id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2018 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.5 Rolnummer: P.18.0649.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige - Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2018-12-05 Raadplegingen: 660 - laatst gezien 2026-06-29 18:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechtsvordering tot invordering van door een misdrijf ontdoken douane- of accijnsrechten, die door de douaneadministratie worden gevorderd voor de strafrechter op grond van artikel 283 AWDA, is een burgerlijke rechtsvordering die niet uit het misdrijf voortvloeit, maar haar grondslag rechtstreeks vindt in de wet die de verplichting tot betaling van de rechten oplegt
(1).
(1)Cass. 8 oktober 2013, AR P.12.1043.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131008.5, AC 2013, nr. 504. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Grondslag Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt. 281, 282 en 283 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Fiches 2 - 4 Wanneer de strafrechter regelmatig is geadieerd van overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden als bedoeld in de artikelen 281 en 282 AWDA en de belastingschuldige regelmatig in het proces is betrokken, moet de rechter zich over de fiscale rechtsvordering van de vervolgende partij uitspreken
(1).
(1)Cass. 14 juni 2005, AR P.05.0123.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.7, AC 2005, nr. 339; Cass. 29 april 2003, AR P.02.1461.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9, AC 2013, nr.
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Strafrechter - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Bevoegdheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt. 281, 282 en 283 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Strafrechter - Bevoegdheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt. 281, 282 en 283 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) Vrije woorden: Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Strafrechter - Bevoegdheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt. 281, 282 en 283 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Fiches 5 - 7 De artikelen 7 EVRM, 15 IVBPR, 14 Grondwet en 2, eerste lid, Strafwetboek betreffende de niet-retroactiviteit van de strafwet zijn niet van toepassing op de fiscale rechtsvordering van de vervolgende partij. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 7 Vrije woorden: Douane en accijnzen - Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 7 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 15 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 15 - Douane en accijnzen - Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 7 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 15 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 14 Vrije woorden: Douane en accijnzen - Administratie van Douane en Accijnzen - Vordering tot betaling van ontdoken rechten - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 7 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 15 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 14 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.18.0649.N A E M D W, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie Gent, tegen BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de ge-westelijk directeur der douane en accijnzen te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Administratief Centrum Ter Plaeten, Sint-Lievenslaan 27, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67 bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 23 mei 2018, gewezen op verwijzing bij het arrest van het Hof van 7 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest verklaart de strafvordering vervallen door verjaring. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 15 IVBPR, ar-tikel 14 Grondwet en artikel 2, eerste lid, Strafwetboek: het arrest past de strafwet en met name de Programmawet van 27 december 2014 (hierna Programmawet) die het indienen van aanvragen tot teruggave en het ontvangen van deze teruggave zonder correct bijgehouden voorraadadministratie strafbaar stelt, retroactief toe; deze Programmawet trad in werking op 10 januari 2005, terwijl het volgens artikel 429, § 5, 4), van deze wet reeds mogelijk was om vanaf 4 februari 2004 een teruggave van de verhoging van de bijzondere accijns te vragen; de met de telast-legging geviseerde feitelijke gedragingen vonden deels plaats vooraleer zij door een van kracht zijnde wettelijke bepaling werden bestraft; de Programmawet stelt het indienen van aanvragen en het ontvangen van terugbetalingen afhankelijk van het voeren van een afdoende voorraadadministratie in een tijdskader dat aan de inwerkingtreding van de Programmawet voorafgaat. Aan het Grondwettelijk Hof dient, indien het Hof dit middel niet aanneemt, de volgende prejudiciële vraag te worden gesteld: "Schenden de artikelen 419, f, i), 429, § 5, 1), c), 2) en 4) en 437 van de Programmawet van 27 december 2004, ar-tikel 14 Grondwet gelezen in samenhang met artikel 7 EVRM en artikel 15 IVBPR en het daarin neergelegde beginsel van de niet-retroactiviteit van de strafwet, zo geïnterpreteerd dat deze artikelen het indienen van aanvragen tot teruggave van de verhogingen van de bijzondere accijns op gasolie en het ontvangen van deze teruggave na de inwerkingtreding van deze wet strafbaar stellen indien de aan-vragen tot teruggave, voor de periode vóór de inwerkingtreding van deze wet, niet gebaseerd zijn op een voorraadadministratie die retroactief voldeed aan de ver-eisten van artikel 429, § 5, 4) van de Programmawet?"
- In zoverre het middel betrekking heeft op de beslissing op de strafvordering, waartegen het cassatieberoep van de eiseres niet ontvankelijk is, behoeft het geen antwoord.
- De rechtsvordering tot invordering van door een misdrijf ontdoken douane- of accijnsrechten (hierna de fiscale rechtsvordering), die door de douaneadmi-nistratie worden gevorderd voor de strafrechter op grond van artikel 283 AWDA, is een burgerlijke rechtsvordering die niet uit het misdrijf voortvloeit, maar haar grondslag rechtstreeks vindt in de wet die de verplichting tot betaling van de rech-ten oplegt. Indien de strafrechter regelmatig is geadieerd van overtredingen, frau-des, misdrijven of misdaden als bedoeld in de artikelen 281 en 282 AWDA en de belastingschuldige regelmatig in het proces is betrokken, moet de strafrechter zich over de fiscale rechtsvordering van de vervolgende partij uitspreken.
- De in het middel vermelde bepalingen betreffende de niet-retroactiviteit van de strafwet zijn niet van toepassing op de fiscale rechtsvordering van de vervol-gende partij. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Artikel 439 Programmawet bepaalt dat onverminderd de bij de artikelen 436 tot 438 bepaalde straffen, de accijnzen altijd opeisbaar zijn.
- Het arrest (p. 12) oordeelt dat vermits de accijnzen opeisbaar blijven de fis-cale rechtsvordering van de vervolgende partij ontvankelijk en gegrond is en ver-antwoordt aldus die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De prejudiciële vraag die volledig uitgaat van de onjuiste rechtsopvatting dat de in het middel vermelde bepalingen betreffende de niet-retroactiviteit van de strafwet van toepassing zijn op de fiscale rechtsvordering van de vervolgende partij, wordt niet gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche I. Couwenberg A. Lievens P. Hoet A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.7 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131008.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div