id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.1 Rolnummer: C.17.0280.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2018-11-29 Raadplegingen: 732 - laatst gezien 2026-06-29 07:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het cassatieberoep van de tot vrijwaring opgeroepen partij tegen de beslissing op de hoofdvordering is ontvankelijk ten aanzien van de oorspronkelijke eiser indien er voor de bodemrechter een geschil tussen die twee partijen bestond, waartoe het volstaat dat die partijen tegen elkaar geconcludeerd hebben. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Algemeen Vrije woorden: Tot vrijwaring opgeroepen partij - Cassatieberoep tegen de eiser - Ontvankelijkheid - Voorwaarde Fiche 2 Indien de verweerder op vrijwaring de cassatie verkrijgt van de beslissing met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot vrijwaring, leidt dit tot de vernietiging van de beslissing op de hoofdvordering ingeval de middelen gericht zijn tegen de motieven die aan de beslissing betreffende de hoofdvordering ten grondslag liggen, ingevolge de noodzakelijke band van afhankelijkheid tussen de beslissing over de vrijwaring en de beslissing op de hoofdvordering
(1).
(1)Cass. 14 mei 2004, AR C.03.0434.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040514.2, AC 2004, nr. 262. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Beslissing met betrekking tot de vordering tot vrijwaring - Cassatie - Gevolg voor de beslissing betreffende de hoofdvordering - Voorwaarde Fiche 3 Een partij die door een verweerder in tussenkomst en vrijwaring is opgeroepen kan een beroep doen op de middelen die de verweerder op de hoofdvordering in conclusie heeft aangevoerd, wanneer de berechting van de door die conclusie opgeworpen betwisting ook belang heeft voor de jegens haar genomen beslissing
(1).
(1)Cass. 22 februari 1982, Arr. Cass. 1982, nr. 370. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Tot vrijwaring opgeroepen partij - Beroep op middel van de verweerder op hoofdvordering - Voorwaarde Fiches 4 - 5 Een verkeersongeval in de zin van artikel 601bis Gerechtelijk wetboek is elk ongeval in het wegverkeer waarbij middelen van vervoer, voetgangers of de in het Wegverkeersreglement bedoelde dieren betrokken zijn en dat verband houdt met de risico's van het wegverkeer
(1).
(1)Zie Cass. 20 januari 2014, AR C.11.0778.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140120.1, AC 2014, nr. 42, Cass. 6 februari 2009, AR C.07.0341.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090206.7, AC 2009, nr. 101; Cass. 27 augustus 2002, AR C.02.0386.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020827.3, AC 2002, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Vordering tot vergoeding van schade - Bevoegdheid van de politierechtbank - Verkeersongeval - Begrip - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 601bis Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Vrije woorden: Vordering tot vergoeding van schade - Bevoegdheid van de politierechtbank - Verkeersongeval - Begrip - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 601bis Tekst van de beslissing Nr. C.17.0280.N BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen (Berchem), Posthofbrug 16, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- EMMERECHTS EN ZONEN bvba, met zetel te 1851 Grimbergen, Dorps-straat 45, verweerster,
- VAN HOOF W. bvba, met zetel te 2540 Hove, Lijsterbessenweg 4, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,
- VIABUILD nv, met zetel te 2800 Mechelen, Schaliënhoevedreef 20F, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlands-talige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 14 november
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen de tweede verweerster
- De tweede verweerster voert drie middelen van niet-ontvankelijkheid aan van het cassatieberoep, in zoverre het tegen haar is gericht: - de tweede verweerster stelde geen vordering in tegen de eerste verweerster en evenmin tegen de eiseres; - het cassatieberoep kan, indien gegrond, niet tot voordeel strekken van de derde verweerster en kan dus niet leiden tot de vernietiging van de beslissing waarbij zij wordt veroordeeld tot betaling van 79.479 euro, meer interesten en kosten, aan de tweede verweerster aangezien, wanneer de beslissing waarbij de ver-weerder op de hoofdvordering, eiser in vrijwaring, wordt veroordeeld om de oorspronkelijke eiser te vergoeden, bij gebrek aan cassatieberoep vanwege de verweerder op de hoofdvordering, definitief is geworden tussen de eiser op de hoofdvordering en de verweerder op de hoofdvordering, het cassatieberoep van de verweerder in vrijwaring tegen die beslissing, bij gebrek aan onsplitsbaarheid tussen de hoofdvordering en de vordering tot vrijwaring, niet ontvankelijk is ten aanzien van de oorspronkelijke eiser; - de eiseres kan geen ontvankelijk cassatieberoep instellen tegen de beslissing omtrent de bevoegdheid van de politierechtbank om kennis te nemen van de door de tweede verweerster tegen de derde verweerster ingestelde hoofdvordering, aangezien er geen vordering werd ingesteld tussen de tweede verweerster en de eiseres en de eiseres niet heeft geconcludeerd omtrent deze bevoegdheid.
- Het cassatieberoep van de tot vrijwaring opgeroepen partij tegen de beslis-sing op de hoofdvordering is ontvankelijk ten aanzien van de oorspronkelijke eiser indien er voor de bodemrechter een geschil tussen die twee partijen bestond. Hiertoe volstaat het dat die partijen tegen elkaar geconcludeerd hebben.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres en de tweede verweerster tegen elkaar geconcludeerd hebben. Het eerste middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen.
- Indien de verweerder op vrijwaring de cassatie verkrijgt van de beslissing met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot vrijwaring, leidt dit tot de vernietiging van de beslissing op de hoofdvordering ingeval de middelen ge-richt zijn tegen de motieven die aan de beslissing betreffende de hoofdvordering ten grondslag liggen, ingevolge de noodzakelijke band van afhankelijkheid tussen de beslissing over de vrijwaring en de beslissing op de hoofdvordering. Ook het tweede middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep moet worden verworpen.
- Een partij die door een verweerder in tussenkomst en vrijwaring is opgeroe-pen, kan een beroep doen op de middelen die de verweerder op de hoofdvordering in conclusie heeft aangevoerd, wanneer de berechting van de door die conclusie opgeworpen betwisting ook belang heeft voor de jegens haar genomen beslissing.
- De eerste verweerster die de eiseres in vrijwaring heeft opgeroepen, conclu-deerde tot de onbevoegdheid van de politierechtbank. De betwisting over de bevoegdheid van de politierechtbank om van de verschil-lende vorderingen kennis te nemen, heeft belang voor de jegens de eiseres geno-men beslissing. Zij kan zich bijgevolg beroepen op dit middel. Ook het derde middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid Eerste middel
- Krachtens artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek neemt de politierechtbank kennis, ongeacht van het bedrag, van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek. Een verkeersongeval in de zin van deze wetsbepaling is elk ongeval in het weg-verkeer waarbij middelen van vervoer, voetgangers of de in het Wegverkeersre-glement bedoelde dieren betrokken zijn en dat verband houdt met de risico's van het wegverkeer.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de tweede verweerster vergoeding vraagt voor de schade die ontstaan is naar aanleiding van het schadegeval dat zich voordeed op de openbare weg; - de driewielwals tijdens het vervoer over de draaiende oprit naar de Brusselse ring van de oplegger-dieplader viel; - het begrip "verkeersongeval" zoals bedoeld in artikel 601bis Gerechtelijk Wet-boek verwijst naar elk ongeval dat zich voordoet in of naar aanleiding van het verkeer. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres veroordeelt om de eerste verweerster te vrijwaren ten belope van 79.479 euro, meer interesten, en oordeelt over de kosten tussen deze partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 2 november 2018 uitgesproken door sectievoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020827.3 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040514.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090206.7 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140120.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div