← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.2 Rolnummer: S.17.0021.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 252 - laatst gezien 2026-06-28 04:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 40, eerste lid, 40bis, 43octies, 43decies, §1, eerste lid, en §2, tweede lid, RSZ-wet volgt dat, onverminderd de mogelijkheden geboden aan de rechter krachtens artikel 1244, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, het uitstel dat de Rijksdienst aan de werkgevers die tijdelijke moeilijkheden ondervinden kan toestaan vooraleer tot de invordering over te gaan van de hem verschuldigde bedragen door dagvaarding voor het gerecht of middels een dwangbevel, het opstellen van een afbetalingsplan veronderstelt dat voorziet in maandelijkse afbetalingen en in een eerste onmiddellijke betaling binnen tien dagen na de vermoedelijke datum van ontvangst van dit plan. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Bijdragen - Inning en invordering - Uitstel - Afbetalingsplan - Modaliteiten Tekst van de beslissing Nr. S.17.0021.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VINDEX bvba, met zetel te 2200 Herentals, Lierseweg 266, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, af-deling Antwerpen, van 21 oktober

  1. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 40, eerste lid, RSZ-wet, zoals te dezen van toepassing, kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, onverminderd zijn recht om voor de rech-ter te dagvaarden, de bedragen die hem verschuldigd zijn eveneens bij dwangbe-vel invorderen. Krachtens artikel 40bis RSZ-wet kan de Rijksdienst aan zijn schuldenaars op minnelijke wijze afbetalingstermijnen toestaan, volgens de voorwaarden en moda-liteiten vastgelegd door de Koning na het advies van het beheerscomité, vooraleer tot de dagvaarding voor de rechter over te gaan of door middel van een dwangbe-vel te werk te gaan. Krachtens artikel 43octies Uitvoeringsbesluit RSZ-wet, zoals te dezen van toepas-sing, kan de Rijksdienst minnelijke betalings- en uitsteltermijnen verlenen aan werkgevers die tijdelijke moeilijkheden ondervinden en die de in dit artikel ver-melde voorwaarden vervullen. Krachtens artikel 43decies, § 1, eerste lid, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet, zoals te dezen van toepassing, geldt het afbetalingsplan toegestaan aan de werkgever die de voorwaarden van artikel 43octies vervult, en de eventuele subplannen die het omvat, voor een maximumperiode van achttien maanden, waarbij het aantal toe-gestane maandelijkse afbetalingen nooit twaalf maandelijkse afbetalingen per ver-vallen kwartaal of schuld mag overschrijden. Krachtens artikel 43decies, § 2, tweede lid, Uitvoeringsbesluit RSZ-wet voorziet het plan of subplan in een eerste onmiddellijke betaling binnen tien dagen na de vermoedelijke datum van ontvangst van het afbetalingsplan. (...) Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 5 november 2018 uitgesproken door sec-tievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. M. Van Beneden A. Lievens G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.