id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 december 2016 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161223.4 Rolnummer: F.15.0194.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2017-01-18 Raadplegingen: 478 - laatst gezien 2026-06-18 16:32 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161223.4 Fiche 1 Met soortgelijke weldadigheidsinstellingen die in aanmerking komen voor vrijstelling van onroerende voorheffing, worden de instellingen bedoeld die op eender welke wijze fysieke of geestelijke zorg verstrekken; een instelling voor buitenschoolse kinderopvang die een activiteit heeft die soortgelijk is aan de activiteit van een vakantiehuis voor kinderen, kan als een soortgelijke weldadigheidsinstelling worden beschouwd
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Vrijstelling - Bestemming tot weldadigheidsinstelling - Soortgelijke weldadigheidsinstelling - Begrip - Opvangtehuis voor kinderen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 12, § 1, en 253, 1° zoals van toepassing in het Vlaams Gewest - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Conclusie van waarnemend procureur-generaal Thijs. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Onroerende voorheffing Vrije woorden: Vrijstelling - Bestemmming tot weldadigheidsinstelling - Soortgelijke weldadigheidsinstelling - Begrip - Opvangtehuis voor kinderen Tekst van de beslissing Nr. F.15.0194.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister voor Be-groting, Financiën en Energie, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, eiser, vertegenwoordigd door mr. Simone Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen PAIDEIA vzw, met zetel te 8200 Brugge (Sint-Andries), Magdalenastraat 30, verweerster, met als raadsman mr. Serge Carton, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 mei 2015 (AR 2014/AR/584). Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft op 31 mei 2016 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het onderdeel verwijt de appelrechters dat zij hun oordeel steunen op stuk-ken die niet regelmatig zijn overgelegd.
- In de in het onderdeel als geschonden aangewezen wettelijke bepalingen komt artikel 740 Gerechtelijk Wetboek niet voor dat bepaalt op welke memories, nota's of stukken de feitenrechter kan steunen. Het onderdeel is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
- Artikel 253, 1°, WIB92 (Vlaams Gewest) stelt het kadastraal inkomen van de in artikel 12, § 1, vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goe-deren vrij van onroerende voorheffing. Krachtens artikel 12, § 1, WIB92, zoals hier toepasselijk, is onder meer het kada-straal inkomen van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsin-stellingen vrijgesteld. Met soortgelijke weldadigheidsinstellingen worden de instellingen bedoeld die op eender welke wijze fysieke of geestelijke zorg verstrekken.
- De appelrechters stellen vast dat: - de verweerster eigenares is van een bebouwd onroerend goed gelegen te Brug-ge, Koude Keukenstraat 8 A; - in het door de verweerster voorgelegd besluit van 12 januari 2009 van Kind & Gezin met betrekking tot de capaciteitsuitbreiding werd vermeld dat het initia-tief opvang biedt: voorschools, naschools, op woensdagnamiddag, op snipper- en vakantiedagen en ook middagopvang; - uit de door de verweerster voorgelegde folders en foto's blijkt dat er niet louter opvang in de strikte zin van het woord is, maar ook tal van activiteiten met de kinderen worden georganiseerd; - er ook eten wordt aangeboden, vieruurtjes en warme maaltijden; - tijdens het vakantieverblijf uitstapjes worden georganiseerd, paaseierenzoek-tochten, zwemmen en speelpleinbezoek; - er ook opvang is op vakantiedagen en schoolvrije dagen; - de opvang en de activiteiten onder leiding van professionele begeleiders blijken te staan; - de activiteiten in groepsverband worden georganiseerd, wat de sociale vaardig-heden van de kinderen maar ten goede kan komen; - volgens het huishoudelijk reglement van de verweerster de opvang zich richt tot alle schoolgaande kinderen van het basisonderwijs en hun ouders; - de activiteit van de verweerster er een is van fysieke en geestelijke zorg voor de kinderen en in verband staat zowel met de noodzakelijke aanwezigheid van de kinderen op school als met de problemen die dit qua opvang met zich mee-brengt voor de ouders; - de mogelijkheid dat de kinderen ook op vakantieverblijf komen zeer dicht bij de bij artikel 12, § 1, WIB92 bepaalde vrijstelling voor vakantiehuizen voor kinderen staat.
- De appelrechters die op die gronden oordelen dat de door de verweerster in het betrokken onroerend goed uitgeoefende activiteit overeenstemt met deze van een soortgelijke weldadigheidsinstelling in de zin van artikel 12, § 1, WIB92 en haar om die reden een vrijstelling van onroerende voorheffing toekennen, ver-antwoorden hun beslissing naar recht. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede subonderdeel
- De appelrechters oordelen dat: - de activiteit van de verweerster er een is van fysieke en geestelijke zorg voor de kinderen en in verband staat zowel met de noodzakelijke aanwezigheid van de kinderen op school als met de problemen die dit qua opvang met zich mee-brengt voor de ouders onder meer door hun beroepsactiviteit; - de mogelijkheid dat de kinderen ook op vakantieverblijf komen zeer dicht bij de bij artikel 12, § 1, WIB92 bepaalde vrijstelling voor vakantiehuizen voor kinderen staat.
- Anders dan het subonderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters op die gronden niet dat de verweerster een weldadigheidsinstelling is om reden dat zij soortgelijk is aan een onderwijsinstelling, maar geven zij te kennen dat de buiten-schoolse kinderopvang verband houdt met de omstandigheid dat kinderen omwille van de beroepsactiviteit van de ouders en de schooluren noodgedwongen moeten opgevangen worden in de buitenschoolse kinderopvang. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van de beslissing van de appel-rechters en mist mitsdien feitelijke grondslag. Derde subonderdeel
- Anders dan het subonderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters niet dat de verweerster recht heeft op een vrijstelling van de onroerende voorheffing op grond van de theoretische bestemming van het onroerend goed. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van de beslissing van de appel-rechters en mist mitsdien feitelijke grondslag. Derde en vierde onderdeel
- Anders dan in de beide onderdelen wordt aangevoerd, oordeelt het arrest niet dat de verweerster zorgt voor de huisvesting van kinderen tijdens hun vakan-tie of dat de kinderen tijdens de vakantie in de lokalen van de verweerster gehuis-vest zijn. De onderdelen berusten op een onjuiste lezing van de beslissing van de appelrech-ters en missen mitsdien feitelijke grondslag. Vijfde onderdeel
- De appelrechters oordelen na een onderzoek van de activiteiten van de ver-weerster, dat zij haar onroerend goed aanwendt voor een activiteit van een soort-gelijke weldadigheidsinstelling zoals bedoeld in artikel 12, § 1, WIB
- Zij steunen de vrijstelling van de onroerende voorheffing bijgevolg niet alleen op de administratieve commentaar, waaronder de bij wijze van voorbeeld opgesomde gelijkaardige weldadigheidswerken ook de kinderbewaarplaatsen worden ge-noemd. Het onderdeel dat gericht is tegen overtollige redenen kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 311,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 23 december 2016 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem G. Jocqué A. Smetryns E. Dirix Verzoekschrift Elektronische versie niet beschikbaar PDF document ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161223.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161223.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180511.5 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200319.1N.4 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260319.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div