← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.1 Rolnummer: S.17.0014.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 489 - laatst gezien 2026-06-29 07:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche De in artikel 3, 5°, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet vermelde vervoerders van goederen en de in artikel 3, 5°ter, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet vermelde taxibestuurders worden, behoudens in de in laatstvermeld artikel vermelde uitzonderingsgevallen, vermoed personen te zijn die een arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst

(1).
(1)Zie Cass. 9 december 2002, AR S.01.0096.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021209.8, AC 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Toepassingsgebied - Vervoerders van goederen - Taxibestuurders - Begrip - Exploitant Tekst van de beslissing Nr. S.17.0014.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ANTWERP DRIVE SERVICE bvba, met zetel te 2140 Antwerpen (Borger-hout), Eugeen Joorsstraat 41, bus 6, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 22 mei 2015 en 24 juni
  2. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Krachtens artikel 2, § 1, 1°, RSZ-wet kan de Koning, bij in Ministerraad overgelegd besluit, en na advies van de Nationale Adviesraad te hebben ingewon-nen, onder de voorwaarden die hij bepaalt, de toepassing van deze wet uitbreiden tot de personen die, zonder door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, te-gen loon arbeidsprestaties onder het gezag van een ander persoon verrichten of die een arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden, als die van een arbeidsover-eenkomst. Krachtens artikel 3, 5°, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet wordt de toepassing van de wet verruimd tot de personen die vervoer van goederen verrichten dat hun door een onderneming opgedragen wordt, door middel van voertuigen waarvan zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop gefinancierd of de financiering gewaarborgd wordt door de ondernemer, alsmede tot die ondernemer. Krachtens artikel 3, 5° ter, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet wordt de toepassing van de wet verruimd tot de taxibestuurders en de ondernemers die hen tewerkstellen, behalve indien het gaat om: 1° taxibestuurders die houder zijn van een door de bevoegde overheid afgeleverde exploitatievergunning voor een taxidienst en die eigenaar zijn van het voertuig of de voertuigen waarmee ze handel drijven, of die er over beschikken ingevolge een afbetalingsovereenkomst die niet gefinancierd is of waarvan de financiering niet gewaarborgd is door de ondernemer; 2° taxibestuurders die mandatarissen zijn van de vennootschap, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, die met het voertuig handel drijft en die over de exploitatievergunning beschikt.
  4. De in artikel 3, 5°, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet vermelde vervoerders van goederen en de in artikel 3, 5° ter, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet vermelde taxibe-stuurders worden, behoudens in de in laatstvermeld artikel vermelde uitzonde-ringsgevallen, vermoed personen te zijn die een arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst.
  5. De appelrechters die in het tussenarrest van 22 mei 2015 oordelen dat de verruiming van de toepassing van de RSZ-wet tot de in de artikelen 3, 5°, en 3, 5° ter, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet aangewezen personen slechts toepasselijk is wanneer de rechter aan de hand van de concrete arbeidsvoorwaarden vaststelt dat er sprake is van arbeid die in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeids-overeenkomst is geleverd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  6. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie van het tussenar-rest van 22 mei
  7. Omvang van cassatie
  8. De gedeeltelijke cassatie van het tussenarrest van 22 mei 2015 strekt zich uit tot het eindarrest van 24 juni 2016 dat er het gevolg van is. Dictum Het Hof, Vernietigt het tussenarrest van 22 mei 2015, behalve in zoverre dit het hoger be-roep ontvankelijk verklaart, en het eindarrest van 24 juni
  9. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde tussenarrest van 22 mei 2015 en het vernietigde eindarrest van 24 juni
  10. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 5 november 2018 uitgesproken door sec-tievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. M. Van Beneden A. Lievens G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021209.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.