← België

ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2017 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 152, § 1, eerste en tweede lid, en 209bis, zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Algemeen - Verzoek om conclusietermijnen op de inleidingszitting door een partij die nog geen conclusie heeft neergelegd - Verplichting van de rechter - Uitzondering - Criteria Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 152, § 1, eerste en tweede lid, en 209bis, zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Strafzaken - Verzoek om conclusietermijnen op de inleidingszitting door een partij die nog geen conclusie heeft neergelegd - Verplichting van de rechter - Uitzondering - Criteria Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 152, § 1, eerste en tweede lid, en 209bis, zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Annotaties Publicaties: De Juristenkrant [Juristenkrant] - TERSAGO, Pieter; Noot 'Conclusiekalender in strafzaken: waakzaamheid vereist!' - 2018, nr. 359, p. 6-

  1. Tekst van de beslissing Nr. P.17.0127.N G K, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Katrien Van Der Straeten, advocaat bij de balie te Dendermonde, met kantoor te 9200 Dendermonde, Justitieplein 5 bus 1, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 12 januari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 6 EVRM; - de artikelen 152 en 209bis, zevende lid, Wetboek van Strafvordering.
  3. Artikel 152, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de partijen die wensen te concluderen en nog geen conclusies hebben neergelegd, op de inleidingszitting vragen om conclusietermijnen te bepalen. In dat geval legt de rechter de termijnen vast waarop de conclusies ter griffie moeten worden neergelegd en bepaalt hij de rechtsdag, na de partijen te hebben gehoord. De beslissing wordt vermeld in het proces-verbaal van de rechtszitting. Volgens artikel 209bis, zevende lid, Wetboek van Strafvordering is deze regeling ook van toepassing in hoger beroep.
  4. Uit de tekst van deze bepalingen, de doelstelling van de wetgever een efficiënter beheer van de zittingen te realiseren en de algemene economie van de regeling volgt dat de rechter in de regel dient in te gaan op het op de inleidingszitting geformuleerde verzoek van een partij, die nog geen conclusies heeft neergelegd, om conclusietermijnen te bepalen. Die partij heeft evenwel geen absoluut recht op conclusietermijnen. De rechter kan oordelen dat er omstandigheden zijn eigen aan de zaak die maken dat het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet vereist dat er conclusietermijnen worden bepaald. Hij kan daarbij onder meer rekening houden met het tijdsverloop tussen de betekening van de dagvaarding en de inleidende rechtszitting welke partijen in de gelegenheid moet hebben gesteld hun verdediging voor te bereiden, het weinig complex karakter van de te beoordelen zaak, de verjaring van de strafvordering, de verplichting een overschrijding of een verdere overschrijding van de redelijke termijn te vermijden of de hechtenistoestand van één of meerdere beklaagden. De rechter dient steeds met verwijzing naar de omstandigheden eigen aan de zaak aan te geven waarom het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet vereist dat conclusietermijnen worden toegekend.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het openbaar ministerie op de inleidingszitting heeft gevraagd de eiser vervallen te verklaren van zijn hoger beroep wegens een onnauwkeurig grievenformulier; - de eiser aan de appelrechters heeft gevraagd om daarover te kunnen concluderen; - de appelrechters dit verzoek zonder nadere redengeving hebben afgewezen. Door eisers verzoek om conclusietermijnen zonder meer af te wijzen en door niet met verwijzing naar de omstandigheden eigen aan de zaak aan te geven dat eisers recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet de toekenning van conclusietermijnen noodzakelijk maakt, verantwoordt het arrest die beslissing niet naar recht. Middelen
  6. De middelen die niet kunnen leiden tot een cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 7 november 2017 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen I. Couwenberg S. Berneman A. Lievens P. Hoet F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2023:ARR.20230607.1 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200512.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.17 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.