id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2017 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170623.3 Rolnummer: C.16.0435.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2017-07-03 Raadplegingen: 258 - laatst gezien 2026-06-17 11:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een vordering tot wijziging van een vóór de inwerkingtreding van de wet van 19 maart 2010 vastgestelde onderhoudsbijdrage wordt slechts beschouwd als een nieuwe vordering waarop deze wet van toepassing is, wanneer de vordering tot wijziging van de vastgestelde onderhoudsbijdrage is ingesteld na de inwerkingtreding van voornoemde wet van 19 maart 2010, dus na 31 juli 2010
(1).
(1)Art. 1321 Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door de Wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage voor hun kinderen. Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Vrije woorden: Onderhoudsgeld voor kinderen - Te betalen door ouders - Berekening - Wet 19 maart 2010 - Werking in de tijd - Nieuwe vordering - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen - 19-03-2010 - Artt. 17, eerste, tweede en derde lid, en 18 - 05 ELI link Pub nr 2010009424 Fiches 2 - 3 Een vordering tot wijziging van een vóór de inwerkingtreding van de wet van 19 maart 2010 vastgestelde onderhoudsbijdrage wordt slechts beschouwd als een nieuwe vordering waarop deze wet van toepassing is, wanneer de vordering tot wijziging van de vastgestelde onderhoudsbijdrage is ingesteld na de inwerkingtreding van voornoemde wet van 19 maart 2010, dus na 31 juli 2010.
(1)Art. 1321 Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door de Wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage voor hun kinderen. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Werking in de tijd - Onderhoudsgeld voor kinderen - Te betalen door ouders - Berekening - Wet 19 maart 2010 - Nieuwe vordering - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen - 19-03-2010 - Artt. 17, eerste, tweede en derde lid, en 18 - 05 ELI link Pub nr 2010009424 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Onderhoudsgeld voor kinderen - Te betalen door ouders - Berekening - Wet 19 maart 2010 - Werking in de tijd - Nieuwe vordering - Toepassingsgebied Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen - 19-03-2010 - Artt. 17, eerste, tweede en derde lid, en 18 - 05 ELI link Pub nr 2010009424 Tekst van de beslissing Nr. C.16.0435.N I. D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 11, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen G. D., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, van 9 mei
- Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 1321 Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door de wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, is krachtens artikel 18, eerste lid, van deze wet in werking getreden op 1 augustus
- Overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van voormelde wet van 19 maart 2010 is deze wet van toepassing op elke nieuwe vordering ingeleid na de inwerkingtre-ding ervan overeenkomstig artikel 18, eerste lid. Volgens artikel 17, tweede lid, blijft de oude wet evenwel van toepassing op elke procedure ingeleid vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, en op elke beslissing die op dat moment geen kracht van gewijsde heeft gekregen. Artikel 17, derde lid, van voormelde wet van 19 maart 2010 bepaalt dat in afwij-king van het vorige lid, een vordering tot wijziging van een onderhoudsbijdrage die vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, vastgesteld werd, beschouwd wordt als een nieuwe vordering, wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen.
- Uit het geheel van de bepalingen van artikel 17 van de voormelde wet van 19 maart 2010 volgt dat een vordering tot wijziging van een vóór de inwerking-treding van deze wet vastgestelde onderhoudsbijdrage slechts als een nieuwe vor-dering wordt beschouwd waarop deze wet van toepassing is, wanneer de vorde-ring tot wijziging van de vastgestelde onderhoudsbijdrage is ingesteld na de in-werkingtreding van de wet van 19 maart 2010, dus na 31 juli
- Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het arrest uitspraak doet over een op 22 februari 2010 ingestelde vordering tot wijziging van de onderhoudsbij-dragen die zijn vastgesteld bij arrest van 11 maart
- Het middel dat het arrest verwijt dat het niet voldoet aan de voorwaarden bepaald bij artikel 1321, § 1, 2°, en § 2, 1°, Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 663,46 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 23 juni 2017 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche K. Moens F. Van Volsem G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170623.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div