← België

PROCUREUR-GENERAAL TE ANTWERPEN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 oktober 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181023.5 Rolnummer: P.18.0536.N Zaak: PROCUREUR-GENERAAL TE ANTWERPEN contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2018-11-07 Raadplegingen: 254 - laatst gezien 2026-06-17 17:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het principieel verbod dieren te fokken door het kruisen van verschillende rassen, geeft uitvoering aan artikel 10 Dierenwelzijnswet dat aan de Koning de mogelijkheid verleent om aan de kwekers bij het verhandelen van dieren voorwaarden op te leggen met het doel deze te beschermen en hun welzijn te verzekeren onder meer door preventie van ziekten welke onder meer kunnen worden veroorzaakt door toegepaste fokmethodes. Thesaurus CAS: DIEREN Vrije woorden: Verbod dieren te fokken door het kruisen van rassen - Wettelijke grondslag Wettelijke bepalingen: Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 10 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 19, § 3 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0536.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, eiser, tegen

  1. E P A V, beklaagde,
  2. V-D bvba, beklaagde, verweerders, met als raadsman mr. Tom Bauwens, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 april
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van de artikelen 108 en 159 Grondwet: het arrest oordeelt dat artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandelingen van dieren (hierna KB Verhandeling Dieren) uitvoering geeft aan artikel 5, § 2, Dierenwelzijnswet, dat deze wetsbepaling geen rechtsgrond biedt voor het uitvoeringsbesluit dat het bijgevolg niet toepast en de verweerders vrijspreekt; het arrest besluit ten onrechte tot onwettigheid van artikel 19, § 3, KB Verhandeling Dieren, daar dit niet alleen uitvoering geeft aan artikel 5, § 2, Dierenwelzijnswet, maar ook aan artikel 10 van die wet. Gronden van niet-ontvankelijkheid van het middel
  5. De verweerder voert aan dat het middel niet ontvankelijk is daar het arrest de onwettigheid van artikel 19, § 3, KB Verhandeling Dieren niet alleen afleidt uit de overschrijding van de grenzen van artikel 5, § 2, Dierenwelzijnswet, maar ook uit de algemene economie van deze wet.
  6. De verweerder voert ook aan dat het middel opkomt tegen de beoordeling van feiten door het arrest en dat de onwettigheid van artikel 19, § 3, KB Verhandeling Dieren een overtollig motief is.
  7. Het onderzoek van de aangevoerde gronden van niet-ontvankelijkheid vereist in wezen een onderzoek naar de gegrondheid van het middel. De gronden van niet-ontvankelijkheid worden verworpen. Gegrondheid van het middel
  8. Artikel 19, § 3, KB Verhandeling Dieren bepaalt: “Het fokken door het kruisen van verschillende rassen is verboden behoudens uitzonderingen die schriftelijk toegestaan werden door de Minister op advies van de Raad voor Dierenwelzijn of van de maatschappijen ter verbetering van de honden- en kattenrassen.” Artikel 10 Dierenwelzijnswet, dat in de aanhef van het KB Verhandeling Dieren wordt vermeld als één van de rechtsgronden van dit uitvoeringsbesluit, bepaalt in de hier toepasselijke versie: “De Koning kan voorwaarden opleggen aan de verhandeling van dieren met het doel hen te beschermen en hun welzijn te verzekeren. Deze voorwaarden mogen slechts betrekking hebben op de leeftijd van de te koop aangeboden dieren, de identificatie, de informatie aan de koper, de waarborgen aan de koper en de getuigschriften in verband hiermede, de preventieve behandeling tegen ziekten, de verpakking, de aanbieding en de tentoonstelling voor de verhandeling.”
  9. Uit de samenhang tussen deze bepalingen en hun ontstaansgeschiedenis volgt dat het principieel verbod dieren te fokken door het kruisen van verschillende rassen, uitvoering geeft aan artikel 10 Dierenwelzijnswet dat aan de Koning de mogelijkheid verleent om aan de kwekers bij het verhandelen van dieren voorwaarden op te leggen met het doel deze te beschermen en hun welzijn te verzekeren onder meer door preventie van ziekten welke onder meer kunnen worden veroorzaakt door toegepaste fokmethodes.
  10. Het arrest dat de verweerders 1 en 2 van rechtsvervolging ontslaat voor de telastleggingen A.I en A.II omdat voor artikel 19, § 3, KB Verhandeling Dieren geen wettelijke grondslag te vinden is in artikel 5 Dierenwelzijnswet, zonder artikel 10 Dierenwelzijnswet bij de wettigheidstoets te betrekken, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  11. De hierna uit te spreken cassatie van de beslissing over de telastleggingen A.I en A.II, brengt de vernietiging met zich mee van de beslissing over de telastlegging B die gesteund is op dezelfde onwettigheid. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 23 oktober 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181023.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.