel te 8500 Kortrijk, Walle 113A, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 11, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 januari
- Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 januari 2016 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 253, 1°, WIB92, zoals van toepassing in het Vlaams Gewest, stelt het kadastraal inkomen van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen vrij van onroerende voorheffing. Krachtens artikel 12, § 1, WIB92, zoals hier toepasselijk, is onder meer het kada- straal inkomen van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsin-stellingen vrijgesteld. Deze vrijstelling dient beperkend te worden uitgelegd. Met soortgelijke weldadigheidsinstellingen worden de instellingen bedoeld die op eender welke wijze fysieke of geestelijke zorg verstrekken. Een sociale werkplaats verschaft tewerkstelling in een beschermde arbeidsomge-ving aan bepaalde doelgroepen en heeft bijgevolg een activiteit die verschilt van een instelling die fysieke of geestelijke zorg verstrekt in de zin van artikel 12, § 1, WIB
- De appelrechters stellen vast dat: - de eerste verweerster een onroerend goed gelegen te Marke, huurt van de tweede verweerster; - de eiser op naam van de tweede verweerster voor het betreffende onroerend goed een aanslag in de onroerende voorheffing heeft gevestigd voor het aan-slagjaar 2010; - de eerste verweerster een erkende sociale werkplaats is.
- De appelrechters oordelen dat: - sociale werkplaatsen permanent gesubsidieerde tewerkstelling aanbieden aan laaggeschoolde werkzoekenden via een contract van onbepaalde duur; - de hulp die wordt geboden erin bestaat te verhelpen aan de onmogelijkheid om op de normale arbeidsmarkt te worden tewerkgesteld door te voorzien in een beschermde tewerkstelling; - aangezien de eerste verweerster een instelling is die arbeidszorg verstrekt, zijn-de een wijze van geestelijke zorgverstrekking, zij wel degelijk voldoet aan het begrip "soortgelijke weldadigheidsinstelling"; - er kennelijk geen betwisting bestaat over het feit dat het onroerend goed slechts deels door de tweede verweerster aan de eerste verweerster verhuurd wordt, zodat de eerste rechter moet gevolgd worden in de verhoudingsgewijze vermindering van de onroerende voorheffing.
- De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de eerste verweerster een soortgelijke weldadigheidsinstelling is in de zin van artikel 12, § 1, WIB92 en dat de tweede verweerster gedeeltelijk recht heeft op een vrijstelling van onroe-rende voorheffing voor het aanslagjaar 2010, schenden de artikelen 253, eerste lid, 1°, en 12, § 1, WIB
- Het middel is gegrond.
- De door de verweersters in ondergeschikte orde voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof gaat geheel uit van de hiervoor onjuist bevon-den rechtsopvatting dat sociale tewerkstelling een vorm is van geestelijke zorg-verstrekking in de zin van artikel 12, § 1, WIB92, zodat er geen aanleiding bestaat tot het stellen van de vraag. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 7 april 2016 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck Verzoekschrift Elektronische versie niet beschikbaar PDF document ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160407.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160407.7 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161223.4 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170210.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180511.5 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180511.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div