← België

ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.7 Rolnummer: C.18.0087.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-29 11:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181109.7 Fiche De abnormale vatbaarheid van het pand van de naburige eigenaar sluit het bestaan van burenhinder niet uit, maar kan een weerslag hebben op de omvang van de rechtmatige en passende vergoeding, die de rechter naar redelijkheid moet beoordelen rekening houdend met de omstandigheden van het geval

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Burenhinder Vrije woorden: Abnormale vatbaarheid van het pand van de naburige eigenaar - Vergoeding - Omvang - Beoordeling door de rechter - Wijze Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 544 Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - GLANSDORFF, François; Note "Troubles de voisinage: la prise en considération de la réceptivité de l’immeuble endommagé" - 2019, n° 6761, p.
  1. Tekst van de beslissing Nr. C.18.0087.N H.N. eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ETHIAS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Prins-Bisschopssingel 73, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 maart
  2. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 11 september 2018 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Artikel 544 Burgerlijk Wetboek verleent aan iedere eigenaar het recht om op een normale wijze van zijn zaak te genieten. De eigenaar van een pand die door een daad, een verzuim of eender welke gedraging het evenwicht tussen de eigendommen verbreekt door aan een naburige eigenaar hinder op te leggen die de gewone ongemakken van het nabuurschap overtreft, is een rechtmatige en passen-de vergoeding tot herstel van het verstoorde evenwicht verschuldigd. De abnormale vatbaarheid van het pand van de naburige eigenaar sluit het bestaan van burenhinder niet uit, maar kan een weerslag hebben op de omvang van de rechtmatige en passende vergoeding, die de rechter naar redelijkheid moet beoor-delen rekening houdend met alle omstandigheden van het geval.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerster de plicht heeft om op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek het verstoorde evenwicht in het nabuurschap ten aanzien van de eiser te com-penseren; - de verweerster aanvoert dat rekening moet worden gehouden met het feit dat de woning meer dan 150 jaar oud is en dat zij niet voorzien is van een spouwmuur en een waterkering, waardoor de buitengevels water opzuigen; - voormelde elementen de woning inderdaad ontvankelijker maken voor vocht-hinder en bijgevolg mede een ongunstige invloed hadden op de vochtigheids-graad in de buitenmuren van de woonkamer; - deze toestand er niet toe leidt dat de verzekerde van de verweerster niet com-pensatieplichtig zou zijn, maar wel mede een weerslag heeft op de omvang van de compensatieplicht.
  5. De appelrechters die, na te hebben vastgesteld dat de schade 10.000 euro bedraagt, de hinder ex aequo et bono begroten en in billijkheid compenseren door de toekenning van een bedrag van 2.500 euro, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 615,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 november 2018 uitgesproken door sec-tievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181109.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181109.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.