id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 april 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180410.2 Rolnummer: P.17.1135.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2018-04-19 Raadplegingen: 712 - laatst gezien 2026-06-18 18:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het gebruik van niet strikt noodzakelijk geweld door politieambtenaren tegen een persoon die met politieambtenaren wordt geconfronteerd, tast de menselijke waardigheid aan en houdt in de regel een schending in van artikel 3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
(1).
(1)Zie Cass. 13 september 2016, AR P.16.0403.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.7, AC 2016, nr. 485; Cass. 24 maart 2015, AR P.14.2198.N, AC 2015, nr. 217. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Gebruik van niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Gevolg Fiches 2 - 3 Artikel 3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, verplicht de Staat om, indien een persoon op geloofwaardige wijze aanvoert dat hij door politieambtenaren op een wijze werd behandeld die een inbreuk uitmaakt op de verdragsbepaling, een officieel, onafhankelijk en objectief onderzoek te voeren dat effectief moet zijn, in die zin dat het moet kunnen leiden tot de identificatie en de bestraffing van de verantwoordelijken. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Geloofwaardige aanvoering van gebruik van niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Artikel 3 EVRM - Geloofwaardige aanvoering van gebruik van niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Gevolg Fiches 4 - 5 Het staat aan het onderzoeksgerecht om binnen de grenzen van zijn bevoegdheid bij de regeling van de rechtspleging na te gaan of het onderzoek onafhankelijk, objectief en volledig werd gevoerd dan wel of het desgevallend niet moet worden aangevuld, en, om vervolgens te oordelen of het gerechtelijk onderzoek voldoende bezwaren heeft opgeleverd om verdachten te verwijzen naar het vonnisgerecht; aldus wordt voldaan aan de uit artikel 3 EVRM door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens afgeleide procedurele verplichting
(1).
(1)Zie Cass. 13 september 2016, AR P.16.0403.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.7, AC 2016, nr. 485; Cass. 24 maart 2015, AR P.14.2198.N, AC 2015, nr. 217. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Artikel 3 EVRM - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Onderzoeksgerecht - Taak Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Onderzoeksgerecht - Taak Fiches 6 - 11 De aan artikel 3 EVRM door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ontleende procedurele verplichting voor de Staat om een officieel, onafhankelijk en objectief onderzoek te voeren dat effectief moet zijn, in die zin dat het moet kunnen leiden tot de identificatie en de bestraffing van de verantwoordelijken, is een middelen- en geen resultaatsverplichting; slechts die onderzoekshandelingen moeten worden gesteld die gelet op de concrete omstandigheden redelijkerwijze kunnen bijdragen tot het verzamelen en bewaren van de bewijselementen en tot het aan het licht brengen van de waarheid waarover het onderzoeksgerecht onaantastbaar oordeelt
(1).
(1)Zie Cass. 13 september 2016, AR P.16.0403.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.7, AC 2016, nr. 485; Cass. 24 maart 2015, AR P.14.2198.N, AC 2015, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Wijze Niet-gerechtvaardigd politiegeweld bij arrestatie of detentie - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Aard van de verplichting Niet-gerechtvaardigd politiegeweld bij arrestatie of detentie - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Onderzoekshandelingen - Omvang Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Aard Niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Onderzoekshandelingen - Omvang Niet-gerechtvaardigd politiegeweld - Procedurele verplichting voor de Staat om een officieel onderzoek te voeren - Wijze Fiches 12 - 14 Uit artikel 3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat indien een persoon het slachtoffer werd van geweld bij een confrontatie met de politie, er een sterk feitelijk vermoeden bestaat dat de politionele autoriteiten daarvoor verantwoordelijk zijn waaruit evenwel niet volgt dat het onderzoeksgerecht moet aannemen dat dit geweld niet strikt noodzakelijk was; het onderzoeksgerecht oordeelt daar onaantastbaar over. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Artikel 3 EVRM - Geweld bij politieconfrontatie - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Geweld bij politieconfrontatie - Sterk feitelijk vermoeden van verantwoordelijkheid van de politionele autoriteiten daarvoor - Draagwijdte Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Artikel 3 EVRM - Geweld bij politieconfrontatie - Sterk feitelijk vermoeden van verantwoordelijkheid van de politionele autoriteiten daarvoor - Draagwijdte Fiche 15 Indien het onderzoeksgerecht oordeelt dat het door de politie aangewende geweld strikt noodzakelijk was en de door de klagers aan de politionele overheden verweten feiten bijgevolg geen misdrijf opleveren, bestaat er voor het onderzoeksgerecht geen verplichting om de betrokken politieambtenaren te laten identificeren en verhoren. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Artikel 3 EVRM - Strikt noodzakelijk politiegeweld - Beoordeling door het onderzoeksgerecht - Geen misdrijf - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.17.1135.N
- N E K, burgerlijke partij,
- F B, burgerlijke partij,
- C B, burgerlijke partij,
- H O, burgerlijke partij,
- C B, burgerlijke partij,
- A B, burgerlijke partij,
- A B, burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 oktober
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 13 EVRM: het arrest doet onjuiste feitelijke vaststellingen of het maakt gevolgtrekkingen die op geen enkel objectief gegeven zijn gesteund; het arrest verwerpt ten onrechte het verzoek van de eisers om bijkomend onderzoek en met name de vraag tot het bijvoegen van een plattegrond van de percelen nummer 31 en 33 met aanduiding van de lokalisatie en de bewegingen van de CGSU-leden, de identificatie en het gedetail-leerd verhoor van die leden die hebben deelgenomen aan de actie en het ondervra-gen van de magistraten van het openbaar ministerie over de met betrekking tot de huiszoeking gegeven opdrachten; dat bijkomend onderzoek had klaarheid kunnen brengen over de twee door de eisers betwiste redenen die het arrest aanneemt voor de inval in het huis met nummer 31, namelijk de onwetendheid bij de politiedien-sten of de gezochte persoon zich in nummer 33 dan wel in nummer 31 bevond en de weerspannigheid in het huisnummer 31 door het trachten de voordeur dicht te duwen; het arrest oordeelt ten onrechte dat er geen sprake is van een disproportio-neel geweld ten aanzien van de eisers; na de zeer snelle seponering op 14 mei 2013 door het parket van de klacht door de eisers van 25 januari 2013 werd het gerechtelijk onderzoek, als gevolg van hun klacht met burgerlijkepartijstelling van 14 april 2015 slechts uiterst summier, ondeugdelijk, onvolledig en oppervlakkig gevoerd; het onderzoek bleef beperkt tot het voegen van de verhoren van de eisers zelf, een verhoor van enkele politieambtenaren die vreemd waren aan de eigenlijke inval door de CGSU-leden en een poging tot reconstructie van de inval aan de hand van de beschikbare beelden van de camera's die alleen op de voorzijde van de panden met nummers 31 en 33 waren gericht; de onderzoeksrechter wees het verzoek van de eisers tot aanvullend onderzoek af, het hoger beroep tegen die be-slissing werd onontvankelijk verklaard en zowel de raadkamer met de beroepen beschikking als het arrest weigeren het gevraagde bijkomend onderzoek te beve-len; uit de feitelijke gegevens zoals die in het middel worden vermeld en de recht-spraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat er een ver-moeden van causaal verband is tussen de door de eisers geleden schade en de toe-rekenbaarheid ervan aan de CGSU-leden, zodat moet worden aangenomen dat ar-tikel 3 EVRM onder zijn materieel luik is geschonden; het is ontoelaatbaar dat de CGSU-leden niet werden geïdentificeerd en verhoord; het onderzoek is evenmin gevoerd door een onafhankelijke derde in de mate dat het in eerste instantie werd gevoerd door de federale gerechtelijke politie van Mechelen en door het parket te Mechelen; het onderzoek kan niet worden gezien als een tijdige en serieuze po-ging, maar eerder als het zoeken naar een uitvlucht om het onderzoek te staken zodat ook niet is voldaan aan de vereisten van artikel 3 EVRM onder zijn proce-dureel luik en van artikel 13 EVRM.
- Artikel 3 EVRM bepaalt: "Niemand mag worden onderworpen aan foltering noch aan onmenselijke of vernederende behandeling of straffen." Artikel 13 EVRM bepaalt: "Eenieder wiens rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn vermeld, zijn geschonden, heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie."
- Het gebruik van niet strikt noodzakelijk geweld door politieambtenaren te-gen een persoon die met politieambtenaren wordt geconfronteerd, tast de mense-lijke waardigheid aan en houdt in de regel een schending in van artikel 3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
- Diezelfde verdragsbepaling, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, verplicht de Staat om, indien een persoon op geloofwaardi-ge wijze aanvoert dat hij door politieambtenaren op een wijze werd behandeld die een inbreuk uitmaakt op de verdragsbepaling, een officieel, onafhankelijk en ob-jectief onderzoek te voeren dat effectief moet zijn, in die zin dat het moet kunnen leiden tot de identificatie en de bestraffing van de verantwoordelijken.
- Het staat aan het onderzoeksgerecht om binnen de grenzen van zijn be-voegdheid bij de regeling van de rechtspleging na te gaan of het onderzoek onaf-hankelijk, objectief en volledig werd gevoerd dan wel of het desgevallend niet moet worden aangevuld, en, om vervolgens te oordelen of het gerechtelijk onder-zoek voldoende bezwaren heeft opgeleverd om verdachten te verwijzen naar het vonnisgerecht. Aldus wordt voldaan aan de uit artikel 3 EVRM door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens afgeleide procedurele verplichting.
- De aan artikel 3 EVRM door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ontleende procedurele verplichting voor de Staat om een officieel, onafhan-kelijk en objectief onderzoek te voeren dat effectief moet zijn, in die zin dat het moet kunnen leiden tot de identificatie en de bestraffing van de verantwoordelij-ken, is een middelen- en geen resultaatsverplichting. Slechts die onderzoekshan-delingen moeten worden gesteld die gelet op de concrete omstandigheden redelij-kerwijze kunnen bijdragen tot het verzamelen en bewaren van de bewijselementen en tot het aan het licht brengen van de waarheid. Daarover oordeelt het onder-zoeksgerecht onaantastbaar.
- Uit artikel 3 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat indien een persoon het slachtoffer werd van geweld bij een confrontatie met de politie, er een sterk feitelijk vermoeden bestaat dat de politionele autoriteiten daarvoor verantwoordelijk zijn. Daaruit volgt evenwel niet dat het onderzoeksgerecht moet aannemen dat dit geweld niet strikt noodzakelijk was. Het onderzoeksgerecht oordeelt daar onaantastbaar over.
- Indien het onderzoeksgerecht oordeelt dat het door de politie aangewende geweld strikt noodzakelijk was en de door de klagers aan de politionele overheden verweten feiten bijgevolg geen misdrijf opleveren, bestaat er voor het onder-zoeksgerecht geen verplichting om de betrokken politieambtenaren te laten identi-ficeren en verhoren.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Artikel 418 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat enkel tegen gerechtelij-ke beslissingen in laatste aanleg cassatieberoep kan worden ingesteld. In zoverre het middel opkomt tegen andere beslissingen dan de in het arrest ver-vatte beslissingen en met name tegen de houding van het openbaar ministerie, de houding van de onderzoeksrechter, de beschikking van de raadkamer en een eer-der arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, is het bijgevolg niet ontvan-kelijk.
- Volgens artikel 147, tweede lid, Grondwet treedt het Hof niet in de beoordeling van de zaken zelf. Daaruit volgt dat in zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, opkomt tegen de beoordeling van de feiten door het arrest en in wezen het Hof verzoekt zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van de appelrechters betreffende de feiten zoals die volgens de eisers uit het onderzoek zouden blijken of volgens hen zouden zijn gebeurd, het niet ontvankelijk is. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 77,41 euro, waarvan 42,41 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 10 april 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky I. Couwenberg S. Berneman E. Francis A. Lievens F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180410.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220406.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220301.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221129.2N.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.11 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.14 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260414.2N.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div