id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.4 Rolnummer: S.18.004.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2018-12-17 Raadplegingen: 402 - laatst gezien 2026-06-29 15:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 1, eerste lid, en 57, §2, 1° OCMW-wet volgt dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn de bedoelde dringende medische hulp dient te verstrekken aan de vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, indien blijkt dat deze zonder die tussenkomst geen leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid; de enkele omstandigheid dat een derde zich borg heeft gesteld voor de bedoelde vreemdeling voor de kosten van een zorgenverstrekker of verzorgingsinstelling, belet niet dat die schuld in hoofde van die vreemdeling als hoofdschuldenaar blijft bestaan en stelt het openbaar centrum niet vrij van zijn verplichting tussen te komen voor de betaling van de bedoelde dringende medische hulp. Thesaurus CAS: MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (OPENBARE CENTRA VOOR) Vrije woorden: Vreemdelingen - Illegaal verblijf - Dringende medische hulp - Hospitalisatiekosten - Tenlasteneming - Borgstelling - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. S.18.0004.N K.H., eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 29 december 2017 (nr. G.17.0192.N) vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen, Lange Gasthuisstraat 33, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, af-deling Antwerpen, van 4 oktober
- Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1, eerste lid, OCMW-wet heeft elke persoon recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Krachtens artikel 57, § 2, 1°, OCMW-wet is, in afwijking van de andere bepa-lingen van deze wet, de taak van het OCMW beperkt tot het verlenen van drin-gende medische hulp, wanneer het gaat om een vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft.
- Uit deze wetsbepalingen volgt dat het openbaar centrum voor maatschappe-lijk welzijn de bedoelde dringende medische hulp dient te verstrekken aan de vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, indien blijkt dat deze zonder die tus-senkomst geen leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.
- De enkele omstandigheid dat een derde zich borg heeft gesteld voor de be-doelde vreemdeling voor de kosten van een zorgenverstrekker of verzorgingsin-stelling, belet niet dat die schuld in hoofde van die vreemdeling als hoofdschul-denaar blijft bestaan en stelt het openbaar centrum niet vrij van zijn verplichting tussen te komen voor de betaling van de bedoelde dringende medische hulp.
- Het arrest dat oordeelt dat door de ondertekening van de borgstelling de zoon van de eiseres de verplichting op zich heeft genomen om de medische kosten van de opname van zijn moeder in het ziekenhuis in de betwiste periode te betalen en dat hierdoor de verweerder geen steun dient te verlenen omdat "het verlenen van dringende medische hulp, wat een vorm is van maatschappelijke dienstverle-ning, residuair is en het OCMW derhalve enkel moet tussenkomen indien niemand anders deze kosten betaalt", is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Kosten
- Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 309,40 euro in debet en de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 5 november 2018 uitgesproken door sec-tievoorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. M. Van Beneden A. Lievens G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181105.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div