id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181106.4 Rolnummer: P.18.0339.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2018-11-29 Raadplegingen: 529 - laatst gezien 2026-06-28 04:53 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181106.4 Fiche 1 Artikel 209 Sociaal Strafwetboek bestraft het belemmeren van het toezicht dat krachtens het Sociaal Strafwetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan is ingesteld; strafbaar in de zin van die bepaling is het wetens en willens belemmeren van het door de wet georganiseerde of geregelde toezicht door in de wet aangeduide strafrechtelijk aansprakelijke personen ten aanzien van de in de wet en de uitvoeringsbesluiten aangewezen ambtenaren
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEID - ALLERLEI Vrije woorden: Misdrijf van belemmering van toezicht - Niet doorzenden aan de bevoegde ambtenaren van opgevraagde documenten - Begrip - Draagwijdte - Gevolg Fiche 2 Uit de bepaling van artikel 28, §§ 1 tot 3, Sociaal Strafwetboek en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat het louter weigeren om sociale documenten te bezorgen aan de sociaal inspecteurs, zonder zich te verzetten tegen het opsporen van die documenten geen belemmering van toezicht vormt als bedoeld door artikel 209 Sociaal Strafwetboek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN Vrije woorden: Niet doorzenden aan de bevoegde ambtenaren van opgevraagde documenten - Artikel 28, §§ 1 tot 3, Sociaal Strafwetboek - Draagwijdte - Misdrijf van belemmering van toezicht - Gevolg Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2019, nr. 314, p. 185-
- - DE BACKER, Daan; Noot'Belemmering van toezicht: kortwiekte het Hof van Cassatie de vleugels van de sociaal inspecteurs?' Tekst van de beslissing Nr. P.18.0339.N B B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Len Augustyns, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 1 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft op 26 oktober 2018 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd. Op de rechtszitting van 6 november 2018 heeft raadsheer Antoine Lievens verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser deels vrij van de telastlegging. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel in zijn geheel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 15.1 IVBPR, artikel 7.1 EVRM, artikel 14 Grondwet en artikel 2 Strafwetboek, alsmede miskenning van de regels over de retroactieve toepassing van de mildere strafwet: het arrest veroordeelt de eiser voor een telastlegging die op het ogenblik van de feiten niet strafbaar was, namelijk het aan de door de Koning aangewezen ambtenaren niet zenden van de opgevraagde documenten voor gedetacheerde werknemers; dit is pas met artikel 188/2 Sociaal Strafwetboek sinds de invoering van die wetsbepaling met artikel 40 wet van 11 december 2016 strafbaar gesteld; de feiten zoals strafbaar gesteld met artikel 188/2 Sociaal Strafwetboek kunnen niet worden gekwalificeerd als een belemmering van toezicht zoals bedoeld met artikel 209 Sociaal Strafwetboek; het is daarom dat deze nieuwe strafbaarstelling van artikel 188/2 Sociaal Strafwetboek is ingevoerd. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 188/2 Sociaal Strafwetboek: hoewel het misdrijf belemmeren van toezicht een actieve daad veronderstelt, motiveert het arrest niet dat de eiser welbewust obstructie heeft gevoerd tegen de sociaal inspecteur; louter passief blijven maakt geen belemmering van toezicht uit.
- Artikel 209 Sociaal Strafwetboek bestraft het belemmeren van het toezicht dat krachtens het Sociaal Strafwetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan is ingesteld.
- Strafbaar in de zin van die bepaling is het wetens en willens belemmeren van het door de wet georganiseerde of geregelde toezicht door in de wet aangeduide strafrechtelijk aansprakelijke personen ten aanzien van de in de wet en de uitvoeringsbesluiten aangewezen ambtenaren.
- Artikel 28, § 1 tot § 3, Sociaal Strafwetboek bepaalt: “§
- De sociaal inspecteurs mogen zich alle informatiedragers doen overleggen die zich bevinden op de arbeidsplaatsen of op de andere plaatsen die aan hun toezicht zijn onderworpen, op voorwaarde dat deze informatiedragers : 1° hetzij sociale gegevens, bedoeld in artikel 16, 5°, bevatten; 2° hetzij gelijk welke andere gegevens bevatten die ingevolge de wetgeving dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, zelfs wanneer de sociaal inspecteurs niet zijn belast met het toezicht op deze wetgeving. De sociaal inspecteurs mogen zich eveneens de toegang doen verschaffen tot de in het eerste lid bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat. §
- Wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber afwezig is op het ogenblik van de controle nemen de sociaal inspecteurs de nodige maatregelen om de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber te contacteren om voormelde informatiedragers te doen voorleggen of om zich toegang te doen verschaffen tot de in § 1, eerste lid, bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat. §
- De sociaal inspecteurs kunnen overgaan tot het opsporen en onderzoeken van de in § 1 bedoelde informatiedragers in de volgende gevallen: 1° wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber voormelde informatiedragers niet vrijwillig voorlegt, zonder zich evenwel te verzetten tegen deze opsporing of dit onderzoek; 2° wanneer de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber op het ogenblik van de controle niet bereikbaar is. De sociaal inspecteurs kunnen slechts overgaan tot de opsporing of het onderzoek van deze informatiedragers op voorwaarde dat de aard van de opsporing of het onderzoek dit vereist wanneer het gevaar bestaat dat deze informatiedragers of de gegevens die zij bevatten naar aanleiding van de controle verdwijnen of worden gewijzigd of wanneer de gezondheid of de veiligheid van de werknemers dit vereist. Wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber zich verzet tegen deze opsporing of dit onderzoek wordt een proces-verbaal opgesteld wegens belemmering van toezicht.”
- Uit deze bepaling en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat het louter weigeren om sociale documenten te bezorgen aan de sociaal inspecteurs, zonder zich te verzetten tegen het opsporen van die documenten geen belemmering van toezicht vormt als bedoeld door artikel 209 Strafwetboek.
- Het arrest bevat de volgende redenen: - ook vóór de wet van 11 december 2016 was het belemmeren van toezicht strafbaar overeenkomstig artikel 209 Sociaal Strafwetboek; - een buitenlandse werkgever met personeel in België diende afschriften van loondocumenten ter beschikking te houden van de Belgische inspectiediensten; - het niet overleggen van deze documenten kan een belemmering van toezicht in de zin van artikel 209 Sociaal Strafwetboek uitmaken; - er is geen reden waarom die bepaling niet zou gelden in situaties waar een buitenlandse werkgever personeel naar België detacheerde; - de feiten zoals zij zich voltrokken op 27 februari 2015 en 29 maart 2015 waren wel degelijk strafrechtelijke vergrijpen. Aldus oordeelt het arrest dat het louter niet opsturen van de door de sociale inspectie opgevraagde documenten betreffende de detachering strafbaar is als het belemmeren van het toezicht als bedoeld door artikel 209 Sociaal Strafwetboek en is de beslissing niet naar recht verantwoord. De onderdelen zijn in zoverre gegrond. Overige grieven
- De overige grieven behoeven geen antwoord. Dictum Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het de eiser deels vrijspreekt van de telastlegging. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een vierde van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 100,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 6 november 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181106.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181106.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div