← België

VANGAEVER nv contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.6 Rolnummer: C.18.0070.N Zaak: VANGAEVER nv contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 1624 - laatst gezien 2026-06-29 18:11 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181109.6 Fiche 1 De beslissing waarbij de appelrechter zich uitspreekt over de devolutieve kracht van het hoger beroep en beslist om de zaak bij toepassing van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek te verwijzen naar de eerste rechter, is een eindbeslissing op tussengeschil in de zin van artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek waartegen onmiddellijk cassatieberoep openstaat

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen in feite en in rechte Vrije woorden: Beslissing van de appelrechter om de zaak bij toepassing van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek naar de eerste rechter te verwijzen - Eindbeslissing op tussengeschil - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 19, eerste lid, en 1068, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 2 - 3 Uit artikel 1073, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek en uit de afwezigheid van een wettelijke bepaling die een maximale termijn vanaf de uitspraak voorziet om cassatieberoep aan te tekenen, volgt dat bij gebrek aan betekening of kennisgeving van het bestreden arrest, in beginsel onbeperkt in de tijd cassatieberoep kan worden aangetekend; artikel 2262bis Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de verjaring en is niet van toepassing op de termijnen om een rechtsmiddel in te stellen, zoals de termijn om zich in cassatie te voorzien
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde Vrije woorden: Gebrek aan betekening of kennisgeving - Duur van het cassatieberoep in de tijd - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1073, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Artikel 2262bis, Burgerlijke Wetboek - Termijnen om een rechtsmiddel in te stellen - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1073, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2262bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 4 Een onderzoeksmaatregel wordt bevestigd in de zin van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer de appelrechter enerzijds de beslissing die aan de grondslag ligt van de onderzoeksmaatregel bevestigt en anderzijds de onderzoeksmaatregel zelf, geheel of gedeeltelijk, bevestigt; de omstandigheid dat de appelrechter die een onderzoeksmaatregel bevestigt, een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel anders beoordeelt dan de eerste rechter, doet niet er aan af dat hij toepassing dient te maken van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en de zaak, in zoverre de beoordeling ervan afhankelijk is van de resultaten van de onderzoeksmaatregel, dient te verwijzen naar de eerste rechter
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek - Onderzoeksmaatregel - Bevestiging - Begrip - Geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: Rechtskundig weekblad [RW] - 2019-20, nr. 16, p. 622-
  1. - THIRIAR, Pierre; Noot'Cassatietermijn, eindbeslissingen en uitzonderingen op de devolutieve werking van het hoger beroep' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0070.N VANGAEVER nv, met zetel te 8790 Waregem, Kabeljauwstraat 20, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen P.B. verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 november
  2. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 13 september 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is: ofwel is het cassatieberoep gericht tegen een eindarrest en is het niet ontvankelijk omdat het werd ingesteld meer dan tien jaar na de uitspraak van het arrest. Ofwel is het cassatieberoep gericht tegen een vonnis alvorens recht te doen en is het evenmin ontvankelijk daar het werd ingesteld vooraleer een eindbeslissing werd gewezen.
  4. De beslissing waarbij de appelrechter zich uitspreekt over de devolutieve kracht van het hoger beroep en beslist om de zaak bij toepassing van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek te verwijzen naar de eerste rechter, is een eindbeslissing op tussengeschil in de zin van artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek waartegen onmiddellijk cassatieberoep openstaat.
  5. Artikel 1073, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, behoudens wanneer de wet een kortere termijn bepaalt, de termijn om zich in cassatie te voorzien drie maanden is te rekenen van de dag waarop de bestreden beslissing is betekend of van de dag van de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid. Uit deze bepaling en uit de afwezigheid van een wettelijke bepaling die een maximale termijn vanaf de uitspraak voorziet om cassatieberoep aan te tekenen, volgt dat bij gebrek aan betekening of kennisgeving van het bestreden arrest, in beginsel onbeperkt in de tijd cassatieberoep kan worden aangetekend. Artikel 2262bis Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op de verjaring en is niet van toepassing op de termijnen om een rechtsmiddel in te stellen, zoals de termijn om zich in cassatie te voorzien.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het bestreden arrest werd betekend aan de eiseres. Het cassatieberoep is bijgevolg niet laattijdig. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid Middel in zijn geheel
  7. Luidens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Volgens artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verwijst de appelrechter de zaak alleen dan naar de eerste rechter indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt. Een onderzoeksmaatregel wordt bevestigd in de zin van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer de appelrechter enerzijds de beslissing die aan de grondslag ligt van de onderzoeksmaatregel bevestigt en anderzijds de onderzoeksmaatregel zelf, geheel of gedeeltelijk, bevestigt. De omstandigheid dat de appelrechter die een onderzoeksmaatregel bevestigt, een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel anders beoordeelt dan de eerste rechter, doet er niet aan af dat hij toepassing dient te maken van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en de zaak, in zoverre de beoordeling ervan afhankelijk is van de resultaten van de onderzoeksmaatregel, dient te verwijzen naar de eerste rechter.
  8. Het middel, dat steunt op de opvatting dat de appelrechter de zaak niet naar de eerste rechter dient te verwijzen zodra hij het beroepen vonnis op enig punt wijzigt, ook al gaat het om een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 623,01 euro en voor de verweerster op 255,16 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, voltallige kamer, samengesteld uit eerste voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de sectievoorzitters Christian Storck, Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Michel Lemal, Bart Wylleman, Marie-Claire Ernotte en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 november 2018 uitgesproken door eerste voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181109.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210212.1N.4 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210611.1N.9 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.7 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220930.1N.6 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260319.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.