← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.2 Rolnummer: C.17.0309.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-11-29 Raadplegingen: 313 - laatst gezien 2026-06-28 04:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.2 Fiche Uit het beginsel van de relativiteit van de overeenkomsten volgt dat de rechter, bij de begroting van de schadevergoeding die een onderaannemer wegens niet-uitvoering van zijn verbintenis jegens de hoofdaannemer verschuldigd is, niet gebonden is aan de begroting van de schadevergoeding wegens wanprestatie die in de aannemingsovereenkomst tussen de hoofdaannemer en de opdrachtgever bedongen is; de aan de schuldeiser toekomende schadevergoeding moet alleen omvatten wat het gevolg is van de tekortkoming begaan door de schuldenaar

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Vrije woorden: Onderaannemer - Niet-uitvoeren van verbintenis - Begroting schadevergoeding jegens de hoofdaannemer - Bedongen schadevergoeding in de overeenkomst tussen hoofdaannemer en opdrachtgever - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1165 Tekst van de beslissing Nr. C.17.0309.N HOLCIM (BELGIË) nv, met zetel te 1400 Nijvel, avenue Robert Schuman 71, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. STRATICA nv, met zetel te 3970 Leopoldsburg, Antwerpsesteenweg 187, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest,
  2. STAD SINT-TRUIDEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoren te 3800 Sint-Truiden, Kazernestraat 13, tot bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 16 november
  3. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 24 september 2018 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. De aan de schuldeiser toekomende schadevergoeding moet alleen omvatten wat het gevolg is van de tekortkoming begaan door de schuldenaar. Uit het beginsel van de relativiteit van de overeenkomsten uitgedrukt in artikel 1165 Burgerlijk Wetboek volgt dat de rechter, bij de begroting van de schadever-goeding die een onderaannemer wegens niet-uitvoering van zijn verbintenis jegens de hoofdaannemer verschuldigd is, niet gebonden is aan de begroting van de schadevergoeding wegens wanprestatie die in de aannemingsovereenkomst tussen de hoofdaannemer en de opdrachtgever bedongen is.
  5. De appelrechter die niet uitsluit dat de schadevergoeding bij toepassing van de "rafactieformule" meer zou kunnen bedragen dan de kostprijs voor een her-nieuwde levering, noch dat "de berekende rafactie volgens de toegepaste formule helemaal niet overeenstemt met de werkelijke minderwaarde van het beton en nog minder met het mogelijke kwaliteitsverlies wegens verminderde druksterkte", maar ten aanzien van de eiseres als onderaannemer de schadevergoeding berekend aan de hand van bedoelde "rafactieformule" laat primeren op de werkelijke min-derwaarde omdat de verweerster als hoofdaannemer opteerde voor een schadever-goeding berekend aan de hand van de tussen haar en het bestuur bedongen "rafactieformule", verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  6. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zover het oordeelt over de vordering tot vrijwa-ring van de verweerster tegen de eiseres en het ten aanzien van deze partijen oordeelt over de kosten. Verklaart dit arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 2 november 2018 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181102.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181102.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.