← België

ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170314.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2017 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2017

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 2 - 5 Het recht op bijstand van een advocaat geldt bij onderzoekshandelingen die een actieve medewerking van de verdachte veronderstellen

(1); de noodzakelijke dialoog tussen de agenten die met een huiszoeking zijn belast en de persoon bij wie de onderzoekshandeling wordt uitgevoerd, vereist geen actieve medewerking.
(1)EHRM 8 december 2009, Savas t. Turkije, EHRM 29 juni 2010, Karadag t. Turkije Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Draagwijdte - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6 - Artikel 6.3 - Artikel 6.3.c - Recht van verdediging - Recht op bijstand van een advocaat - Draagwijdte - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Huiszoeking - Recht op bijstand van een advocaat Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Recht op bijstand van een advocaat - Draagwijdte - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 9 Personen bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd, bevinden zich niet in een situatie die vergelijkbaar is met deze waarin personen zich bevinden die meewerken aan een reconstructie van de feiten vermits de reconstructie van de feiten de actieve medewerking van de verdachte vereist terwijl de huiszoeking kan plaatsvinden buiten de aanwezigheid van de verdachte en leidt tot het verzamelen van bewijs dat bestaat los van de wil van de verdachte, zodat, wanneer voor het Hof de vraag rijst naar de bestaanbaarheid van de artikelen 87 en 89bis van het Wetboek van Strafvordering met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM doordat zij niet vereisen dat bij een huiszoeking verricht in de woning van de verdachte die verdachte zich kan laten vergezellen door zijn raadsman, terwijl dat wel het geval is bij een plaatsbezoek dat georganiseerd wordt met het oog op een reconstructie overeenkomstig artikel 62, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, het Hof de vraag aan het Grondwettelijk Hof niet moet stellen. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: Strafzaken - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie - Recht op bijstand van een advocaat - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Recht op bijstand van een advocaat - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 10 - 13 Personen bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd, bevinden zich niet in een situatie die vergelijkbaar is met deze waarin personen zich bevinden die meewerken aan een reconstructie van de feiten vermits de reconstructie van de feiten de actieve medewerking van de verdachte vereist terwijl de huiszoeking kan plaatsvinden buiten de aanwezigheid van de verdachte en leidt tot het verzamelen van bewijs dat bestaat los van de wil van de verdachte, zodat, wanneer voor het Hof de vraag rijst naar de bestaanbaarheid van de artikelen 87 en 89bis van het Wetboek van Strafvordering met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM doordat zij niet vereisen dat voorafgaand aan een huiszoeking verricht in de woning van de verdachte die verdachte in kennis moet zijn gesteld van zijn rechten (inzonderheid het zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie) of contact moet hebben kunnen nemen met een raadsman, zelfs niet wanneer die verdachte op dat ogenblik van zijn vrijheid is beroofd, terwijl bij een plaatsbezoek dat georganiseerd wordt met het oog op een reconstructie overeenkomstig artikel 62, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering de verdachte, zelfs wanneer hij niet is aangehouden, zich kan laten vergezellen door zijn raadsman en dus ook reeds kennis kan hebben van zijn rechten, het Hof de vraag aan het Grondwettelijk Hof niet moet stellen. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Zwijgrecht - Verbod van gedwongen zelfincriminatie - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting van het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Zwijgrecht - Verbod van gedwongen zelfincriminatie - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: Strafzaken - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting van het Hof van Cassatie - Zwijgrecht - Verbod van gedwongen zelfincriminatie - Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Persoon bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd - Persoon die meewerkt aan de reconstructie van de feiten - Zwijgrecht - Verbod van gedwongen zelfincriminatie - Onderscheid - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudiciële vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 62, tweede lid, 87 en 89bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: Nullum Crimen [NC] - COLETTE, Maarten; Noot 'Het begrip 'verhoor' en het zwijgen' - 2017, nr. 6, p. 554-

  1. Tekst van de beslissing Nr. P.14.1001.N D J M C V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 16 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het recht op een eerlijk proces, waaronder het recht op bijstand van een raadsman en de cautieplicht. Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat de vragen die aan de eiser in het kader van de huiszoeking werden gesteld, geen "verhoor" uitmaken en dat het aldus geen rekening mocht houden met de spontane gezegdes en aanwijzingen van de eiser ter gelegenheid van de huiszoeking en de daaruit voortvloeiende vaststellingen: onderzoekshandelingen, zoals een huiszoeking, die een actieve medewerking vereisen van de verdachte die van zijn vrijheid is be-roofd, kunnen slechts worden gesteld nadat hij in kennis gesteld is van het bestaan van het zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie of nadat hij in de mogelijkheid werd gesteld overleg te hebben met een raadsman, wat hier niet is gebeurd; de politie stelde bij de huiszoeking aan de eiser, die van zijn vrijheid was beroofd, bepaalde vragen die door de eiser werden beantwoord, maar liet na hem in kennis te stellen van zijn zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfin-criminatie of hem minstens in de mogelijkheid te stellen telefonisch contact te nemen met een advocaat teneinde zich van zijn rechten te vergewissen; door het gebrek daaraan heeft de eiser verklaringen afgelegd en medewerking verleend in strijd met de vereiste van een weloverwogen vrije wil. De eiser verzoekt de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwette-lijk Hof: "Schenden de artikelen 87 en 89bis van het Wetboek van Strafvordering, de arti-kelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, doordat zij niet vereisten dat bij een huiszoeking verricht in de woning van de verdachte die verdachte zich kan laten vergezellen door zijn raadsman, terwijl dat wel het geval is bij een plaatsbezoek dat georganiseerd wordt met het oog op een reconstructie overeenkomstig artikel 62, tweede lid van het Wetboek van Straf-vordering?" "Schenden de artikelen 87 en 89bis van het Wetboek van Strafvordering, de arti-kelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, doordat zij niet vereisen dat voorafgaand aan een huiszoeking verricht in de wo-ning van de verdachte die verdachte in kennis moet zijn gesteld van zijn rechten (inzonderheid het zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie) of contact moet hebben kunnen nemen met een raadsman, zelfs niet wanneer die verdachte op dat ogenblik van zijn vrijheid is beroofd, terwijl bij een plaatsbezoek dat georganiseerd wordt met het oog op een reconstructie overeenkomstig artikel 62, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering de verdachte, zelfs wanneer hij niet is aangehouden, zich kan laten vergezellen door zijn raadsman en dus ook reeds kennis kan hebben van zijn rechten?"
  5. Uit de interpretatie die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geeft aan het zwijgrecht en het verbod op gedwongen zelfincriminatie blijkt dat deze rechten niet van toepassing zijn op bewijsmiddelen die kunnen worden verkregen door het gebruik van dwang en die bestaan onafhankelijk van de wil van de verdachte. Verder blijkt uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat het recht op bijstand van een advocaat geldt bij onderzoekshandelingen die een actieve medewerking van de verdachte veronderstellen. De noodzakelijke dialoog tussen de agenten die met een huiszoeking zijn belast en de persoon bij wie de onderzoekshandeling wordt uitgevoerd, vereist geen actieve medewerking.
  6. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat in het kader van een huiszoe-king in de woning van de eiser, op regelmatige wijze bevolen door een onder-zoeksrechter, aan de eiser werd gevraagd een slotvast kistje te openen, waarin twee wapens werden aangetroffen. Vervolgens werd hem gevraagd of er zich in de woning nog andere wapens bevonden. Op deze vraag antwoordde de eiser dat er zich in het huis nog wapens bevonden en verklaarde hij spontaan dat hij ook nog op twee andere locaties wapens bewaarde. Verder stelden de appelrechters vast: "Het is ook niet zo dat, eventueel behoudens de spontane aanwijzing door de [eiser] van het vuurwapen in de woning op de M-weg, de wapens zonder die vraagstelling in de woning aan de V-straat en het be-drijf niet zouden zijn gevonden: zij waren alle zonder bijzonder moeilijke en uit-gebreide opsporingen vindbaar en lagen vaak onveilig in het bereik van eenieder die toegang kon hebben in de plaatsen waar zij werden aangetroffen."
  7. De aan de eiser in het kader van de huiszoeking gestelde vragen hadden al-dus slechts betrekking op het verkrijgen van bewijsmiddelen die onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaan en die, gelet op de uitgevaardigde huiszoe-kingsbevelen, door het gebruik van dwang konden worden verkregen. In derge-lijk geval diende de eiser niet voorafgaand uitdrukkelijk in kennis te worden ge-steld van zijn zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie of in de mogelijkheid te worden gesteld telefonisch contact te nemen met een advocaat. De appelrechters die op grond van die redenen oordelen dat de door de eiser ver-strekte aanwijzingen ter gelegenheid van de uitvoering van de huiszoeking niet te beschouwen zijn als een verhoor en dat de aldus verkregen bewijsmiddelen re-gelmatig zijn, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
  8. De reconstructie van de feiten, georganiseerd overeenkomstig artikel 62, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk, vereist dat de on-derzoeksrechter vergezeld wordt door de procureur des Konings, de griffier van de rechtbank, alsook de verdachte en de burgerlijke partij en hun advocaten. In het kader van een reconstructie van de feiten is de actieve medewerking van de verdachte vereist. De huiszoeking daarentegen kan plaatsvinden buiten de aanwe-zigheid van de verdachte en leidt tot het verzamelen van bewijs dat bestaat los van de wil van de verdachte. Bijgevolg bevinden personen bij wie een huiszoeking wordt uitgevoerd, zich niet in een situatie die vergelijkbaar is met deze waarin personen die meewerken aan een reconstructie van de feiten, zich bevinden. De prejudiciële vragen dienen niet te worden gesteld. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert aan dat het arrest dat het begrip "verhoor" te eng inter-preteert, ten onrechte rekening houdt met de spontane gezegdes en aanwijzingen van de eiser ter gelegenheid van de huiszoeking en de daaruit voortvloeiende vast-stellingen: elke verdachte die van zijn vrijheid wordt beroofd, moet onmiddellijk in kennis worden gesteld van het bestaan van het zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie, zodat zelfs spontaan afgelegde verklaringen die op de vrijheidsberoving volgen van een verdachte die niet van die rechten in kennis is gesteld, onregelmatig worden verkregen.
  10. Het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoer-de onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 14 maart 2017 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen I. Couwenberg A. Lievens A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170314.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241104.3F.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180307.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230315.2F.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.