← België

ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171205.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2017 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171205.4 Rolnummer: P.17.1167.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2017-12-21 Raadplegingen: 616 - laatst gezien 2026-06-18 13:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Bij ontstentenis van specifieke bepalingen inzake uitlevering, zijn de regels die van toepassing zijn op de rechtspleging inzake een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling de gemeenrechtelijke regels, in dit geval de regels van het Wetboek van Strafvordering en niet deze van de Voorlopige Hechteniswet

(1).
(1)Cass. 29 februari 2012, AR P.12.0217.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120229.2, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: Passieve uitlevering - Vreemdeling aangehouden met oog op uitlevering - Verzoek tot voorlopige invrijheidsstelling - Rechtspleging - Toepasselijke rechtsregels Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 15-03-1874 - Artt. 3 en 5, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1874031550 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Ambtshalve voorgedragen middel Vrije woorden: Passieve uitlevering - Vreemdeling aangehouden met oog op uitlevering - Verzoek tot voorlopige invrijheidsstelling - Rechtspleging - Toepasselijke rechtsregels Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.4 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 15-03-1874 - Artt. 3 en 5, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1874031550 Tekst van de beslissing Nr. P.17.1167.N O S, vreemdeling van wie de uitlevering wordt gevraagd, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie te Mechelen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 november
  2. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. RELEVANTE FEITELIJKE GEGEVENS De eiser maakt het voorwerp uit van een verzoek tot uitlevering uitgaande van de Marokkaanse overheid gegrond op een aanhoudingsbevel van 4 mei 2017 van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Nador (Marokko). Bij beschikking van 22 september 2017 verklaarde de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, dit bevel tot aanhouding uit-voerbaar. Het hoger beroep tegen deze beschikking werd bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 november 2017 onontvankelijk verklaard. Het cassatieberoep tegen dit arrest is thans aan-hangig voor het Hof. Bij verzoekschrift van 3 november 2017 verzocht de eiser, die met het oog op zijn uitlevering is aangehouden, zijn voorlopige invrijheidsstelling. Dit verzoek werd bij beschikking van 7 november 2017 door de raadkamer ontvankelijk, maar on-gegrond verklaard. Het hoger beroep tegen die beschikking werd bij arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 17 november 2017 als ongegrond afgewe-zen, met de wijziging evenwel dat de raadkamer geen rechtsmacht had om over het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling uitspraak te doen. Bij verzoekschrift van 17 november 2017, heeft de eiser een nieuw verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling ingediend. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 5.4 EVRM, - artikel 5, vierde lid, Uitleveringswet van 15 maart 1874, - artikel 27, § 4, Voorlopige Hechteniswet;
  3. Artikel 5, vierde lid, Uitleveringswet van 15 maart 1874 (hierna Uitleve-ringswet) bepaalt dat de vreemdeling die met toepassing van artikel 3 Uitleve-ringswet is opgesloten met het oog op uitlevering, zijn voorlopige invrijheidstelling kan verzoeken in de gevallen waar een Belg hetzelfde voorrecht geniet en dit onder dezelfde voorwaarden en dat zijn verzoek aan de raadkamer wordt voorge-legd. Dit rechtsmiddel is ook gegrond op artikel 5.4 EVRM dat waarborgt dat eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht heeft voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de rechtmatigheid van zijn gevangenhouding.
  4. Bij ontstentenis van specifieke bepalingen inzake uitlevering, zijn de regels die van toepassing zijn op de rechtspleging de gemeenrechtelijke regels, in dit ge-val de regels van het Wetboek van Strafvordering en niet deze van de Voorlopige Hechteniswet.
  5. Het arrest oordeelt dat eisers verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling niet ontvanke1ijk is omdat krachtens artikel 27, § 4, Voorlopige Hechteniswet een nieuw verzoekschrift slechts kan worden ingediend na een termijn van een maand na de verwerping ervan, termijn die hier niet werd gerespecteerd aangezien eisers vorig verzoekschrift werd afgewezen bij arrest van de kamer van inbeschuldiging-stelling van 17 november
  6. Aldus maakt het arrest onwettig toepassing van de Voorlopige Hechteniswet en schendt het de vermelde wetsbepalingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwij-zing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldi-gingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 5 december 2017 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky I. Couwenberg E. Francis A. Lievens G. Jocqué P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171205.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201118.2F.17 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250408.2N.25 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120229.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210622.2N.28 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240227.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.